Rechter: twitterende ambtenaar Justitie te zwaar gestraft

Justitieambtenaar Yasmina Haifi kreeg voorwaardelijk ontslag na een omstreden tweet over IS en zionisten. Het ministerie heeft haar te zwaar gestraft, volgens de rechter.

Yasmina Haifi Foto Koen van Weel/ANP

Justitieambtenaar Yasmina Haifi, die in de zomer van 2014 het middelpunt was van een rel op het ministerie van Justitie na een omstreden tweet over IS, is te zwaar gestraft door haar werkgever. Haifi heeft daarom recht op een nader te bepalen schadevergoeding van het ministerie. Dat heeft de Haagse rechtbank vorige week bepaald, zo is nu naar buiten gekomen.

Haifi, die indertijd als personeelsadviseur vanuit de directie Personeel en Organisatie gedetacheerd was bij de Nationaal Coordinator Terrorismebestrijding (NCTV), twitterde in de zomer van 2014 dat terreurgroep IS „niets met Islam” heeft te maken. IS zou een „vooropgezet plan van zionisten” zijn om de islam „zwart te maken”, twitterde zij.

Haifi verwijderde de tweet, maar kreeg toch zware kritiek van een aantal politieke kopstukken.

Ze werd na haar tweet over IS direct op non-actief gesteld, zonder dat werd gevraagd naar haar uitleg. De Telegraaf en weblog GeenStijl pikten de affaire op, de PVV stelde Kamervragen en twee ministers namen haar op de korrel. Lodewijk Asscher (PvdA, Sociale Zaken) sprak van „klassiek antisemitisme” en Ivo Opstelten (VVD, Veiligheid & Justitie) zei dat Haifi haar functie nooit meer terug zou krijgen.

Haifi voelde zich monddood gemaakt en had naar eigen zeggen geen enkel carrièreperspectief meer

Haifi werd uiteindelijk door het ministerie van Justitie ‘voorwaardelijk ontslagen’. Ze mocht haar baan houden, maar voelde zich monddood gemaakt en had naar eigen zeggen geen enkel carrièreperspectief meer. Haifi ging in beroep tegen het besluit van voorwaardelijk ontslag.

Volgens de Haagse rechtbank was die straf te zwaar, omdat de uitlating van Haifi onder de vrijheid van meningsuiting van ambtenaren valt. Een schriftelijke berisping had volstaan, aldus de rechtbank. De rechters wegen daarbij mee dat Haifi „veel negatieve publiciteit over zich heen heeft gekregen” omdat „bewindslieden, media en publicisten zich direct op de zaak hebben gestort.”

Haifi onthoudt zich momenteel nog van commentaar op het vonnis. Vorig jaar zei zij in een zitting bij het College voor de Rechten van de Mens over de zaak dat haar werkgever haar heeft gediscrimineerd wegens haar politieke stellingname en haar geloofsovertuiging. „Mijn kop moest eraf, ik ben finaal afgeslacht, terwijl andere ambtenaren die op sociale media controversiële uitlatingen deden, door het ministerie in bescherming zijn genomen.”