Masterclass bij Jaap van Zweden: ‘Jij dirigeert alsof je salami staat te hakken’

Jaap van Zweden

Genadeloos is Jaap van Zweden als hij masterclasses geeft in het Zwitserse Gstaad. Maar ook zen. „Never a dull moment with Jaap”. Dit najaar wordt hij chefdirigent van de New York Philharmonic.

Foto Eva Kohler

De dirigent maakt een afwerend gebaar achter zijn rug. „Nee. Nee! Niet nu!” Beschermend slaat Jaap van Zweden zijn rechterarm om de Hongaar op de bok. Voor het podium proberen wat mensen hem voorzichtig duidelijk te maken dat het tijd is voor een volgende kandidaat.

„Laat me”, zegt hij. „Ik sta op het punt deze jongen iets vertellen wat cruciaal zal zijn voor de rest van zijn leven.”

Assistent Peter Biloen haalt de schouders op en loopt langs een wachtende Tsjech terug naar zijn stoel. „Never a dull moment with Jaap”, grijnst hij.

Twee weken lang geeft Van Zweden masterclasses bij het Menuhin Festival in het Zwitserse bergdorp Gstaad. Sinds deze zomer leidt hij daar de Academie en het eigen orkest. Uit driehonderd aanmeldingen koos hij twaalf dirigenten, uit alle windrichtingen van de wereld, van China tot Chili, van Hongarije tot Hawaï.

De lessen zijn niet zachtzinnig. „Het lijkt wel of je salami staat te hakken”, zegt hij tegen een Amerikaan. „Dit con moto was rampzalig”, krijgt een Spanjaard te horen. Het commentaar gaat gepaard met een hartstochtelijke betrokkenheid bij zijn leerlingen. Hij wil ze laten voelen dat wie het negentigkoppige monster met de naam orkest wil temmen, vele weerstanden moet kunnen overwinnen.

„Hij legt de menselijke kant onder de microscoop”

„Oh, mijn fout”, verontschuldigt de Amerikaan zich.

„Nooit meer zeggen”, roept Van Zweden vanuit de zaal. „Daarmee suggereer je dat de andere missers aan het orkest te wijten zijn. Bovendien, het is altijd onze fout.”

Foto Raphael Faux
Foto Raphael Faux

Zo’n orkest blijkt geen amorf wezen, benadrukt hij, maar een verzameling zielen waar je op kunt trappen. „Sta niet voor de musici, wees met hen. Jullie dienen één organisme te vormen, met één ademhaling.”

Een van de talenten, de Zuid-Koreaanse Holly Choe, haalde in Boston al een master in het dirigeren van blazers, en studeert nu orkestdirectie in Zürich. Ze kan zich wel vinden in Van Zwedens aanpak. Ze noemt zijn masterclass de beste van de tien die ze tot nu toe volgde. „Hij mat ons af, maar zijn verhaal is helder. Dit vak draait om de componist en het orkest, niet om mij. Hij legt de menselijke kant onder de microscoop. Zijn harde aanpak wordt nergens unfair. Daar houd ik wel van. Geef me een schop onder mijn kont en ik groei.”

Juwelen en Rolexen

Het mondaine Gstaad zelf vormt ook een goede leerschool. De vallei herbergt de tegenstellingen van het leven. In de straten regeert de vergankelijke glans van de juwelen en Rolexen, waarmee etalages en mensen zich optuigen. Daartegenover staat de eeuwige cyclus van het grootse landschap: onvermoeibaar bruist de rivier de Saane en bij zonsopkomst glinstert de dauw op het gras van de Alpenweiden. Je kunt je vergapen aan gele Ferrari’s en zwarte Rolls-Royces of je kunt het bestaan overdenken, wandelend op de Philosophenweg, langs twaalf wijsheden van violist en boeddhist Yehudi Menuhin, die muziek bracht naar dit dal, en wiens erfenis Van Zweden nu onder zijn hoede neemt.

Het culturele seizoen gaat weer van start. Of je nu van Metallica houdt of van La traviata, in onze agenda vind je de belangrijkste culturele hoogtepunten van het seizoen.

Eenmaal ontmoetten de beide musici elkaar. Eind 1981 vertolkte de Amerikaan het Vioolconcert van Beethoven in Amsterdam, met het Concertgebouworkest, waarin de twintigjarige Van Zweden concertmeester was.

Menuhins spel had in die tijd al veel van zijn schittering verloren, herinnert Van Zweden zich. „Hij was een natuurtalent. Op oudere leeftijd verloor hij de betovering, en wist hij die niet meer terug te vinden. Het ontbrak aan een technisch fundament onder zijn spel. Dat brak hem op. Je ging naar Menuhin nooit voor het hele optreden, maar voor het magische moment. Dat was er die avond ontegenzeggelijk ook. Alleen beklijft het niet meer, omdat de tegenstelling met de rest pijn doet. Ik vond het zonde om zo’n muzikale legende te zien vervagen. Temeer, omdat Menuhin als mens een lichtend voorbeeld bleef, een diepzinnig en spiritueel man, die muziek inzette voor een betere wereld.”

Foto Eva Kohler
Foto Eva Kohler
Foto Eva Kohler
Foto Eva Kohler

Van Zweden komt al jaren in dit dal, om er na weer een lang seizoen zijn hoofd leeg te maken tijdens lange wandelingen. En menigmaal liep hij Menuhins filosofenpad dat zich langs de bergrivier slingert tussen de dorpen Gstaad en Saanen, de plek waar eens het huis van de violist stond. „Het leven is onvoltooid”, kon hij lezen op een bord onderweg. „Het is wat wij ervan maken. Laten we dat na, dan doet een ander het, en zullen we diens slaaf worden.”

Poëtische woorden voor een prozaïsche les die Van Zweden onderging, jaren voordat hij hier kwam. In zijn kindertijd, wanneer hij het viool studeren even moe was, knikte zijn vader begripvol en legde Bruchs Eerste Vioolconcert op de draaitafel, het werk dat Jaap van Zweden zo hartstochtelijk graag wilde beheersen. „Mooi hè”, zei zijn vader ten slotte. „Dat kun je gewoon leren.” Hardere lessen volgden in New York, waar Van Zweden zestien jaar jong eenzaam een kamer van drie bij drie bewoonde, op de grens van Harlem, en elke ochtend moest knokken om oefenruimte in de prestigieuze Juilliard School of Music.

„Iedereen stond er alleen voor. Daar werd me bijgebracht dat een musicus nooit op het podium iemand kan vragen: hoe zou jij dat doen? Ik herinner me een Mexicaanse jongen die altijd lekkernijen meenam voor onze lerares. Hij studeerde daarentegen weinig. Dus aan het slot van het jaar kreeg hij van haar te horen: ‘Ik geef je geen les meer, maar blijf vooral doorgaan met me verwennen.’ Hier bestond geen genade.”

„Ik probeer deze haast uit hun hoofd te praten.”

Nu, veertig jaar later, keert hij naar de stad terug als chef-dirigent van The New York Philharmonic. „Altijd bij het binnenrijden van Manhattan vraag ik aan de taxichauffeur of hij even wil omrijden langs de hoek van Madison Avenue en 97th Street, de plek waar ik toen woonde. De jongen in dat hok, die met een paar rotcenten zijn kostje bij elkaar moest scharrelen, die had zich niet voor kunnen stellen dat hij ooit in de voetsporen zou treden van een grootheid als Leonard Bernstein.”

Het is goed dat die zestienjarige dat niet wist, want dan zou het niet zijn gebeurd, gelooft Van Zweden. Hij probeert die les mee te geven aan de talenten die hij in Gstaad onderwijst. „Ze willen zaken snel onder de knie hebben, ze willen snel een loopbaan. Ik probeer deze haast uit hun hoofd te praten. Het dirigeervak kent geen lift naar de bovenste verdieping, het blijft een lange trap die je trede voor trede beklimt. ‘Jullie carrière interesseert me niet’, zeg ik. ‘En het zou jullie ook niet moeten interesseren.’”

Het is lastig die boodschap te horen van iemand die net tot chef van The New York Philharmonic is benoemd. „Maar het gaat hierom: werkelijk zijn waar je bent. Daarin geloofde de zenboeddhist Menuhin. Datzelfde geldt voor mij. Het hier en nu is wezenlijk in mijn leven. Wie over de hoofden van het orkest ins Blaue hinein staart, komt nergens. Want zo’n benoeming in New York kun je niet opzoeken, die moet naar je toe komen.”

Hier en nu

Dat hier en nu blijkt voor sommige van zijn leerlingen nogal lastig. Een Duitser bijvoorbeeld, die in Van Zwedens ogen niet helder op de tel dirigeert. „Waar is je één? Ik zie hem niet. Als ik in het orkest zat, zou ik hier echt gek van worden. Je hangt ergens tussenin. Dit stuk kent geen hartslag.”

Foto Raphael Faux
Foto Raphael Faux

Het blijkt een probleem dat hij bij meer talenten ziet. „Deze jongen analyseert zichzelf voortdurend. Dan ben je dus niet in het heden. Het denken zit hem in de weg. Wat hij moet doen, is alleen maar zingen van binnen. Soms leidt een partituur een hoornist van de ene moeilijke passage naar de andere. In zo’n geval staat er een rust in de partituur. Ik zeg meestal: ‘Die rust niet te lang nemen.’ Vraagt de hoornist: ‘Waarom niet?’ ‘Omdat het denken dan tussen jou en de muziek in gaat staan.’ Een tennisser wikt en weegt niet, wanneer de bal op hem af komt razen. Hij gehoorzaamt simpelweg zijn instinct. Die intuïtie vraagt wel grondige voorbereiding. De tennisser heeft die bal al duizenden keren in trainingen geslagen. Dagelijkse discipline vormt een solide fundament, waardoor hij gedurende wedstrijden alles mag loslaten en kan vertrouwen op zijn innerlijke drijfveer. Dat geldt evenzeer voor musici.”

Wie wil dirigeren, moet bereid zijn een lange weg af te leggen, „en niet vervuld zijn van zichzelf, maar van de muziek”, zegt Van Zweden „Het werkt pas als een buitenstaander voelt dat er noten door dat lichaam stromen. Echte magie kan ontstaan als een orkest die eigenschap herkent. In zo’n geval houden dirigenten op om dirigenten te zijn, dan worden ze de muziek zelf. Dat kost vele jaren van noeste arbeid. En dan nog zijn er geen garanties. Want een spirituele ervaring – dat zag ik bij Menuhin – dwing je niet af, die valt je toe.”

Jaap van Zweden dirigeert Bruckner bij het Rotterdams Philhamonisch Orkest: 5 t/m 8 okt. Inl: rotterdamsphilharmonisch.nl