Hoofdredacteur

Hoe NRC het archief corrigeert en namen (niet) verwijdert

Enkele weken geleden hebben we nieuwe richtlijnen over ons ‘online correctie- en verwijderbeleid’ aan het stijlboek van NRC toegevoegd. We leggen je uit waarom.

Foto iStock

‘Kunt u mijn naam niet schrappen uit uw krantenarchief? Ik heb spijt van het interview dat ik in 2004 aan uw krant gaf en sta niet langer achter mijn woorden’. Dagelijks bereiken ons dergelijke verzoeken om aanpassingen te doen aan stukken in ons digitaal krantenarchief (nrc.nl). Hoe gaan we daar bij NRC eigenlijk mee om? Wanneer kan de redactie uit eigen beweging zaken in ons digitaal archief corrigeren en/of aanvullen? Mag dat wel? Maken we dat duidelijk aan de lezer? En hoe doen we dat? Enkele weken geleden hebben we nieuwe richtlijnen over ons ‘online correctie- en verwijderbeleid’ aan het stijlboek van NRC toegevoegd.

Vroeger was het makkelijk en helder. Een stuk dat in de krant was afgedrukt, kon vanzelfsprekend niet meer worden aangepast. Als er een correctie en/of aanvulling diende te worden gepubliceerd, deden we dat zo snel mogelijk in een van de volgende papieren edities van NRC. Dat was misschien niet erg handig, maar op hier en daar een uitzondering na raakten veel krantenstukken snel in de vergetelheid.

Nu ligt het natuurlijk anders. Iemand die jaren geleden iets verklaard heeft aan onze krant, vindt zijn of haar bewering makkelijk terug via zoekmachines als Google. Soms staat hij of zij helemaal niet meer achter dat standpunt. Maar erger nog: een foute bewering, een verkeerd gespelde naam of een ongenuanceerd citaat die ooit in de krant en op de site hebben gestaan, dreigen op die manier telkens opnieuw verspreid te worden.

In praktijk is het makkelijk geworden om gepubliceerde stukken achteraf online aan te passen. Heel veel redacteuren hebben toegang tot het systeem en kunnen dus, indien ze dat wensen, relatief makkelijk stukken achteraf aanpassen. Dat roept principiële beroepsethische kwesties op. We hechten veel belang aan de integriteit van ons archief, aan de controleerbaarheid, betrouwbaarheid en juistheid van onze berichten, en aan transparantie over onze fouten en werkwijze.

Een betrouwbaar archief is om verschillende redenen van groot belang:

  • Het laat de lezer de (voor)geschiedenis van verhalen zien (wat schreef NRC eerder over dit onderwerp, volgens de inzichten op dat moment).
  • Het voorkomt geschiedvervalsing.
  • Het kan in juridische of andere procedures een rol spelen.

Het is erg moeilijk om een volledig sluitend beleid vast te stellen, dat in alle situaties ondubbelzinnig antwoord geeft op de vraag wanneer we al dan niet ons archief aanpassen. Bij NRC hebben we geprobeerd om het grijze gebied zo klein mogelijk maken, en heldere grondregels formuleren. Die luiden als volgt:

  • We verwijderen nooit berichten.
  • We anonimiseren nooit berichten achteraf.
  • We corrigeren al onze fouten. Alleen bij onschuldige tik- en taalfouten mag dat stilzwijgend, anders is toevoeging van een correctie verplicht.
  • Op deze regels zijn in bijzondere gevallen uitzonderingen mogelijk, maar wanneer we die toepassen, zijn we daar altijd open en transparant over.

Anonimiseren/verwijderen

Steeds vaker bereiken ons verzoeken van mensen die achteraf hun naam/foto/bijdrage uit een stuk of van de site verwijderd willen zien. Zo’n ingreep tast de integriteit van ons archief aan, en bovendien schaadt anonimiseren de controleerbaarheid en betrouwbaarheid van onze berichtgeving. Verzoeken tot anonimiseren honoreren we dus in beginsel niet. Van die regel wijken we alleen in uitzonderlijke situaties af - bijvoorbeeld als iemands persoonlijke veiligheid in het geding is. In zo’n geval kunnen we ervoor kiezen om iemands naam of andere identificerende kenmerken te schrappen. Dat gebeurt altijd pas na overleg met de hoofdredactie, en we voegen dan altijd aan de online versie van het stuk een naschrift toe waarin we uitleggen dat er iets in het artikel is gewijzigd, en wanneer, en waarom. We willen namelijk transparant zijn over dit soort ingrepen.

Overigens geldt natuurlijk hier: voorkomen is beter dan genezen. We vinden het belangrijk dat bronnen zich realiseren dat alles wat in de krant wordt afgedrukt ook tot in lengte van jaren op internet te vinden blijft, en zijn ook daarom extra voorzichtig met bijvoorbeeld minderjarigen.

Correcties

Zeker nu ieder bericht ook jaren later nog op internet te lezen blijft, vinden we het van groot belang dat we fouten corrigeren wanneer ze onder onze aandacht komen, ook die in oude artikelen. We willen niet dat een fout blijft staan, en mogelijk steeds opnieuw opduikt of wordt gereproduceerd. Feitelijke onjuistheden in berichten zetten we daarom altijd recht. Dat vinden we een cruciaal middel om het vertrouwen van onze lezers te winnen en te behouden.

“That’s the paradox of trust: admitting our mistakes and failings make us more deserving of trust,” schrijft de Amerikaanse journalist Craig Silverman (auteur van het blog Regret the Error) in dat verband. We passen feitelijke onjuistheden in het bericht zelf aan, zodat de fout niet blijft staan. En we schrijven in een naschrift onder het bericht dat we iets hebben gecorrigeerd, wat de fout was, wat de juiste informatie was, en wanneer we dat hebben veranderd.

Dat geldt voor iedere correctie, uitgezonderd onschuldige tik- of taalfouten. Tikfouten in namen van personen, bedrijven of instanties zijn niet onschuldig: ze kunnen tot persoonsverwisselingen leiden. Als de in opspraak geraakte meneer ‘Jansen’ bij nader inzien Janssen blijkt te heten, kan een meneer Jansen veel last van zo’n tikfout krijgen. (Om dezelfde reden fingeren we ook geen namen.) Ook dergelijke tikfouten passen we dus niet stilletjes aan, maar benoemen we expliciet in een correctie.

We verspreiden onze verhalen actief op sociale media. Als we in een recent stuk een fout moeten rechtzetten, moeten we ons daarom steeds afvragen of we de correctie ook op sociale media moeten verspreiden. Dat is het geval als de fout ook in de uiting op Twitter/Facebook/etc stond, bijvoorbeeld als de kop onjuist was. In zo’n geval sturen we een nieuwe tweet, waarin we de fout rechtzetten (met het woord ‘Correctie’ erin).

Lopend/brekend nieuws en liveblogs

Binnen onze online kopijstroom nemen brekende nieuwsverhalen een aparte positie in: die verhalen zijn vrijwel nooit in een keer af. Een bericht is dan de op dat moment ‘best beschikbare versie van de waarheid’, maar wordt naar aanleiding van verdere nieuwsontwikkelingen geupdatet, uitgebreid met reacties, en soms ook gecorrigeerd. (Het duidelijkste en meest verregaande voorbeeld is hier natuurlijk een liveblog.)

Bij dit soort berichten geldt natuurlijk vooral het adagium ‘voorkomen is beter dan genezen’. Tussen snelheid en betrouwbaarheid bestaat een inherente spanning, en we verkiezen in veel gevallen enkele minuten langer te wachten met publiceren. Bovendien vinden we het bij dit soort berichten bij uitstek van belang om steeds transparant te zijn over de bron en de status van de informatie die we vermelden: waar baseren we op, hebben we het zelf gecheckt, en hoe zeker is deze informatie?

We komen bovendien waar mogelijk altijd op dit soort losse eindjes terug:

(Uit een liveblog over de schietpartij op een school in Newtown, Connecticut.)

Ook hier corrigeren we wezenlijke fouten expliciet. Schreven we ergens ‘miljoen’ in plaats van ‘miljard’, of ‘drie jaar cel’ in plaats van ‘drie jaar voorwaardelijk’, dan vraagt dat om een duidelijke correctie, zoals onder het vorige kopje is beschreven.

Daarbij geldt geen tijdgrens. Als we de fout binnen een paar minuten ontdekken en corrigeren, vraagt dat ook om een transparant corrigerend naschrift. Immers: juist actuele nieuwskopij vindt via sociale media vaak in de eerste minuten al honderden of duizenden lezers. Daarom geldt voor zulke kopij bovendien des te meer dat we fouten ook rechtzetten op sociale media.

Met deze nieuwe richtlijnen voor de NRC-redactie willen we de betrouwbaarheid en integriteit van ons (online)archief verhogen.

Reacties? p.vandermeersch@nrc.nl

Blogger

Peter Vandermeersch

Peter Vandermeersch is hoofdredacteur van NRC.