Column

Een muur of plafond voor Donald Trump

Al moeten we de overheid sluiten, we gaan die muur bouwen! Dat zei de Amerikaanse president Trump dinsdag in een speech in Phoenix, Arizona. Daarmee refereerde hij aan een gebeurtenis die de financiële markten de komende anderhalve maand nogal kan gaan bezighouden: het zogenoemde schuldenplafond.

In de Verenigde Staten heeft niet de president, maar het Congres de macht om de staat te laten lenen. Tot lang na de oprichting van de VS moesten beide huizen dan ook voor elke staatslening toestemming geven. Toen dat te ingewikkeld begon te worden, werd een ander systeem ingevoerd. Van tijd tot tijd verhoogde het Congres het maximum voor de staatsschuld. In de tussentijd kon de regering dan doen wat zij wilde. Tot het plafond werd bereikt, en opnieuw moest worden verhoogd.

In het recente verleden is zo’n besluit tot verhoging een aantal malen politiek uitgespeeld: het Congres weigerde, tenzij de president concessies deed. Het gebeurde onder president Obama in 2011 en 2013. Het leidde tot High Noon-achtige situaties, waarin de federale overheid tijdelijk op slot ging (een shut down) en op uitgaven hard werd gekort (sequestration). In 2011 verlaagde kredietbeoordelaar Standard & Poor’s zelfs de kredietwaardigheid van de VS van AAA naar AA+.

Dat dreigt ook nu. In maart bereikte de schuld al het huidige plafond van 19.808.770 miljoen dollar. Zoals bij vorige keren heeft het ministerie van Financiën wel noodmaatregelen achter de hand, maar minister Steven Mnuchin heeft de leiders in het Congres al geschreven dat die rond 29 september uitgeput zijn. Voor die tijd moet er wat gebeuren, willen de VS niet in gebreke blijven. ING-econoom James Knightley schatte onlangs dat het Congres na 5 september, als het terug is van reces, nog een dag of twaalf heeft.

Trump heeft al heel wat plannen niet zien doorgaan. Daarom wordt die muur zo belangrijk.

Wat opvalt is dat de Republikeinen het schuldenplafond vorige malen inzetten tegen een Democratische president. Nieuw is dat een Republikeins Congres dat nu overkomt met een president van de eigen partij.

Trump heeft al heel wat plannen niet zien doorgaan: een nieuw ziektekostenstelsel, de ‘grensbelasting’ op import. Zijn beloofde nieuwe belastingplan wankelt, omdat de financiering daarvan vooral had moeten komen uit die vorige twee plannen. Een door Trump hoog opgegeven vestiging van het Taiwanese Foxconn in Wisconsin krijgt kritiek omdat de bijbehorende subsidies op zouden tellen tot tussen 200.000 en 1,5 miljoen dollar per gecreëerde baan (afhankelijk van wie het berekent). Van de toegezegde investeringen in infrastructuur is nog niets terechtgekomen. De adviesraad met captains of industry is leeggelopen en daarna opgeheven.

Daarom wordt die muur zo belangrijk.

Wordt de financiering daarvan, in de nieuwe begroting, een nieuw High Noon-moment met het Congres? Het Witte Huis wil een schuldenplafondverhoging zonder voorwaarden vooraf, dus ook niet over die muur. Trump dreigt nu dus met een shutdown van de overheid om zijn zin te krijgen.

Vorige gevechten over het schuldenplafond leidden tot ophef op de Amerikaanse obligatiemarkt, hetgeen weer kan leiden tot onrust op de aandelenbeurzen. En, ook niet onbelangrijk, de Amerikaanse centrale bank speelt een rol. Die is van plan om langzamerhand alle tijdens de crisis opgekochte staatsleningen mondjesmaat te gaan verminderen. Maar als een ruzie over het schuldplafond de obligatiemarkt op zijn kop zet, dan zou dat plan moeten worden uitgesteld.

Voor beleggers is zoveel onzekerheid geen fijn vooruitzicht. Het najaar is vaak een wat bangige tijd op de financiële markten. Ruzie, met als inzet Amerika’s vermogen om zijn verplichtingen na te komen, helpt dan niet echt.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financïële markten.