Zorgen over veiligheid petrochemie

Rotterdam

Een spoeddebat in Rotterdam over Shell kan direct ook over de Esso-brand van maandag gaan. Neemt het aantal ongelukken toe?

Bij de grote brand in een Esso-raffinaderij afgelopen maandagavond kwamen in de wijde omtrek roetdeeltjes terecht. Foto ANP

Hij had het spoeddebat deze donderdagochtend over de veiligheid van de petrochemische industrie bij Rotterdam al eerder deze zomer aangevraagd, zegt gemeenteraadslid voor GroenLinks Arno Bonte. Samen met PvdA-collega Leo Bruijn. De aanleiding was een grote brand en een chemicaliën-lek die de raffinaderijen van Shell in de Botlek stillegden.

Dat debat komt goed uit, blijkt nu; de grote brand bij een raffinaderij van Esso van maandagavond, waarbij tot in de wijde omgeving roet neerkwam, kan nu gelijk worden meegenomen.

Inzet van de raadsvergadering? „Kort gezegd: hoe zorgen we dat dit soort ongelukken worden voorkomen?”, zegt Bonte. Veel installaties zijn aan het eind van hun levensduur volgens het GL-raadslid, en hij vreest voor zwaardere ongelukken. „Uit de cijfers van de milieudienst blijkt een toename van zwaardere incidenten.”

Onderzoeksresultaten van de Milieudienst Rijnmond (DCMR) tonen inderdaad een stijging. Vorig jaar zijn er zes incidenten gemeld die onder het kopje zwaar ongeval vallen. In 2015 waren dit er slechts drie. Maar er is ook goed nieuws uit de Botlek te melden. Vorig jaar werden bij controles vier overtredingen geconstateerd waarbij direct moest worden opgetreden omdat een zwaar ongeval dreigde. De jaren ervoor waren dat er tien en vijftien (2014).

Dat er minder wordt opgespoord hoeft volgens Bonte niet alles te zeggen. Een van de problemen is volgens hem dat er de laatste tien jaar is bezuinigd op de DCMR. „Er moet beter en vollediger worden gecontroleerd, en de boetes moeten omhoog.”

Bezuinigingen

Een woordvoerder van DCMR ontkent dat er is bezuinigd op inspecties. „Er is alleen bezuinigd op de Inspectie SZW [van Sociale Zaken] en dat betekent dat er in de praktijk minder vaak, zoals we ze vroeger noemden, Arbo-controleurs meegaan.”

Sinds 2011 zijn de voortdurende bezuinigingen op de DCMR niet meer ten laste zijn gebracht van de inspecties, zegt Bonte. „Daarvoor was dat wel zo. Vijftien jaar is er alleen maar bezuinigd bij DCMR. Ze zullen zelf niet snel zeggen dat de huidige intensiteit van inspecties ontoereikend is.”

De bewering van Bonte dat de oude installaties tot extra risico’s leiden, wordt door Esso „met klem” ontkend. Ook al dateert de oudste raffinaderij in Pernis uit 1960. „Alleen al om de vergunningen te houden moet er veel geïnvesteerd worden. Zeker sinds de incidenten met Odfjell [in 2012] zijn de eisen streng”, zegt een woordvoerder. „We steken jaarlijks miljoenen in de modernisering. Niemand is gebaat bij incidenten.” De laatste grote brand bij Esso dateert van 2011.

Dat de gevolgen van een incident kostbaar kunnen zijn, bewijst Shell. Na de kortsluiting, brand en lekkage eind juli draait de raffinaderij nog altijd niet op volle kracht. „Hopelijk” is dat voor de meeste fabrieken eind deze maand weer het geval, aldus een woordvoerder. En wat het aantal incidenten bij Pernis betreft? De trend is dalend volgens Shell, zonder dit te kwantificeren.

Wat in ieder geval beter moet is de communicatie. Daar is iedereen het wel over eens. Pas geruime tijd nadat maandagavond in de wijde omgeving de roetdeeltjes neersloegen, werd een alarmbericht verstuurd. In dit NL-alert stond over de plaats van de brand „[locatie invullen]”. Dat is op zijn zachtst gezegd knullig, zegt het raadslid Bonte. Ook knullig: de calamiteiten-website, rijnmondveilig.nl, lag gedurende de brand plat.

En de behoefte aan informatie is er. Het telefoonteam van Esso heeft inmiddels 200 bewoners aan de lijn gehad. Om hen gerust te stellen over de vrijgekomen roetdeeltjes. En om te vertellen waar zij op kosten van Esso hun auto kunnen laten wassen.