‘Meer bewegen is altijd beter’

Nieuw advies:

De Gezondheidsraad vervangt zijn oude adagium ‘beweeg een half uur per dag’ door ‘minimaal 150 minuten per week’. En intensiever sporten levert gezondheidswinst.

Een dagje niet bewogen? De nieuwe beweegrichtlijn die de Gezondheidsraad dinsdag publiceerde, vindt dat niet heel erg. Er is tijd om het in te halen.

Het oude advies zei: beweeg een half uur per dag. De nieuwe richtlijn vindt 150 minuten per week ook goed. Die 150 minuten zijn uitdrukkelijk het minimum. Meer is beter. En het gaat om matig intensief bewegen. Dat is wandelen, fietsen, tuinieren of ramen wassen. Niet alleen langer bewegen is beter, maar ook intensiever sporten (joggen, voetballen, wielrennen) levert meer gezondheidswinst.

De Gezondheidsraad heeft de nieuwe richtlijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar de gezondheidsvoordelen van bewegen. Volwassenen krijgen zeker minder depressies, hartziekten en diabetes als ze minimaal 150 minuten per week bewegen. Bloeddruk, vetmassa, buikomvang en gewicht blijven ook op een gezonder peil. Bovendien zijn een langer leven en een lagere kans op borst- en darmkanker aannemelijk. Het is duidelijk dat de Gezondheidsraad streng is in de acceptatie van wetenschappelijke uitkomsten – alleen onderzoek van hoge kwaliteit met grote bewijskracht is meegenomen.

Dat blijkt ook uit het advies over zitten. Voorkom dat je veel stilzit, luidt het advies, zonder een maximumaantal uren te noemen. Lang zitten vergroot de kans op doodgaan aan hart- en vaatziekten, maar de wetenschappelijke onderbouwing is veel minder sterk dan die van het beweegonderzoek, schrijft de Gezondheidsraad. Daarom noemt de raad geen maximumaantal zituren.

De nieuwe richtlijn komt in de plaats van drie oude, naast elkaar bestaande beweegrichtlijnen. De oudste was uit 1989. De clustering tot 150 minuten per week in plaats van 30 minuten per dag, en de slogan ‘meer bewegen is beter’, zijn belangrijke veranderingen.

Nieuw is naast het advies minder te zitten, ook dat elke minuut bewegen meetelt. In het oude advies moest een activiteit minimaal tien minuten duren. En toegevoegd is ook het advies minimaal tweemaal per week krachttraining te doen, om spieren en botten te versterken. Dat kan door het gewicht van het eigen lichaam te gebruiken, bijvoorbeeld bij traplopen, opdrukken en het zitten en liggen bij een buikspiertraining. Oefenen met gewichten is een alternatief.

De Gezondheidsraad schrijft ten slotte dat de beweegrichtlijn bedoeld is voor iedereen, maar dat bewegen „niet alleen een zaak van de mensen zelf” is. Ze moeten ook de gelegenheid krijgen en daar is de overheid voor nodig. Bijvoorbeeld voor de aanleg van parken in steden. De nationale overheid moet samen met lokale overheden, bedrijven en scholen mogelijkheden scheppen.