In Oostenrijk moeten ze nog warmlopen voor het hockey

EK Hockey Nederland moet woensdag van Oostenrijk winnen voor een plek in de halve finale. „Prof worden als hockeyer is daar bijna onmogelijk.”

Michael Körper (rechts) juicht na het maken van de 2-2 tegen Spanje. Hij is een van de weinige topspelers die Oostenrijk heeft. Foto Sander Koning/ANP

De Oostenrijkse hockeyers zijn niet bang voor een vol Wagener Stadion tegen Nederland. Misschien wordt de groepswedstrijd van woensdagavond wel hun makkelijkste van het EK, zegt aanvoerder Xaver Hasun. „Niemand verwacht namelijk iets van ons, de druk ligt volledig bij Nederland.”

Oostenrijk doet voor het eerst sinds 2009 weer mee aan een EK en pas voor de tweede keer in 25 jaar. De keer daarvoor was in 1983. Op de wereldranglijst staat het 22ste, achter onder andere Egypte en Zuid-Afrika. Het land moet het op nationaal en op clubniveau niet bepaald hebben van de sport, maar wist toch al een punt te behalen in de groep, tegen Spanje (2-2). Woensdagavond speelt het de laatste poulewedstrijd tegen de Nederlandse mannen. Die moeten na de forse nederlaag tegen de Belgen van afgelopen maandag (5-0) winnen om plaatsing voor de halve finale in eigen hand te hebben. Oostenrijk heeft niks te verliezen, maar heeft wel een doel: onder aanvoering van de Indiase bondscoach Cedric D’Souza wil het zich kwalificeren voor de Olympische Spelen van 2020 in Tokio.

De paar topspelers die Oostenrijk heeft – Hasun, Michael Körper en Benjamin Stanzl – spelen allen in buitenlandse competities. Het niveau van de nationale competitie is niet professioneel genoeg, zegt Körper. De meeste spelers daar doen het als hobby en hebben geen verdere ambities. „De mindset moet anders. Hoe ouder spelers worden, hoe meer andere dingen ze gaan doen. Er moet toch geld verdiend worden.”

Succes in de zaal

Voor jonge spelers is er maar weinig om tegenop te kijken; op het veld werden nooit successen geboekt. In het zaalhockey wel. In 2011 werd Oostenrijk derde en in 2015 tweede, achter Nederland. Dat komt volgens Körper niet doordat die variant populairder is dan veldhockey. „De reden is volgens mij heel simpel. Je staat met vijf mensen in het veld in plaats van elf. Dan hoef je in principe ook maar vijf goeie spelers te hebben. Die vind je makkelijker dan een veldhockeyselectie van achttien man.”

In Oostenrijk is vooral alpineskiën populair, gevolgd door voetbal. Daar houdt het qua topsport wel mee op, vertelt Stanzl. „In andere sporten is het bijna onmogelijk om prof te worden.” Het nationale hockeyteam heeft dan ook weinig jeugd om uit te putten. „Om de sport verder te ontwikkelen, moeten gemotiveerde en getalenteerde hockeyers vroeger naar het buitenland. Een stuk of twintig spelers zijn klaar om die stap te maken. Daar gaat het nationale team zeker van vooruit.”

Hasun ziet die spelers het liefst naar België, Nederland of Duitsland gaan, de sterkste competities in Europa. Het niveau van de Oostenrijkse competitie kan wel groeien, maar zal nooit vergelijkbaar worden, verwacht hij. „Als ik ooit nog in die competitie ga spelen, zou dat zijn omdat ik weer terug wil naar familie en vrienden, niet voor het niveau.” Körper: „Zoals het er nu voor staat, lijkt het me niet realistisch dat een van ons daar in een volwaardige competitie gaat spelen.”

Het is belangrijk om een doel te hebben en er vervolgens alles aan te doen om dat doel te behalen.

Land met een missie

Samen met de bond probeert D’Souza een manier te vinden om de komende jaren de competitie naar een hoger niveau te brengen. Om die reden is hij tevens bondscoach van de mannen onder 21. Het doel is bij de nieuwe generatie structureel iets te veranderen aan Oostenrijk als hockeyland. „We kunnen het naar een niveau brengen waarop jongens eerder gezien worden door buitenlandse clubs.” Of de ontwikkeling hard genoeg gaat om in 2020 echt op de Spelen te staan, weet de bondscoach niet. Maar hij gelooft in zijn missie. „Als ik zou denken dat het onhaalbaar was, had ik deze functie niet aangenomen. Het is belangrijk om een doel te hebben en er vervolgens alles aan te doen om dat doel te behalen.”

Het doel op korte termijn is bij de topzes te eindigen op dit Europees kampioenschap. Het team zou daarmee verzekerd zijn van deelname aan een volgend EK. Daarvoor moet het dus winnen van Nederland. „Misschien is het wat onrealistisch, maar we hebben woensdag de kans om ons te kwalificeren”, vertelt Körper.

Het team kijkt in ieder geval uit naar de wedstrijd in een uitverkocht hockeystadion. „Voor bijna tienduizend mensen spelen. Dat is voor iedereen uit dit team een van de hoogtepunten uit zijn carrière”, zegt Stanzl. „We gaan daarvan genieten, en hopen op een wonder.”