Hollandse meesters terug in Nederland

Sint Petersburg

De rijke Russische tsaren kochten volop Hollandse meesters voor hun paleizen. De meeste van die werken zijn nooit in Nederland te zien geweest, maar ze komen dit najaar naar de Hermitage.

Rembrandt: Flora (1634). Conservator Sokolova prijst hoe Rembrandt een bloemenkroon en jurk in alle details heeft geschilderd.

De konen op het gezicht van Irina Sokolova worden steeds roder wanneer ze langs de zeventiende-eeuwse Hollandse meesters in de Hermitage in Sint Petersburg snelt. De 64-jarige conservator struikelt bijna over haar woorden als ze een groep Nederlandse journalisten wil vertellen wat voor onderzoek ze naar deze schilderijen heeft gedaan. Ze wijst op Couple making music and a serving woman in a distinguished interior (1680) van Pieter de Hooch, met een muur waarop weer andere schilderijen zijn afgebeeld. „Pas na heel lang kijken zag ik dat het schilderij dat hij daar in de hoek afbeeldt van Rembrandt is.”

Sokolova werkt al ruim veertig jaar in de Hermitage: „Ik kan niet stoppen”, zegt ze. „Ik wil geen afscheid nemen van deze schilderijen.”

Maar vanaf 7 oktober is ze toch 63 van ‘haar’ Hollandse zeventiende-eeuwse meesters kwijt. Voor de tentoonstelling Oogappels van de tsaren verhuizen de schilderijen voor zeven maanden van Sint Petersburg naar Amsterdam. Op vijftien na zijn ze nooit in Nederland terug geweest sinds de tsaren en aristocratische families ze in vooral de zeventiende en achttiende eeuw hebben gekocht. „Een offer van liefde”, noemt Sokolova de afstand die de Hermitage tijdelijk doet van de schilderen voor de vijftiende tentoonstelling die de Hermitage in Amsterdam organiseert met stukken uit de collectie van het museum in Sint Petersburg.

Het culturele seizoen gaat weer van start. Of je nu van Metallica houdt of van La traviata, in onze agenda vind je de belangrijkste culturele hoogtepunten van het seizoen.

Sokolova praat over de schilderijen alsof het over haar kinderen gaat. Tranen springen soms bijna in haar ogen als ze details probeert te beschrijven. Bij Flora (1634) prijst ze hoe Rembrandt een bloemenkroon en jurk in alle details heeft geschilderd. Zijn model was Saskia, toen ze nog zijn aanstaande echtgenote was. „Als je zo je eigen verloofde kunt schilderen…” Ze maakt haar zin niet af.

Eeuwenlange liefde

In de galerijen waar de Hollandse meesters hangen, staan op een dag dat het museum gesloten is voor het publiek overal kunstacademiestudenten achter hun ezels om de schilderijen te kopiëren. Daar tussendoor slalommend roemt Sokolova de eeuwenlange liefde van de Russen voor de kunst uit Nederland. „De tsaren en aristocratische families hielden minder van de barokke taal van Rubens dan van de realistische afbeeldingen van de Nederlanders. De Russen hadden een gevoel bij de grauwe luchten en grijze landschappen. Ze waren later een voorbeeld voor schilders als Ilja Repin.”

Sokolova staat stil bij De straf van een jager (1647) van Paulus Potter, een beeldverhaal waar dieren worden opgehangen door de jager. De dieren nemen wraak door hem te spiesen op de horens van een olifant. Het schilderij, gemaakt voor Johan van Nassau, kreeg later een bewonderaar in tsaar Nicolaas I. In zijn tijd was het mode om schilderijen uit de Hermitage af te beelden op grote vazen. Dat gebeurde ook met deze Potter. „Ze zagen niet in dat het een politiek schilderij was.”

Sokolova is enorm blij met de catalogus voor de tentoonstelling in Amsterdam, waarin ze al haar verzamelde kennis eindelijk kwijt kan. Nou ja, niet alles. „Ik zal ook nog een tweede deel publiceren. Het wordt mijn levenswerk.”

Dr. Irina Sokolova. Foto Remko de Waal/ANP.

De Hermitage is eigenaar van de grootste collectie Hollandse meesters buiten Nederland: 1.500 werken, op de galerijen en opgeslagen in het depot. De inspirator voor de Russische verzamelwoede was Peter de Grote. Na zijn eerste reis naar Holland in 1696 en 1697 gaf hij opdracht om kunstwerken in te kopen. Die wilde hij vooral in zijn nog te bouwen zomerpaleis ophangen. Russische schilderkunst bestond in zijn tijd alleen nog uit iconen. „Er wordt beweerd dat Peter de Grote voor zijn eerste reis naar Europa nog nooit een schilderij had gezien. Maar dat lijkt een overdrijving, er is daar nu grote twijfel over”, zegt Sergey Androsov.

In een verschoten windjack met het logo van FC Torino en met zijn kleinzoon in het kielzog – opa is oppas op zijn vrije dag – geeft het hoofd van de afdeling West-Europese schilderkunst van de Hermitage een rondleiding door Sans-Souci, een uur varen van Sint Petersburg. Hier, in het zomerpaleis, hangen de schilderijen die Peter de Grote aanschafte. Na een tweede reis in 1716 kwam er een nieuwe verzameling bij, waaronder de eerste Rembrandt die in Rusland arriveerde: Afscheid van David en Jonathan (1642). Dat schilderij is net als andere topwerken later verhuisd naar de Keizerlijke Hermitage in Sint Petersburg. Maar nog steeds hangen de wanden van Sans Souci van boven tot onder vol met Nederlandse werken, tot in de keuken aan toe. Hier en daar is er een Gerard Dou of Adriaen van de Velde te zien. Maar in het kleine paleis hangen nu vooral werken van vrijwel vergeten kunstenaars met namen als Van Essen, Van Straten of Brouwer.

De echte koopwoede barstte los bij Catharina de Grote een paar decennia later. Zij wilde laten zien dat ze een verlicht vorst was die oog had voor de kunsten en schakelde een netwerk in van diplomaten en agenten om de Europese kunstmarkt af te stropen. Eigenlijk zoals de emirs van Qatar tegenwoordig topexperts inhuren om de hoofdprijzen weg te kapen op de kunstmarkt.

In 25 jaar tijd legde Catharina de Grote een immense collectie aan, die toen alleen maar door de keizerlijke familie en hun gasten te zien was in de salons en galerijen van de paleizen. Nadat ze alles had gekocht wat ze wilde hebben, verloor ze haar belangstelling voor kunst.

In haar schaduw kochten ook Russische adellijke families kunst in. Wat betreft Nederlandse schilders hadden zij een liefde voor Rembrandt, Philips Wouwerman, de Leidse fijnschilders als Gerard Dou en de Utrechtse caravaggisten. Vooral na de Russische Revolutie in 1917 kwamen die werken terecht in de collectie van de Hermitage.

Tijdens grote delen van het Sovjet-regime werd er nauwelijks onderzoek gedaan naar de collectie. Veel werken werden in de jaren dertig via massaveilingen verkocht om de industrialisatie van het land te helpen bekostigen. Werken van Frans Hals, Rembrandt en Vermeer verdwenen naar het buitenland.

Foto Remko de Waal/ANP
Portretten door Rembrandt (l) en Frans Hals

Sokolova heeft na de perestrojka nog een enkel schilderij aan de collectie kunnen toevoegen. Staand voor het grote schilderij Lot en zijn dochters (circa 1600) van Joachim Wtewael vertelt ze trots dat ze het schilderij in 1989 ontdekte in een vervallen theater. Daar hing het anoniem als donker, zwart schilderij in het trapgat, al sinds de negentiende eeuw, toen het nog het huis van de aristocratische familie Lazarov was. De Hermitage had zelf een kleine variant, die Wtewael op een koperen plaatje had geschilderd. Maar Sokolova kende ook een andere, even grote versie die hangt in het Los Angeles County Museum.

Uit de snoepwinkel vol Hollandse meesters mochten de tentoonstellingsmakers van de Hermitage aan de Amstel zelf hun keuze maken. Zes Rembrandts zullen in de centrale zaal van de tentoonstelling hangen. Maar verder komen er vooral werken over waarvan er weinig vergelijkbare in Nederland zijn, vertelt Birgit Boelens, tentoonstellingsmaker bij de Nederlandse Hermitage. Zoals het enige stilleven dat van Ferdinand Bol bekend is. Dit Jachtstilleven (1646) toont een kip hangend aan een haak en een kip die op zijn rug naast drie kwartels ligt. Ze lijken nog maar net geslacht en zijn net zo levensecht als de mensenportretten waar Bol zijn faam aan dankt.

Ook komt het grootste schilderij dat Nicolaes Berchem gemaakt heeft, Aankondiging aan de herders (1649) en het uitzonderlijk grote stilleven van Willem Heda, Ontbijtje met krab (1648). Maar net zo goed een trio kleine naakten van Gerard Dou, die in de Hermitage achter spiegelend glas in een vitrine hangen. Ze zijn nog nooit naar het buitenland geweest. Het waren lievelingsschilderijen in de privévertrekken van de tsarenfamilie, vertelt Boelens. „Ze werden ook gebruikt voor de seksuele voorlichting aan de tsarenkinderen.”

Karkas van varken

Van Bartholomeus van der Helst, bekend van zijn gigantische schuttersportretten, komt een gezicht op de Nieuwmarkt terug naar Amsterdam. Boelens: „Het wordt het sluitstuk van de tentoonstelling. Er is zoveel in dit werk verenigd. Het is een portret, een groepsportret en een stadsgezicht van Amsterdam. Die vrouw op de voorgrond is waarschijnlijk de vrouw van Van der Helst geweest.” Het karkas van een geslacht varken neemt een prominente plek in.

Maar dat is in de Hermitage nu alleen te zien op een A4’tje dat is opgehangen op de plek waar het schilderij normaliter hangt. Het werk is in restauratie. Al anderhalf jaar, speciaal voor de tentoonstelling in Nederland en gesponsord door Heineken Rusland. „De lucht was meerdere keren overgeschilderd. Een landschap op de achtergrond was verdwenen. Door lagen weg te halen, kwam dat weer tevoorschijn”, vertelt restaurateur Maxim Lapshin in het restauratie-atelier, waar een Titiaan achteloos tegen een muur staat en een Caravaggio op een ezel.

Het schilderij Portrait of a Collector van Aert van Gelder. Foto Remko de Waal/ANP

In het atelier ligt ook Portret van een verzamelaar (circa 1700) van Aert van Gelder op een tafel. De bijbelse voorstelling Abraham en de drie engelen (1623) van Pieter Lastman staat op een ezel. Restaurator Lapshin geeft aan dat een aantal donkere vlekken nog weggewerkt worden. Maar dat is het even, voordat het schilderij naar Amsterdam komt. „We wisten al dat het werk aan restauratie toe was, maar dat kost tijd. Twee tot drie jaar als we ons aan de regels houden. Dat zal pas gebeuren na terugkeer uit Amsterdam.”

Het zijn niet alleen de werken die naar Nederland komen die een schoonmaakbeurt krijgen. Juist ook de werken die de gaten in de zalen van de Hermitage moeten opvullen, hebben een grondige opknapbeurt nodig.

Voor Irina Sokolova hebben alle gaten die in haar zalen vallen een grote puzzel opgeleverd. „Ik ben drie jaar bezig met deze tentoonstelling”, zegt de conservator. „De meeste tijd zit in het selecteren van werken voor onze eigen galerijen. Ik wil daarbij niets veranderen in de thematische aanpak en chronologie die we nu hanteren. Daar komt bij dat niet alles wat in depot staat ook in een toestand verkeert dat we het kunnen exposeren”, zucht ze. „Dat is mijn lot.”

Foto Remko de Waal/ANP

Verantwoording: In mei nam de Hermitage Nederland een groep Nederlandse journalisten mee voor rondleidingen en gesprekken in de Hermitage in Sint Petersburg. NRC heeft zelf de vlucht en het hotel betaald.