Cultuur

Interview

Interview

‘Hoe komt het dat wij overleven?’

Interview Marlies Heuer Actrice

Uit de tijd vallen, waarin een vader op zoek gaat naar zijn overleden zoon, wilde actrice en regisseur Marlies Heuer al langer spelen, maar ze werd ernstig ziek.

Op een avond zegt een man tegen zijn vrouw: „Ik ga naar daar waar ons dode kind is.” De vrouw antwoordt: „Maar dan zul je niet terugkomen, er is daarvandaan nooit iemand teruggekeerd.” In dat ene woordje ‘daar’ schuilt het drama van het toneelstuk Uit de tijd vallen naar het gelijknamige boek van de Israëlische schrijver David Grossman uit 2011. De vader wil het kind zien en gaat op zoek in het dodenrijk; de vrouw blijft achter.

Actrice Marlies Heuer (1952) speelt de vrouw en voert de regie van het toneelstuk, dat dinsdagavond in première ging tijdens het Zeeland Nazomerfestival. „Het boek staat al lang op mijn verlanglijst”, zegt ze in het Industrieel Museum Zeeland in Sas van Gent, waar het stuk wordt opgevoerd. „Maar drie jaar geleden werd ik erg ziek, ik balanceerde op het randje van de dood. Ik lag een tijdlang in het ziekenhuis en niets kon me troost bieden, zelfs muziek niet. Ik had een raadselachtige beenmergziekte, MDS, waardoor de aanmaak van bloedlichamen ernstig is verstoord. Medici kunnen geen prognose bieden. Ik ben nu aan de genezende hand, en kan voorzichtig weer spelen, bewegen, praten en regisseren. Mijn medespelers zijn bevriende collega’s die aan mijn bed stonden, onder wie Dic van Duin en Theo Nijland. Met hen durf ik het aan. Mijn vriend Jan Kuijken begeleidt de voorstelling op cello.”

Tijdens een psychose zag ik de beelden van hoe de voorstelling moet worden voor me: grillig, fantasierijk.

Heuer ontving tweemaal de Theo d’Or, de hoogste toneelonderscheiding, onder meer voor haar titelrol in Hedda Gabler. Van oorsprong is Heuer mimespeler en dat zie je terug in haar spel: haar gebaren getuigen van grote precisie. Ze speelde in tal van toneelstukken en films. Vier jaar geleden maakte ze, ook op het Zeeland Nazomerfestival, indruk met haar vertolking van Winnie in Happy Days van Samuel Beckett. Daar zat ze dan, zoals de regie voorschrijft tot aan haar nek gevangen in het zand, ditmaal op locatie in de Wilhelminapolder. Heuer: „De bewegingloosheid van Winnie leek wel een voorbode. Ik houd, net als Grossman, erg van wandelen en opeens kon ik de ene voet niet meer voor de andere zetten. Op het ziekbed gingen mijn gedachten telkens uit naar Grossmans boek. Omdat ik een lage weerstand had, kreeg ik een infectie in mijn hoofd. Dat veroorzaakte een nachtmerrieachtige situatie, een psychose. Daarin zag ik de beelden van hoe de voorstelling moet worden voor me: grillig, fantasierijk.”

Grossman noemt zijn boek een ‘verhaal in stemmen’. Hoofdpersoon is een schrijver die woorden van troost zoekt voor de dood van zijn kind. De aanleiding is autobiografisch: Grossman en zijn vrouw verloren hun twintigjarige zoon Uri aan het front in Libanon. Artistiek leider Alex Mallems, verantwoordelijk voor de bijzondere locaties van dit Zeeuwse theaterfestival, kiest voor een leegstaande hal naast het museum: „Dit aangrijpende boek over de dood van een kind moet je spelen in een neutrale entourage. Een kerk is te beladen. Bovendien kan de dolende man op zoek naar het daarginds hier in wijde cirkels rondom de tribune lopen. Dat versterkt zijn zoeken.”

Mallems vergelijkt het ‘daarginds’ met het dodenrijk waaruit Orpheus zijn geliefde Eurydice wil terughalen. In zekere zin is Marlies Heuer ook ginds geweest, aan gene zijde. „Het boek is sprookjesachtig met figuren als een nettenboeter, vroedvrouw, stadschroniqueur, de wanhopige schrijver. Ze hebben allemaal hun kind verloren en aan het slot sluiten ze zich bij de vader aan. In die zin is mijn stuk een wandelchoreografie van zoekende mensen die antwoord willen vinden op een beklemmende vraag: ‘Hoe komt het dat jullie dood zijn en wij overleven?’”

Toch schuilen er hoop en loutering in de tekst, aldus Heuer: „Alleen als de schrijver taal kan vinden om zijn rouw uit te drukken, wordt de dood draaglijk. Een tijdlang ontbrak het me aan creativiteit, dat vond ik het ergst. Gelukkig is die nu teruggekeerd en kan ik met Grossmans boek vorm geven aan mijn ziekte. Als je iets meemaakt, hoe verschrikkelijk ook, dan moet je er iets van maken, lijkt Grossman te zeggen. Aan het slot heeft de schrijver weliswaar woorden gevonden en bevrijding bereikt, maar dan verzucht hij dat het zijn hart breekt ‘dat het kan – dat ik daarvoor de woorden heb gevonden’. Zo’n slot is zeldzaam mooi: het is wanhoop en troost tegelijk.”

Uit de tijd vallen, door Theaterproductiehuis Zeelandia. Te zien t/m 2/9 in Industrieel Museum Zeeland, Sas van Gent. Inl.: theaterzeelandia.nl