Cultuur

Interview

Interview

Ayrton Senna in de McLaren bij een training voor de US Grand Prix in Phoenix in 1991.

Mike Powell/Getty Images

Hij sprak niet, hij dééd. Daarom is Senna de grootste

Na de exit van Usain Bolt uit de atletieksport deze zomer ontstond een wereldwijde kakofonie over de vraag wie de grootste sporter aller tijden is. Verder dan een semantische discussie kwamen ze niet, de toogkrijgers en pseudofilosofen. Het is dan ook een onmogelijke vraag.

Jesse Owens was in zijn tijd een topsprinter, zij het onvergelijkbaar met Bolt. Niets van een sporteeuw is vergelijkbaar. Trainingsfaciliteiten en -methodes, voeding en kleding, coaching en begeleiding, uitstraling en commercie; alles is opgedeeld in oude en nieuwe tijden. Vooral in de sport is de evolutieleer niet bij te houden. Spikes waren vroeger halve drilboren, nu fijne naaldjes. Ondergoed ademt en ventileert, vroeger was het een dwangbuis.

Zelfs de prestatieprikkels zijn onvergelijkbaar. Van eer en nationalisme naar geld en glamour. Van bedevaart naar casino. De moderne atleet springt en loopt niet voor een vlag, hij buitelt naar zichzelf toe. Zijn ego is land en vlag. Dafne Schippers denkt geen seconde aan Oranje als ze op de atletiekbaan in de startblokken neerhurkt. Dan nog eerder: zit mijn haar goed?

In de vorige eeuw was Sergej Boebka een fenomeen in het polsstokspringen. Op alle Spelen en WK’s verlegde hij zijn eigen wereldrecord. Laat morgen Boebka door Amsterdam lopen, en geen mens die nog opkijkt. Hoe lang kun je in deze atomische tijd nog legende zijn? Ik heb dit land in totale gekte gekend na de drie gouden medailles van Yvonne van Gennip in Calgary. Een in Haarlem nooit geziene menigte smeekte om een balkonscène. Yvonne wordt in de Hema niet meer herkend. Maar misschien komt dat door haar droeve ogen.

Eigenlijk betekent vooruitgang in de sport vervalsing.

Yvonne van Gennip in actie tijdens de Olympische Spelen in Calgary.
Foto ANP/AFP
Dafne Schippers wordt eerste en wint daarmee het goud tijdens de finale van de 200 meter hardlopen op het WK atletiek in het Olympisch Stadion in Londen.
Foto Robin van Lonkhuijsen

Zonder magie geen legende

Om in aanmerking te komen voor het begrip ‘grootste aller tijden’ is meer nodig dan instinct, spierkracht en souplesse. Zonder magie geen legende. De hiërarchie onder topsporters voltrekt zich ook langs een emotionele meetlat. En er moet een geheim zijn, een mysterie zelfs. Dan pas gaat een record of een knalprestatie leven. De grootste kampioenen zijn ook groots in ondoorgrondelijkheid. Je kan je zelfs niet voorstellen dat je idool het lot van stoelgang deelt.

Michael Phelps is de koning van het zwembad. Niemand komt bij hem in de buurt, hij besprenkelt zich met medailles. En toch is Ian Thorpe altijd mijn favoriet geweest. Want geheimzinniger, kwetsbaarder, gelaagder. Zwemmen was werken voor hem, voor Phelps was het eerder een speels intermezzo. Niet dat het vanzelf ging, al die gouden medailles, maar het water boog naar hem. Thorpe moest het klieven.

Michael Phelps tijdens de Olympische finale 200 meter wisselslag op 11 augustus 2016 in Rio de Janeiro. Foto Patrick B. Krämer/EPA

Onvergelijkbare grootheden

Al die lijstjes over de grootste en de beste berusten op een flinke dosis ordinair favoritisme. Er moet een totaal beeld van de atleet ontstaan. Een culturele identiteit misschien. Usain Bolt is spektakel. Zijn rituelen brengen vrolijkheid. Zijn spreken is jazz. Usain zingt de woorden voor zich uit, maar zegt eigenlijk niets. Geheimzinnigheid hoort bij zijn succes. Hij is een populist in communicatie, maar wel de snelste man ter wereld. Ook als de Jamaicaan niet jouw type is, is hij toch een wereldwonder. Door zijn onnoemelijke snelheid, maar ook door zijn persoonlijkheid: hij celebreert de sprint en zichzelf.

Ali is veruit de grootste en toch heeft Rocky Marciano mij dieper geroerd. Vreemd.

Het sportieve leven van Muhammad Ali is al helemaal een hoogmis. Estheet in de ring, de huid met de glans van een oude viool. Balletdanser had ook gekund. Vrijwel alle klappen die hij uitdeelde waren raak. Hij maakte van zijn bokspartijen een show, van zijn leven een humanitaire missie. Ali is veruit de grootste en toch heeft Rocky Marciano mij dieper geroerd. Vreemd.

Sportlijsten vragen om de kwadratuur van de cirkel. De speculaties over Pelé en Cruijff wie van beiden nu de grootste is, zijn koeterwaals. Onvergelijkbare grootheden: ander tijd, andere cultuur, andere urgentie. Het is zelfs blasfemisch om de een op te knopen aan het succes van de ander. Ze zijn grootheden van elkaar.

ANP
EPA/AFP
Johan Cruijff en Pelé

Geheimzinnigheid

De eenzaamheid aan de top is ook een factor van beoordeling. De in onze contreien geheel onbekende Wayne Gretzky is veruit de grootste ijshockeyspeler ooit. 894 goals, 1923 assists, de beul van het ijs, maar draaiend als een vlinder. Het is onbegrijpelijk dat in het schaatsland Nederland ijshockey maar niet van de grond komt. Naast basketbal is het de mooiste televisiesport. Wayne Gretzky hoort in de schoolboekjes.

Terug naar de geheimzinnigheid. Was Mohammad Ali een geest in de ring dan was Ayrton Senna dat in zijn bolide. Ook zonder zijn smartelijke dood is deze Braziliaan voor mij de grootste sportman aller tijden. Vergeleken met Senna zijn Schumacher en Verstappen mecaniciens van de Formule 1. Ayrton was van zijde en zo reed hij ook. Niet te doorgronden in zijn magistrale rijkunst. Ook nog een man zonder woorden. Maar wat een stijl, wat een snelheid, wat een bravoure. Als we dan toch moeten kiezen, dan maar Ayrton Senna op één als de grootste sportman aller tijden.

Er zijn ook nog Eddy Merckx, Michael Jordan en de darter Phil Taylor die de concurrentie verpulverden. Zij horen in de toptien.

Vrouwen veroveren topsport

Tijd voor de vrouwen. De feminisering van topsport zet zich door in diverse atletiekdisciplines, in wielrennen en nu ook in voetbal. Nederlanders kunnen uiteraard niet om Fanny Blankers Koen heen. Zelf houd ik het op Merlene Ottey ofschoon ze nooit olympisch kampioene is geworden. Wel 34 medailles op grote internationale toernooien. Ottey was een stijlicoon op de piste. Ik was altijd een beetje triest als de 100 en 200 meter weer voorbij waren.

Iedere vallende wimper van Dafne Schippers wordt geregistreerd en geregisseerd. Daar had Fanny in haar tijd geen last van. En Monique Knol ook niet. Het doet niets af aan de atletische prestaties van de dames. Nafi Thiam op de meerkamp is een explosie van kracht en temperament. Vrouwen hebben de topsport veroverd, autonoom, even goed als mannen.

De top 15