Commentaar

Spaanse aanslagen tonen belang van een solidaire bevolking

De aanslagen in Barcelona en Cambrils vorige week maakten weer duidelijk hoe moeilijk een asymmetrische oorlog voorkomen, gevoerd, laat staan gewonnen kan worden. In dit geval een conflict tussen staten en anonieme terroristen uit gesloten subculturen, in een samenleving die maar beperkt is te beveiligen tegen aanslagen met auto’s en kleine handwapens.

Gevoelens van angst en kwetsbaarheid domineren, zoals vaker na dergelijke incidenten. Welk land of welke stad is hierna aan de beurt? Van ‘Barcelona’ valt te zeggen dat dit een georganiseerde groep moslimverdachten van eigen, Spaanse bodem was die vermoedelijk tot actie werd gedwongen toen een bommenwerkplaats ontplofte en ontdekking onvermijdelijk werd. Nu vielen door met een eenvoudig busje op het publiek in te rijden 15 doden en 130 gewonden. Mét bommen had dit dus nog erger kunnen aflopen.

Het leidt helaas onmiddellijk ook tot wantrouwen tegen de moslimbevolking van het Noord-Spaanse Ripoll, waar de verdachten vandaan bleken te komen. Had men daar deze ontsporing kunnen opmerken en dus de aanslagen kunnen voorkomen? Zeker is dat waakzaamheid van de bevolking effectief aanslagen kan tegengaan, zoals ook bleek uit het overzicht van reeds genomen antiterreurmaatregelen, deze week in NRC. Zonder collectieve schuld te veronderstellen mag van moslimgroepen, ook in de Nederlandse samenleving, een verhoogde waakzaamheid worden verwacht. ‘Niet uit onze naam’, luidden teksten van Spaanse moslims uit Ripoll immers, als commentaar op de aanslagen. Dat verplicht dan ook tot waakzaamheid in eigen wijk en gemeenschap. Samenlevingen gaan kapot als langs lijnen van geloof of afkomst wantrouwen en haat groeien en dus vijandschap ontstaat. Dat is precies wat de terroristen willen en wat tezamen moet worden voorkomen.

Zulke wrede aanslagen worden gekenmerkt door volstrekt willekeurig bloedvergieten, waarbij ook kinderen doelwit zijn, gepleegd door daders die daarbij in beginsel hun leven willen verliezen. Getuige ook de nepbomgordels die zij droegen – waarop de politie maar één antwoord kan geven, wat dan ook prompt gebeurde. Meteen gericht schieten vraagt van gewone politiemensen uitzonderlijke koelbloedigheid, waar niet iedere agent op voorbereid is.

De reactie van de Spaanse bevolking de dag na de aanslag was er een van moed, zelfvertrouwen en bewonderenswaardige kalmte. Keep calm and carry on, wordt in het Spaans wel ironisch vertaald als ‘Mantén la calma y échate una siesta’ – blijf rustig en doe een dutje. Hoe dan ook leken saamhorigheid en solidariteit te winnen, een enkel misverstand tussen de Catalaanse en Spaanse overheid daargelaten. Maar dat burgers en overheden het bij dergelijke crises vooral van elkaar moeten hebben, is wel weer aangetoond. Terroristen willen verdeeldheid zaaien, angst aanwakkeren en samenlevingen ontwrichten. Dat mag niet lukken en dat hoeft ook niet.

Uit het NRC-overzicht van antiterreurbeleid bleek al dat de meest effectieve vooral de conventionele maatregelen zijn: grotere capaciteit van de inlichtingendiensten, betere controle van grenzen en vluchtelingenstromen, nauwere samenwerking van overheden, vergroten capaciteit van wijkpolitie en ‘ontregelen’ van jihadistische netwerken. Dat is min of meer gewoon bestuurlijk handwerk – een quick fix bestaat niet. Maar een opdracht ligt er wel. Ook in andere Europese landen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.