Als de staat het niet doet, moet de rechter maar voor schone lucht zorgen

Vooral in grote steden wordt volgens Milieudefensie niet voldaan aan Europese normen voor luchtkwaliteit

Medewerkers van Milieudefensie meten hoe vervuild de lucht is op de hoek van de Hoefkade en de Vaillantlaan in Den Haag. Koen van Weel / ANP

Een kleiner broertje van de grote Urgenda-klimaatzaak: zo zou je het kort geding kunnen noemen dat woensdagochtend diende in Den Haag. Voor de tweede keer probeerde een milieuorganisatie, ditmaal Milieudefensie, de staat via de rechter te dwingen om maatregelen te nemen tegen milieuvervuiling. Nu niet om klimaatdoelen te halen, maar om te voldoen aan de Europese norm voor luchtkwaliteit.

Daar is het hoog tijd voor, vindt Milieudefensie. Eigenlijk moest Nederland al in 2010 voldoen aan de normen voor stikstofdioxide en fijnstof, maar er werd uitstel aangevraagd tot en met 2015. Maar nu wordt er op een aantal plekken, vooral in grote steden, nog stééds niet voldaan aan die eis. Sterker nog: het kabinet voerde maatregelen in die juist averechts werken, zoals de 130-kilometerlimiet op snelwegen. Het verzoek om een volledige zaak hierover te voeren diende Milieudefensie al een jaar geleden in. Daar werd steeds geen datum voor geprikt (inmiddels is die er wel, in november), dus besloot de organisatie over te gaan tot een - met crowdfunding gefinancierde - kort geding.

Milieudefensie denkt namelijk, en met haar veel experts in het milieurecht, dat het zo’n goede kans maakt dat ook in een korte procedure er al gewonnen kan worden. Woensdagochtend legde advocaat Phon van de Biesen van de organisatie nog eens uit hoe simpel de zaak wat hem betreft in elkaar steekt: er zijn harde normen, en daar voldoet Nederland niet aan. In andere Europese landen zijn bovendien soortgelijke zaken eerder gewonnen door milieuorganisaties – vier weken geleden zelfs nog, in Stuttgart.

Politiek terrein

Die redenering lijkt steekhoudend, vertelt Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden. „Het gaat gewoon om een EU-wet die geldt in Nederland. Milieudefensie klaagt erover dat die wordt overtreden. Daar kan iedere burger over procederen.” De zaak verschilt in dat opzicht van de Urgenda-zaak, die over veel minder concrete, internationale verdragen ging. Voermans prijst bovendien de sterke juristen van de organisatie die volgens hem een goed doortimmerd betoog hebben.

Lastigere punten zijn, specifiek in het kort geding, het aantonen van een spoedeisend belang en de vorderingen die Milieudefensie eist. De organisatie kan wellicht gelijk krijgen, maar de vraag is of de rechter inderdaad de Staat een verbod op zal leggen op elke maatregel die kan leiden tot nieuwe overtredingen van de normen, zoals onder meer geëist wordt. Voermans: „Daarmee begeeft ze zich op politiek terrein.”

Voor Milieudefensie hoeft dat overigens niet eens de belangrijkste uitkomst te zijn. Dat een gunstige uitspraak zorgt voor politieke discussie telt ook, zoals al zichtbaar was bij Urgenda. Voermans: „De timing is, zo met de formatie, erg goed.”

Milieudefensie schetst een doembeeld dat niet overeenkomt met de werkelijkheid

De Staat verdedigde zich woensdag door te stellen dat er al heel veel gedaan wordt om de luchtkwaliteit naar de norm te brengen. „Milieudefensie schetst een doembeeld dat niet overeenkomt met de werkelijkheid”, zei landsadvocaat Bert-Jan Houtzagers. „Het gaat om een aantal hardnekkige lokale knooppunten langs grote wegen. We doen onze stinkende best.” Volgens Milieudefensie is dat een oud argument. „Dat is een variant die wij al tijden horen: we zijn op de goede weg. Maar de kleermaker die op de afgesproken datum een jas levert zonder mouw, voldoet niet aan de afspraak.”

De uitspraak volgt op 7 september. De volledige bodemprocedure in november gaat hoogstwaarschijnlijk ook gewoon door. „Daar maken ze wat mij betreft ook een goede kans”, aldus Voermans. Maar niet op alle punten: Milieudefensie gooit het dan ambitieus nog extra over een principiële boeg van mensenrechten. „Dat lijkt me tamelijk kansloos.”