Opinie

Terreur stelt de broze Spaanse eenheid op de proef

Catalonië is geobsedeerd met zichzelf, schrijft , die al zestig jaar in Barcelona komt. De aanslag op de Ramblas drijft de kwestie van de onafhankelijkheid verder op de spits.

Foto Edu Bayer / Hollandse Hoogte

Een woord is me de laatste dagen in de Spaanse kranten opgevallen, een woord dat ik daarvoor nooit gehoord had: ramblajear, over de Ramblas lopen. Een Nederlands equivalent zou zijn ‘rokinnen’, of ‘voorhouten’.

Sinds de aanslag is ‘ramblajear’ zeer populair, alsof de inwoners van Barcelona met hun voeten waar willen maken wat ze bij de herdenkingen op de Ramblas zo luid in het Catalaans geroepen hebben, no tinc por, ik ben niet bang, of, als ze in het meervoud riepen, no tenim por. In het Spaans zou dat moeten zijn no tenemos miedo of no tengo miedo, maar het feit dat ze dat in het Catalaans riepen waar zowel de koning als premier Rajoy op de voorgrond bij stonden, zegt iets over de achtergrond van de problemen hier die ook bij een dramatische nationale gebeurtenis nooit helemaal weg zijn.

Het verleden verdwijnt nooit helemaal, het houdt zich schuil, wacht en soms komt het spoken

Een jaar geleden werd de koning in deze zelfde stad uitgejouwd, en had Ada Colau, de burgemeester, nog de portretten van deze en de vorige koning uit het raadhuis weg laten hangen, waardoor ze een voorschot nam op het einde van een tijdperk. Het kan verkeren. Er gebeurt altijd iets voor het eerst, en iets voor het eerst niet.

Als beeld was het onweerstaanbaar, deze zesde koning Felipe is een buitengewoon lange man. Daardoor steekt hij altijd boven iedereen uit, wat vooral opvalt als er weer eens een Latijns-Amerikaanse president gekozen is en hij naar de inauguratie moet en probeert zich als de oude koloniaalmacht zo klein mogelijk te maken. Nu stond hij hier, plotseling zij aan zij naast Carles Puigdemont, de president van Catalonië die ook al niet groot is, en die zich via een referendum van dit land wil afscheiden, waardoor de koning in ieder geval in Barcelona geen koning meer zal zijn.

Er werd nu niet gejouwd maar gezwegen, de lange koning stond naast de kleinere president, rouw en verdriet waren aan de orde, men stond tussen het volk en legde bloemen neer.

Foto Edu Bayer / Hollandse Hoogte
Foto Francisco Seco / AP

Foto links: koning Felipe van Spanje naast de Catalaanse regiopresident Carles Puigdemont (rechts), tijdens de herdenking van de slachtoffers van de aanslag op de Ramblas. Foto rechts: mars in 2014 voor Catalaanse onafhankelijkheid.

De Ramblas ken ik al zestig jaar. Je loopt vanaf de Pláça de Catalunya naar beneden alsof het een stroom is die in zee uitmondt, daar waar het standbeeld van Columbus staat die resoluut de verkeerde kant op wijst, naar het Verre Oosten. Terwijl hij nou juist naar het Westen zou varen om te ontdekken dat daar een werelddeel lag dat zichzelf allang ontdekt had, maar dat door de Spanjaarden eeuwenlang zou worden gekoloniseerd. Het werelddeel vanaf Mexico tot de verre zuidpunt van Chili zou zijn eigen talen en zijn godsdiensten moeten opgeven in ruil voor de taal van Cervantes, Quevedo en Calderón.

Elk jaar zie ik dat beeld omdat het aan de haven staat waar ik de boot neem naar het eiland waar ik ’s zomers woon. Het is een gebiedend beeld, en hoorde voor mij in die vroege jaren bij de Duitse helmen van de Spaanse soldaten die op datzelfde plein op wacht stonden. De oorlog waarin ik zulke helmen eerder gezien had was nog niet zo lang voorbij en kinderen hebben voor zulke dingen een goed geheugen.

Vijfentwintig jaar na de dood van Franco vroeg een Spaanse krant mij op te schrijven wat ik aan veranderingen zag. In de steden was dat veel, op het steeds leger wordende platteland minder. De zwarte herinnering aan de burgeroorlog en de dictatuur leken naar de achtergrond te verdwijnen, vroegere vijanden vonden zich in een nieuwe constitutie, maar het verleden verdwijnt nooit helemaal, het houdt zich schuil, wacht en soms komt het spoken.

De Ramblas zelf heb ik in die jaren zien veranderen en niet veranderen, net als Amsterdam en Venetië is het er voller en nog voller geworden. De schoenpoetsers zijn verdwenen omdat mensen geen schoenen meer dragen die gepoetst kunnen worden. Het Barrio Chino met de angstaanjagende opgeschilderde hoeren die je grootmoeder hadden kunnen zijn, heeft zijn scabreuze karakter verloren. De Boqueria, mooiste markt van de hele wereld, is gebleven, maar verdringt zijn oude klanten die achter een haag van toeristen hun lokale waren moeten zoeken. In mijn herinnering zie ik nog vreemde clubs zoals El Molino, waar de koning aller nichten optrad tussen langbenige danseressen met veel of weinig tule en toespelingen die je nooit helemaal verstond. Het Café Opera waar je een ogenblik deftig kon zijn met een geslepen glas cava, de talloze krantenkiosken waar je eindelijk de Nederlandse kranten kon krijgen die je een tijdlang had moeten ontberen. En vooral Bodega Bohemia waar je, als je zo in elkaar stak, oude zangeressen, dansers, acteurs die daar om te overleven nog optraden, kon komen bekijken en soms ook uitlachen, een merkwaardig Spaans tijdverdrijf waar de jonge reiziger die ik was maar moeilijk aan kon wennen. Of het er nog is weet ik niet.

Tekst gaat verder onder foto.

Foto: AP Photo / Santi Palacios

Het thema van de onafhankelijkheid kan niet afgezonderd worden van de dingen die de laatste dagen gebeurd zijn. Catalonië is al tijdenlang volstrekt geobsedeerd door zichzelf en het thema; de rest van de wereld bestaat niet meer, wat een voorbode zou kunnen zijn van een verstikkend provincialisme. El País schrijft dat de CUP – de fanatieke nationalistische drijvende kracht achter het bedoelde referendum, die de regeringspartij aan de noodzakelijke meerderheid helpt – gestopt moet worden. Want, schrijft de krant, Puigdemont en zijn vicepresident Oriol Junqueras zijn gijzelaars geworden van deze fanatici. Maar dan wel gijzelaars die bij gelegenheid graag vooroplopen met uitspraken als: „Bij een meerderheid van één stem roepen we nog diezelfde dag de republiek uit.”

Als ik Catalaanse vrienden vraag hoe het af moet lopen, hoor je vaak een lacherig cynisme of een nonchalant ongeloof. Er wonen tenslotte ook veel niet-Catalanen in het land, de zakenwereld is huiverig, en Europa zwijgt vol betekenis. Maar niemand is er gerust op. En toch, hoe wil je een republiek worden als meer dan de helft van de inwoners dat eigenlijk niet wil? Wat voor ‘Brexit’ moet dat worden?

In een land vol symboliek is niets zonder betekenis

Duidelijk was dat de plotselinge, door dit drama afgedwongen nabijheid van de voornaamste acteurs een zeer vreemde was. De koning schreef een rouwbeklag in het boek dat daarvoor klaar lag, en tekende met Puigdemont naast zich, als Graaf van Barcelona, een titel die hij heeft maar niet eerder gebruikt had. In een land vol symboliek is niets zonder betekenis. Eens, lang geleden, liep ik ’s avonds uit La Bohemia een eindje op met een oude tenor die vroeger triomfen gevierd had in het Teatro Colón in Buenos Aires. Ik vroeg hem of hij het niet erg vond om uit noodzaak hier te moeten optreden, en hij zei: „Ach, er zijn weinig waarheden in het leven” – een zin die ik niet vergeten ben.

Nu zie ik de nog niet door het leven getekende gezichten van een aantal veel te jonge jongens die een paar dagen geleden nog leefden, opgejaagd door een fanatieke imam, en buiten de radar van de inlichtingendiensten gebleven omdat die volgens sommigen in deze woelige tijden door guerras institucionales – lees het heen en weer tussen Spanje en Catalonië – afgeleid waren. En dan zie ik in Ripoll een groep islamitische moeders met hoofddoeken die treuren om de dood van hun misleide zonen, en die een handgeschreven papiertje in de lucht naar de camera’s houden waarop in het Catalaans staat „niet in mijn naam”. En op de Ramblas staan de uitgedoofde kaarsen en liggen de treurige bloemen voor de doden die met dit alles niets te maken hadden.