Recensie

Stuurloosheid van het leven in troostend verhaal gegoten

De held van ‘The Only Living Boy In New York’ is een jongeman met schrijfambities. Hij ontmoet een auteur die hem gevraagd en ongevraagd van advies voorziet. Dat levert een film op vol culturele verwijzingen, sprankelende dialogen en psychologisch inzicht.

Thomas Webb (Callum Turner, links) en zijn buurman W.F. Gerald (Jeff Bridges) in The Only Living Boy in New York.

The Only Living Boy in New York heeft veel gemeen met The Graduate, de film die dit jaar zijn vijftigjarig jubileum viert. Net als bij The Graduate voert de muziek van Simon & Garfunkel de boventoon, The Only Living Boy in New York ontleent zijn titel aan een S&G-lied. Daarnaast is de held een wat stuurloze jongeman die denkt te weten hoe het leven in elkaar steekt en wordt er een oudere vrouw opgevoerd die de hoofdpersoon uit balans brengt terwijl hij probeert een leeftijdsgenoot te versieren.

Thomas Webb (Callum Turner), zijn achternaam verwijst naar die van de auteur van The Graduate, Charles Webb, is een twintiger die niet weet wat hij wil worden. Hij heeft schrijfambities en komt uit een artistiek New Yorks milieu, zijn vader (Pierce Brosnan) is uitgever. Thomas is vooral bezig Mimi voor zich te winnen, een meisje dat al een relatie heeft. Op een dag treft hij W.F. Gerald (Jeff Bridges) op de trap van zijn huis, waar de morsige Gerald net een appartement heeft betrokken. W.F. Gerald is een alcoholistische auteur die Thomas gevraagd en ongevraagd van advies voorziet. Vooral zijn opmerking dat het leven vol toeval zit en soms een knoeiboel is, kan als motto dienen van deze film.

Hoe minder je verder over de plot weet, hoe beter. Het melancholieke The Only Living Boy in New York kan bogen op wat wel een ‘literair’ script wordt genoemd: een zorgvuldig geconstrueerd verhaal vol culturele verwijzingen, sprankelende dialogen, aardige aforismen en psychologisch inzicht. Juist die zorgvuldige constructie zorgde voor vrij vernietigende Amerikaanse recensies, waarbij min of meer vergeten wordt dat literator W.F. Gerald de verteller is. Zijn leven, en dat van de Webbs, mag dan een puinhoop zijn maar van zoiets kún je natuurlijk best een keurig afgerond, troostend verhaal maken. Het leven bevat al genoeg losse eindjes.