Recensie

Sterrencast van straatkatten toont Istanbul op wonderlijke wijze

Ceyda Torun

De documentaire van Ceyda Torun gaat over de honderdduizend straatkatten die door Istanbul lopen. „Ik ben niet eens de grootste kattenliefhebber die er is. Maar de straatkatten van Istanbul zijn mijn grote liefde.”

Aan de hand van zeven katten voert Kedi de kijker door Istanbul.

Er lopen waarschijnlijk wel honderdduizend straatkatten door Istanbul. Sommige zijn grappig, andere slim of diepzinnig. Het is nog maar een fractie van de miljarden katten die internet bevolken. Maar de stad heeft met z’n boven- en ondergrondse werelden, doorkijkjes en eindeloze mogelijkheden om te verdwalen wel iets van het world wide web. Bovendien: katten en film. Ze doen het goed samen. Ze hebben een lange geschiedenis. Een van de eerste close-ups uit de filmgeschiedenis was van een kat, in The Sick Kitten uit 1901. En de opkomst van sociale media heeft van elke kattenliefhebber een amateurfilmmaker gemaakt.

Een handvol van die honderdduizend speelt de hoofdrol in Kedi (Turks voor ‘kat’), een documentaire van Ceyda Torun, die zelfs van hondenmensen kattenfans maakt. De film was een verrassingshit in de Verenigde Staten, en is nu bezig Europa te veroveren. Dat heeft alles te maken met het feit dat de film zoveel meer is dan een lange kattenvideo.

Aan de hand van zeven katten, die vervaarlijke namen dragen als Psikopat (Psycho) of Hustler, of verleidelijke zoals Bengü, ‘The Lover’, de liefste moederpoes die er is, voert ze ons door de stad. Een stadssymfonie vanaf dakranden en vanuit kelderramen.

Ik spreek Torun via Skype in Los Angeles, waar ze tegenwoordig woont. Ze biecht op: „Ik ben niet eens de grootste kattenliefhebber die er is. Of beter gezegd: ik hou niet van álle katten. Maar de straatkatten van Istanbul zijn mijn grote liefde.

„Toen ik jong was had je alleen straatkatten”, vervolgt ze. „Misschien dat je af en toe stiekem een kat mee naar binnen probeerde te smokkelen, maar niemand had een kat als huisdier. Dat betekende dat de hele buurt voor de kat zorgde.”

Katse perspectieven

Torun is geïnteresseerd in de rol van de kat binnen de sociaal-geografische ontwikkelingen van Istanbul. Ze beschrijft de verschuiving van straatkat naar huiskat, en hoe dat haars inziens betekent dat de openbare ruimte minder sociaal, minder gastvrij en toegankelijk is geworden. „Bovendien hebben steeds minder mensen een tuin. Daardoor zijn we van onze natuurlijke omgeving vervreemd geraakt. Misschien nemen mensen daarom ook wel huisdieren, om het contact met de wereld om ons heen te herstellen. Wat dat betreft ben ik hier in Amerika erg enthousiast over initiatieven als stadslandbouw. Mensen ontdekken dat ze op een vierkante meter balkon hun eigen groente kunnen verbouwen. Dat is niet alleen maar een hobby, maar heeft verregaande sociale dimensies.”

Niet iedereen in Turkije pikt die boodschap op, geeft ze toe. Maar dat is niet erg. De „katse perspectieven” op de stad openen de ogen van veel mensen voor hoe mooi Istanbul eigenlijk is. En als je ogen opengaan, ga je ook weer kijken naar het onbekende en onverwachte. „De meeste commentaren die ik krijg zijn van mensen die zo haastig over straat gaan dat ze de katten niet eens meer zien. In die zin is Kedi ook een pleidooi voor beter kijken.”

Ze wil nog wel een stapje verder gaan. Hoe we met straatkatten omgaan zegt uiteindelijk ook iets over hoe we met anderen omgaan, stelt ze. „Straatkatten zijn onvoorspelbaar. Dus ze kunnen een gevaar zijn in het verkeer van steeds drukker wordende steden. De vraag die daarachter ligt is niet alleen: hoe toegankelijk willen we dat onze steden zijn voor de mensen die er wonen en werken, en doe je dat door ze met auto’s vol te plempen? Maar ook: hoeveel ‘onvoorspelbaarheid’ staan we toe in de openbare ruimte?”

De ene kat leidde naar de andere

En dan is er nog die bijzondere band tussen mens en kat. De kat als spiegel van de mens. Maar ook als symbool van de nooit helemaal te begrijpen ander. Veel van de geïnterviewden in de film, onder wie ook veel kunstenaars voor wie de kat een belangrijke inspiratiebron is, spreken in heel beschouwende termen over katten, sommigen beschrijven ze zelfs als „buitenaardse wezens”.

Die fantasievol filosofische manier van praten vindt Torun „typisch Turks”: „Onze taal is bloemrijk. Maar het is ook het wezen van de kat. Misschien dat Nederlanders een vergelijkbare film kunnen maken over koeien. Maar er is een verschil: honden en koeien zien we ook als dieren die voor ons werken. Katten zijn zeer nuttig, zoals we in de film zien, ze vangen muizen en zelfs grote ratten. Maar ze gaan vooral hun eigen gang. Misschien maakt dat kattenliefhebbers zo speciaal. Dat ze een betekenisvolle, onvoorwaardelijke relatie kunnen opbouwen met een ander wezen.”

De hamvraag is natuurlijk: hoe ‘cast’ je een kat. Torun moet lachen als ik haar de vraag voorleg. „Kedi was voor mij een excuus om na lange tijd weer een paar maanden in Istanbul bij mijn familie door te brengen. Om de stad van mijn jeugd te laten zien aan Charlie [Wupperman, Toruns echtgenoot, filmpartner en vaste cameraman, red.] Door zijn ogen ben ik Istanbul ook weer opnieuw gaan zien. Ik ben begonnen iedereen die ik kende te vragen naar hun kattenverhalen, en zo ontdekken we katten in musea, moskeeën en hammams. De ene kat leidde naar de andere. We begonnen met 35, en hebben er uiteindelijk 19 gefilmd, want weet je, katten hebben nu eenmaal hun eigen willetje. Ze komen niet altijd netjes opdagen als jij een opnamedag hebt gepland. En ik had bedacht dat de kat op de camera moest reageren, alsof ze het goed vond om gefilmd te worden. Dus in die zin klopt het wel als je het over casting hebt. Ze waren mijn gidsen en mijn acteurs.”