‘Ik ben een echte uierfan’

Interview Nico Bons (42) fokt showkoeien en hij wil de beste van Europa worden. Zonder de shows zou hij geen boer meer willen zijn.

Foto Tessa Posthuma de Boer

Vorige maand ging Nico Bons voor het eerst in een jaar of acht op vakantie. Een weekje Scherpenzeel, met zijn vrouw en hun drie kinderen. „Hoor ik: héé, Nico Bons!” Hij werd herkend. „Ik zou niet weten wie het waren.” Dat is ook weer niet zó vreemd, zegt hij. Die mensen kennen hem dan van keuringen, maar Bons loopt daar met een koe aan zijn hand en is niet zo bezig met wie er allemaal op de tribune zitten.

Nico Bons is showkoeienfokker. Holsteins heeft hij, zwart-witte melkkoeien die veel in de Nederlandse wei te zien zijn. Die koeien houdt hij voor hun melk en hij neemt ze mee naar wedstrijden. Met zijn Ella’s, Koba’s, Aaltjes en Dikkies (die laatste bloedlijn is vernoemd naar zijn moeder) wint hij al jaren prijzen. Laatst nog, tijdens de rundveeshow in Zwolle, in alle categorieën: van de jongste tot de oudste koeien. Een zegetocht, schreef vakblad Boerderij.

Ja, en daar kennen mensen hem dus van. Bons – lang, blond, opgewekt – vindt het „wel eens lastig” dat hij in dat agrarische wereldje een bekende naam is. Je wordt toch in de gaten gehouden, je erf moet er altijd netjes bij liggen. Elke dag weer, de hele familie helpt mee. Buiten is op deze zonnige middag zijn vrouw Lianne aan het werk, maar ook zijn oudste dochter en zijn neefje – die allebei zomervakantie hebben.

Maar toch, als het aan Bons zelf ligt, wordt hij nog bekender. De prijzen in zijn boerderij in het Zuid-Hollandse Ottoland – vitrines vol bekers, rijen met rood-wit-blauwe sjerpen – zijn hem niet genoeg. Want: „Het gaat er niet om hoeveel wedstrijden je kan winnen, het gaat erom dat je die ene belangrijke wint. Het is het best te vergelijken met de Olympische Spelen voor een topsporter.”

En die ene belangrijke, het enige doel dat Bons nu nog heeft, is het Europees Kampioenschap, dat maar eens in de drie jaar wordt gehouden en waar geen Nederlander ooit won. De eerstvolgende editie is in 2019.

Nu is Bons zijn hele leven al gek geweest op wedstrijden, maar eigenlijk kwam dit idee van een goede bekende. Niet dat die zei: je moet Europees kampioen worden. Maar hij zei wél dat Bons een nieuw doel nodig had.

Schuldgevoel

Dat was zo’n vijftien jaar geleden. Bons had net zijn eerste grote doel behaald: hij was met een van zijn koeien Nederlands kampioen geworden. Jarenlang had hij daarvoor gewerkt. Zes uur ’s ochtends eruit – als het écht druk is om half vijf – en doorwerken tot een uur of tien, elf in de avond. Voeren, melken, maaien, wassen, scheren en dan ook nog oefenen met lopen. Want een dier van 700 kilo krijg je niet zomaar mee.

Toen het eenmaal zo ver was, ging hij in een paar maanden van „dol- en dolbij” naar „een enorm zwart gat”. Hij dacht vooral: „Wat zou vaders hiervan hebben gevonden?”

Zijn vader had een paar jaar daarvoor zelfmoord gepleegd. Pas na die gewonnen wedstrijd had hij tijd om dat echt tot zich door te laten dringen.

Uiers moeten hoog van de grond hangen, zeer vast aan de buik zitten, in een mooie rechte lijn

De laatste avond van zijn vaders leven, in 1999, had hij nog met hem gegeten. Samen hadden ze de planning voor de volgende dag doorgenomen, maar de volgende dag leefde zijn vader niet meer. Bons werd uit bed gehaald met de mededeling dat er iets ergs was gebeurd. „Ik dacht: er zullen wel koeien zijn losgebroken.”

Vier weken daarvoor had Bons’ oudere broer een ongeluk gehad. In de schuur met een ladder gevallen, zijn hoofd tegen het beton. Hij lag een aantal dagen in coma en moest een jaar revalideren. „Mijn vader heeft schijnbaar gevraagd of hij die ladder moest vasthouden. ‘Nee’, zei mijn broer. ‘Ga jij het andere werk snel afmaken.’ Daar komt een stukje schuldgevoel vandaan.”

Na zijn vaders dood moest Bons, 21 jaar, meteen aan de slag in het melkveebedrijf. Samen met zijn moeder en met Lianne, toen nog een tiener, die naast haar werk als kapster hielp zoveel ze kon.

„Ik vind nog steeds: ik was veel te jong om een bedrijf draaiende te houden. Je moet beslissingen nemen waar je niet aan toe bent. De simpelste dingen, zoals met een koe die aan het kalven was. Normaal deed mijn vader dat altijd. En natuurlijk zei hij wel: trek even mee. Maar nu was er niemand meer die zei wanneer ik moest beginnen met trekken.”

Na een jaar vroeg zijn moeder: wil je dit blijven doen? „Ik heb toen gezegd: alleen op mijn manier. Ik wil de topshowfokker van Nederland worden.” Zijn moeder, van het nuchtere soort, zag daar weinig in. „De zin waarmee ze alles kenbaar maakte: van een mooi bord kun je niet eten.” Showkoeien, dacht zijn moeder, kosten alleen maar tijd en geld. Uiteindelijk ging ze tóch akkoord, al herhaalde ze wel wat ze Bons jaren eerder had gezegd, toen hij op zijn zestiende voor het eerst een kalfje grootbracht voor een show: eerst je werk af, en dan pas je hobby.

Waar moet een goede koe eigenlijk aan voldoen? „Ik ben een echte uierfan”, zegt Bons. „Die moeten hoog van de grond hangen, zeer vast aan de buik zitten, in een mooie rechte lijn.” En een uier met aders is „geweldig”. Dat geeft „de schijn van melkrijkheid”. Daarnaast heeft een goeie koe „nette” benen, een rechte rug en niet te veel ‘conditie’. Dat is showkoeienjargon voor: niet te dik. Eigenlijk is een koeienkeuring volgens Bons net een missverkiezing. „Als je 1 meter 60 bent en je weegt 85 kilo, dan doe je niet mee.” Bovendien: „Holsteinkoeien moeten het van de melk hebben, niet van het vlees.”

Er zijn miljonairs die zó enkele tienduizenden euro’s neertellen voor een goede koe

Bons ging aan de slag, met de melkkoeien die zijn vader hield – nakomelingen van koeien die inmiddels al zestig jaar in de familie zijn – en ging op zoek naar het sperma van de beste stieren. Iedereen zei: het wordt niet makkelijk. Hij wist dat zelf ook. Zijn vader ging vroeger ook wel eens naar shows. „Dan wist je een ding zeker: we kwam bij de onderste drie. Mijn vader vond dat vooral gezellig. Hij was drukker met praten met andere boeren dan met zijn koeien.” Hij was, kortom, zo iemand die meedoen belangrijk vond dan winnen.

Bons’ succes kwam veel eerder dan hij had gedacht. En het lukte hem om na dat zwarte gat weer het plezier in zijn werk terug te vinden. Wie weet lukt het op de Europese Keuring ook nog eens. Vorig jaar zat hij er met een derde plek in de finale dicht tegenaan. Maar je moet toch ook wel mazzel hebben, zegt hij. En kunnen opboksen tegen het grote geld, dat inmiddels ook de showkoeienwereld heeft bereikt. Want er zijn miljonairs die zó enkele tienduizenden euro’s neertellen voor een goede koe.

Ook Bons heeft daar ervaring mee. Vorig jaar kreeg hij bezoek van een Italiaan, rijk geworden in de kledingindustrie. „Hij kende me van horen zeggen en zei: ‘ik wil drie koeien van je kopen. Noem maar een bedrag.’” Bons zei nee. Het idee dat iemand anders de show zou kunnen stelen met zíjn koeien kon hij niet verkroppen. Hoeveel hij precies had kunnen krijgen, wil hij niet kwijt, maar het was „een recordbedrag”. En dat terwijl het bedrijf het toen door de zeer lage melkprijs, financieel erg zwaar had.

Wat vond zijn vrouw ervan, dat ze dat geld misliepen? Lachend: „Verschrikkelijk! En mijn moeder nog erger. Maar ik was er echt ongelukkig van geworden. Ik wil die koe aan mijn vingertje in de ring.”

Steeds zwaarder

Vroeger kon Nico Bons zich nog wel eens ergeren aan zijn vader. Als hun beste koe dood was gegaan bijvoorbeeld, dan kon zijn vader zeggen: nu is er weer een nieuwe de beste. „Daar kon ik zó slecht tegen.” Of toen Bons overdag nog buitenshuis werkte, ’s avonds thuiskwam en zag dat lang niet alles was gebeurd. „Dan dacht ik: pa, alsjeblieft.”

Maar inmiddels is hij zijn vader beter gaan begrijpen. „Ik merk wel een klein beetje: het werk wordt steeds zwaarder naarmate je ouder wordt.” Tuurlijk, hij is pas 42. „Maar méér energie ga ik niet krijgen.” Het is dat hij die passie voor zijn showkoeien heeft, zegt Bons. Dan móét je nou eenmaal alles perfect doen. Anders zou hij misschien ook geen zin meer hebben om vervelende klusjes te doen.

Sterker nog: zonder die shows zou hij geen boer meer willen zijn.