Advies: meer bewegen en krachtoefeningen

Volgens de Gezondheidsraad verkleint bewegen het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en depressieve symptomen.

Foto Marcel Antonisse/ANP

De Gezondheidsraad adviseert volwassenen wekelijks tweeënhalf uur te bewegen, zoals wandelen of fietsen, twee keer per week krachtoefeningen te doen en niet te veel te zitten. Dat schrijft de raad dinsdag in een advies voor een nieuwe beweegrichtlijn.

Bewegen is gezond. Sporten verbetert niet alleen de fitheid en de spierkracht maar verkleint ook het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en depressieve symptomen. Bovendien nemen de positieve effecten toe hoe meer je beweegt, benadrukt de raad. Meer bewegen is dus beter.

De Gezondheidsraad adviseert voor het eerst spierversterkende activiteiten bovenop inspanningen zoals fietsen of wandelen. In de huidige norm zijn krachtoefeningen niet opgenomen. Ook het advies om niet te veel te zitten, is nieuw. Daarnaast drukt de raad het bewegingsadvies niet langer uit per dag, maar per week. Tot slot schrijft de Gezondheidsraad voor het eerst dat vaker bewegen extra gezondheidsvoordeel oplevert.

Medisch redacteur Wim Köhler legt in twee minuten uit waarom zitten slecht voor je is.

Minder kans op dementie

Bij ouderen verkleint bewegen het risico op botbreuken en verhoogt krachttraining de loopsnelheid. De raad schrijft dat het bovendien “aannemelijk” is dat veel bewegen zorgt voor “een lager risico op cognitieve achteruitgang, dementie en de ziekte van Alzheimer”.

Ook voor kinderen is meer bewegen goed. De raad adviseert kinderen elke dag zeker een uur te bewegen en drie keer per week spierversterkende oefeningen te doen. Kinderen zouden veel stilzitten moeten voorkomen.

Te weinig beweging

Nederlanders bewegen nog altijd te weinig. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) haalt 44 procent van de volwassenen en kinderen de nieuwe richtlijnen niet.

Demissionair minister Edith Schippers had het advies vorig jaar mei bij de Gezondheidsraad aangevraagd. De huidige norm is in 1998 opgesteld en vanwege “nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen” vroeg de minister deze norm te evalueren. Het advies van de raad is nog niet aangenomen.