Handelsoorlog met de VS? Die zal vooral China raken

Handelspolitiek

De harde aanpak van China die het Witte Huis wil, is riskant voor het Aziatische land, dat bij een conflict het meest te verliezen heeft.

Uiteindelijk zal zowel China als de Verenigde Staten veel verliezen als er een handelsoorlog uitbreekt. Foto Bobby Yip/Reuters

China zal aanvankelijk veel meer last hebben van een handelsoorlog met de Verenigde Staten dan andersom. Dit concludeert de Amerikaanse Conference Board, een denktank voor het bedrijfsleven, in een nieuw rapport.

De organisatie neemt bij zijn analyse niet de formele handelscijfers in overweging, maar hanteert gegevens over handel waarin rekening wordt gehouden met de oorsprong van verschillende onderdelen in een product. Bij buitenlandse producten die bijvoorbeeld naar China worden geëxporteerd maar Amerikaanse componenten bevatten, wordt dit deel opgeteld bij de Amerikaanse export.

Door alles zoveel mogelijk op te schonen, berekent de Conference Board hoe groot de Amerikaanse toegevoegde waarde is in de export naar China, en de Chinese toegevoegde waarde in de export naar de VS.

Uit de calculatie blijkt dat de Amerikaanse ‘blootstelling’ aan handel met China slechts 0,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp) bedraagt. Andersom is de Chinese blootstelling aan de VS 3,1 procent van het bbp. De directe schade van een groot handelsconflict is voor China dus veel groter.

Schade door handelsoorlog

Uiteindelijk zullen de verliezen aan beide kanten oplopen als het conflict groter wordt en langer duurt. Stijgende prijzen in de detailhandel, omdat Chinese producten duurder worden, zijn daar een voorbeeld van.

Problemen in de Chinese economie kunnen volgens de Conference Board doorklinken in de financiële sector, wanneer Chinese banken en bedrijven leningen aan westerse partijen niet kunnen terugbetalen. Grote koersschommelingen in de renminbi kunnen de internationale financiële markten raken. Chinese beleggingen in Amerikaanse staatsschuld vormen een mogelijk machtsmiddel, al kunnen de VS het ook Chinese investeringen in de Amerikaanse economie moeilijk maken.

De Conference Board noemt ook minder zichtbare dreigingen, zoals een afname van het Chinese toerisme of het opdrogen van Chinese vastgoedbeleggingen dat de woningprijzen in delen van de VS en Canada kan doen dalen. En de 900.000 Chinezen die op buitenlandse, vooral Amerikaanse, universiteiten studeren en die een vitale bron van financiering vormen.

China heeft meer te verliezen

Toch is volgens de denktank „China duidelijk de meest afhankelijke partij. Gezien het belang dat president Trump in het verleden hechtte aan het identificeren en uitbuiten van een overwicht als deel van zijn onderhandelingsstrategie, is het te verwachten dat de asymmetrische afhankelijkheid (tussen China en de VS) door Amerikaanse onderhandelaars de komende jaren zal worden uitgebuit.”

De blootstelling van de EU ten aanzien van China is overigens, met 1,6 procent, ruim tweemaal zo groot als de Amerikaanse. De Zuid-Koreaanse afhankelijkheid is, in de woorden van de Conference Board ‘verbluffend’, met 6,8 procent van het bbp.

De publicatie van het onderzoek over de mogelijke gevolgen van een handelsoorlog kent een goede timing: de regering-Trump kondigde vorige week maandag aan te overwegen een onderzoek in te stellen naar de ‘diefstal’ van intellectueel eigendom door China. Al vier dagen later, op vrijdag begon de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Robert Lighthizer ermee. Dat gebeurt op basis van een Amerikaanse handelswet uit 1974.

Erosie van de WTO

Dat de VS zich op deze wet baseren zegt overigens veel over de dreigende erosie van het wereldhandelssysteem. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) werd in 1995 juist opgericht om conflicten in een multilateraal systeem te beslechten.

China, WTO-lid sinds 2001, lijkt zelf ook niet vrijuit te gaan. Zeker onder Xi Jinping, maar ook onder diens voorganger Hu Jintao, is sindsdien teruggegrepen naar een beleid dat veel weg heeft van de traditionele ‘importsubstitutie’ die model heeft gestaan voor veel opkomende landen. Hierbij wordt gepoogd invoer te vervangen door binnenlandse productie. Made in China 2025, het langetermijnplan van de Chinese regering om de ontwikkeling van strategische bedrijfstakken te stimuleren, met name in de digitale sector, is daar een voorbeeld van.

Er zijn meer haviken dan Bannon

De Amerikaanse klacht is onder meer dat bedrijven die in China zaken willen doen dat alleen kunnen in een joint venture met een Chinese partner en met overdracht van kennis.

Trumps handelsvertegenoordiger Lighthizer zei vorige week dat dit „naar verluidt” onder dwang gebeurt. De Chinese markt is dermate omvangrijk en veelbelovend dat China zich deze houding zou kunnen permitteren.

Lighthizers harde woorden voor China illustreren dat het vertrek van adviseur Steve Bannon, afgelopen vrijdag, geen ommekeer betekent in de huidige Amerikaanse China-politiek. Bannon is er van overtuigd dat de VS al in ‘oorlog’ zijn met China, op economische gebied. Vorige week stelde hij in een vraaggesprek dat, als er niets gebeurt, China binnen vijf tot tien jaar de VS heeft overvleugeld.

Bannons vertrek hoeft niet te betekenen dat de houding ten aanzien van China nu milder wordt. Met Lighthizer, handelsadviseur Peter Navarro en minister van Economische Zaken Wilbur Ross blijft het kamp van handelshaviken in het Witte Huis stevig vertegenwoordigd.