Recensie

Bitterzoet sprookje over Siamese tweeling blijft op afstand

Het droomachtige verhaal van een zingende Siamese tweeling die op een dag hoort dat ze kunnen worden gescheiden, hangt van toevalligheden aan elkaar. Plot is niet waar het om draait. Maar die mix van sfeer en toeval creëert afstand.

Angela Fontana en Marianna Fontana als Siamese tweeling in Indivisibili.

Een beetje Fellini en een beetje Paolo Sorrentino. Je ontkomt er als Italiaanse filmmaker waarschijnlijk niet aan. Dus kent Indivisibili volop fantastische en surreële momenten om van het bitterzoete maar ook droeve verhaal over de Siamese tweelingzussen Daisy en Viola een sprookje te maken.

Ergens in het Napels van nu, dat door regisseur Edoardo De Angelis ook als een fictieve stad wordt afgeschilderd, net zoals het Rome van Fellini en Sorrentino, worden de twee zingende tienerzussen in hun zilveren zeemeerminnenjurk van de ene bruiloft naar de andere partij gesleept. Zowel door hun gokverslaafde vader als door een hele rits ooms die goed leven van hun succes. Tot ze op een dag horen dat ze niet hun hele leven aan elkaar vast hoeven te zitten.

De tocht die volgt is meer symbolisch: hoe neem je afscheid van je jeugd, je familie, hoe definieer je je ten opzichte van de ander en hoe vind je je eigen identiteit?

Het droomachtige verhaal hangt van toevalligheden aan elkaar. Plot is niet waar het hier om draait. Maar die mix van sfeer en toeval houdt de kijker ook op afstand. Die is niet in die droom, maar kijkt ernaar. Bovendien leunt De Angelis zwaar op referenties: naar bovengenoemde filmmakers, maar ook naar de klassieker Freaks (1932) van Tod Browning en met naam en toenaam naar Marco Ferreri. In de film is hij een louche manager, maar hij was ook de regisseur die met La donna scimmia (‘De aapvrouw’, 1964) een film maakte over de exploitatie van afschuw en fascinatie.