Wind is voor Zuid-Holland nu een besmette term

Windenergie

In 2020 moeten windmolens op land Nederland 6.000 megawatt aan energie opleveren. Nu al is duidelijk dat dit doel niet wordt gehaald. Waar ging het mis?

MEDEMBLIK - Windmolens in het Nederlandse landschap.ANP LEX VAN LIESHOUT Foto Lex van Lieshout

‘De politiek wil doordouwen en niet luisteren”, zegt de burger. „We hadden het gevoel dat de provincie met ‘nee’ geen genoegen zou nemen”, zegt de wethouder. „Mijn boodschap aan het Rijk is: kom niet met een zelfde soort vervolgopdracht”, zegt de gedeputeerde.

Welkom in Nederland windmolenland. Waar in 2020 genoeg windmolens moeten zijn opgeleverd om 6.000 megawatt aan windenergie op te wekken, waarmee voorzien kan worden in de stroombehoefte van vier miljoen huishoudens. Het is een nationale opgave: elke provincie, van het windrijke Flevoland tot het windarmere Limburg, moet eraan bijdragen.

Alleen is in vrijwel alle provincies de plaatsing van windmolens vertraagd. Bestemmingsplanprocedures zijn nog niet begonnen, milieueffectrapportages nog niet gedaan, inspraakrondes nog niet geweest, vergunningen nog niet afgegeven. Laat staan dat de bouw van de windmolens is begonnen. Alleen Flevoland en Noord-Holland liggen op schema. Limburg heeft pas 12,9 procent van zijn bijdrage rond.

Daardoor is de kans afgenomen dat die 6.000 megawatt er in 2020 staat. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die naar de voortgang van ‘wind op land’ kijkt, concludeerde eind juni: „Gegeven de stand van zaken eind 2016 is het niet waarschijnlijk dat de doelstelling voor 2020 tijdig zal kunnen worden gerealiseerd.”

Van de 6.000 megawatt aan windmolens stond eind 2016 iets meer dan de helft opgesteld. Van de molens die er nog moeten komen, is het bij 18 procent van de projecten „(zeer) onzeker” of ze op tijd operationeel zullen zijn, 6 procent zal „mogelijk/deels” operationeel zijn mits „zeer veel inspanning” wordt verricht. Een van de redenen voor de vertraging is „gebrek aan draagvlak en acceptatie” bij burgers en lokale overheden.

Dit is het verhaal van hoe Nederland zijn eigen weerstand tegen wind creëerde, met de provincie Zuid-Holland als voorbeeld. Want hoewel de meeste burgers wel willen verduurzamen, wil niemand windmolens zien.

Alleen op de wc hoor je de molens achter de dijk niet

In de zomer van 2013 hoorden de families Volmer en Blonk vanachter de dijk geboor en geklop. Dat was niets bijzonders. Achter de dijk van Geervliet, en over het Hartelkanaal, ligt de Botlek. En als de wind uit het noorden komt, horen ze hier op Voorne-Putten altijd geluiden vanaf het haven- en industriegebied.

„Ik heb spijt dat ik niet ben gaan kijken”, zegt mevrouw Volmer. „Opeens stonden die palen er”, zegt mevrouw Blonk. Windmolens, acht stuks. Op de weg van Spijkenisse naar Geervliet zie je de wieken opdoemen boven de Keukenkampioen en de McDonald’s. In Geervliet zelf torenen de molens boven de daken van de historische dorpskern uit.

En aan de Hooftweg, waar de families Volmer en Blonk wonen, hoor je een continu gezoem. „Alleen op de wc hoor je ze niet”, zegt mevrouw Volmer. Mevrouw Blonk laat het uitzicht vanuit haar huiskamer op „die dominante dingen” zien: „Als de zon opkomt, hebben we last van slagschaduw. Alleen bij mist is het rustig.”

Ze zijn niet tegen windmolens, bezweren ze, noch tegen duurzaamheid. Mevrouw Volmer wijst op de zonnepanelen op haar dak. Mevrouw Blonk vraagt: „Waarom kunnen die turbines niet op zee of op de Maasvlakte?”

De plaatsing van deze molens „was onverwacht en ondoordacht”, zeggen ze. De buurt belde met de gemeente Nissewaard, waar Geervliet onder valt. Maar die wist van niets. De windmolens staan namelijk in de gemeente Rotterdam. „Precies op de rand”, zegt Jan de Rijke, van actiegroep Buren van Botlek. „Ik kan me zo voorstellen dat er een kaart van Rotterdam aan een muur hing zonder het omringende gebied en dat de beoordelaar daardoor op het verkeerde been is gezet.”

Ze vergaten de buren te waarschuwen

Ook op andere plekken worden windmolens aan gemeentegrenzen gezet. De gemeente Den Haag gaf bijvoorbeeld toestemming voor een windmolen langs de A4, daar waar Leidschendam-Voorburg begint. Den Haag noch de exploitant informeerde de omwonenden. Staatsbosbeheer stelde een bos ten oosten van Nootdorp beschikbaar, maar vergat Zoetermeer aan de andere kant van het groen te waarschuwen.

Elders ontstond verwarring en boosheid doordat de provincie – in nieuwe samenstelling na de verkiezingen van 2015 – met een nieuwe lijst locaties kwam. Deels was dat noodzakelijk omdat bestaande turbines aan het eind van hun levensduur zijn en moeten worden vervangen. Dat kan niet altijd op dezelfde plek, omdat molens groter zijn geworden. Deels was de nieuwe lijst noodzakelijk omdat sommige oude locaties na een milieueffectrapportage ongeschikt bleken te zijn.

De inwoners van Geervliet en buurdorp Heenvliet probeerden tot aan de Raad van State, de hoogste beroepsrechter, gedaan te krijgen dat de windmolens zouden worden afgebroken of in elk geval wat stiller konden zijn. Maar de turbines voldoen aan de normen.

Jan de Rijke van actiegroep Buren van Botlek zegt: „Ik ben niet tegen windmolens, alleen moet wel rekening worden gehouden met omwonenden. Maar de politiek wil doordouwen en luistert niet.”

Inspraakavonden? Hij moet lachen: „Er staat in de wet dat ze moeten, maar ze zijn zo formalistisch. Voor burgers zijn er niet of nauwelijks mogelijkheden om zaken aan te vechten, of ze zijn strikt gebonden aan tijdslimieten.”

De windmolens aan het Hartelkanaal passen in de nationale opgave. Die bepaalt dat Zuid-Holland in 2020 735,5 megawatt moet hebben opgeleverd, ongeveer 245 windturbines. De provincie verdeelde dat vermogen weer over de gemeenten, waarvan de bulk naar drie gebieden: de haven sloot een akkoord voor 300 megawatt, het eiland Goeree-Overflakkee, dat energieneutraal wil worden, voor 225 megawatt, en de voormalige stadsregio Rotterdam, waar de vier eilandgemeenten op Voorne-Putten onder vallen, voor 150 megawatt.

Zoals iedere provincie is Zuid-Holland verantwoordelijk voor het ruimtelijk mogelijk maken van de plaatsing van windmolens. In de Visie ruimte en mobiliteit werden criteria vastgelegd – niet in de buurt van pijpleidingen bijvoorbeeld, en in beschermd natuurgebied alleen onder bepaalde voorwaarden – maar ook mogelijke locaties. Drieëntwintig ziet de provincie er in de stadsregio Rotterdam.

Waar de windturbines uiteindelijk komen, is afhankelijk van de markt én van lokaal draagvlak. En daar gaat het mis. Want op Voorne-Putten kende inmiddels iedereen de verhalen uit Geervliet en Heenvliet. Dus toen de provincie met haar kaart met mogelijke locaties kwam voor 45 megawatt aan windenergie, was de sfeer op het eiland al beladen.

„We begonnen negatief”, zegt wethouder Christel Mourik (VVD) van Nissewaard, die namens de vier gemeenten op het eiland het woord voert. Bovendien bleek uit de kaart dat Zuid-Holland de zoeklocaties in westelijke richting had uitgebreid, zodat deze dichter bij Geervliet kwamen te liggen, waar de bewoners al boos zijn. En de provincie onderzoekt bijvoorbeeld ook of er windmolens kunnen komen nabij Natura 2000-gebied Haringvliet. „Eerder had zij juist geconcludeerd dat dit ‘waardevol open landschap’ was. Vervolgens moet daar dan wel een batterij aan windmolens komen…”

Mourik staat in haar werkkamer in Spijkenisse voor de kaart van Zuid-Holland. Ze zegt: „Ik snap wel dat ze daar op het provinciehuis voor de kaart stonden en Voorne-Putten zagen en dachten: daar kunnen we veel kwijt. Ik snap ook dat het moeilijker is om windturbines in Schiedam te zetten. Maar wij proberen dit eiland zo groen mogelijk te houden. Wij zijn de scheidslijn tussen de zware industrie en het landelijke.”

De vier gemeenteraden spraken hun teleurstelling uit. Maar de wethouders hadden „het gevoel dat de provincie met ‘nee’ geen genoegen zou nemen”, vertelt Mourik. „De provincie maakte duidelijk dat als het niet goedschiks kon, dan maar kwaadschiks. Dat was hier een kantelmoment. We wilden het ons niet laten overkomen.”

In de Hoeksche Waard lag het schrikbeeld

Korendijk, in de Hoeksche Waard, was het schrikbeeld. Daar stelde de provincie een „inpassingsplan” op: er was een windmolenpark opgenomen in het provinciaal beleid, een exploitant diende zich aan met een plan voor vijf windmolens, en de gemeente weigerde mee te werken. Waarop Zuid-Holland de gemeente ter zijde schoof – de zaak ligt nog voor bij de Raad van State.

Christel Mourik zegt: „Wij staken de koppen bijeen. Waar willen wij windmolens dan hebben?” Ze wijst de plekken aan op de kaart: op de uiteinden en bij de toegangspoorten van het eiland, tegen de achtergrond van het industriegebied van de haven. De vier gemeenten dienden hun plannen in bij de provincie en hopen in de herfst gehoor te vinden. Maar Voorne-Putten gaat alleen windmolens neerzetten als andere gemeenten dat ook doen.

Wij staken de koppen bijeen. Waar willen wij windmolens dan hebben?

Mourik heeft niet „de illusie dat er geen verzet zal zijn” tegen de eigen plannen. „Ongetwijfeld zullen er bewoners ongelukkig zijn. Maar zolang zij het gevoel hebben dat de regie hier ligt en er nog ruimte is bij de uitwerking van de plannen, kun je het over veel hebben.”

In haar werkkamer in het provinciehuis heeft Adri Bom, als gedeputeerde belast met ruimtelijke ordening, ook een kaart van Zuid-Holland hangen. Ze zegt: „Het is niet zomaar uit de duim gezogen waar windturbines kunnen komen. Er zit een hele visie achter.”

Bom (CDA) heeft het over „wetgevende richtlijnen”, over de lijnopstelling van windmolens en het behoud van een open landschap. Maar ook over een dichtbevolkte provincie – de dichtstbevolkte van Nederland – die ook nog eens de grootste energieverbruiker is. „Elke vierkante meter kan ik drie, vier keer beleggen. Er zijn hier heel veel ruimtevragers en wind komt daarbij. Op de kaart hebben we aangegeven wat logische plekken kúnnen zijn.”

En toen was het aan anderen om zelf met voorstellen voor locaties te komen.

In eerste instantie kwamen die initiatieven er nauwelijks, zegt Bom. Noch van gemeenten, noch van waterschappen, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat of particulieren. „Iedereen had kans en gelegenheid om met eigen locaties te komen.” De provincie ging onderwijl wel door met milieueffectrapportages, omdat de tijd begon te dringen.

Gemeenten met de hakken in het zand

Sommige gemeenten die oorspronkelijk wel een windakkoord met de provincie hadden gesloten, zetten alsnog de hakken in het zand toen burgers protesteerden. In andere gemeenten nam de raad een motie aan dat er absoluut geen windturbines mochten komen, zoals in tuinbouwgebied Westland. „Dat maakt het moeilijk voor wethouders om vervolgens te bewegen.”

In weer andere gemeenten dacht het college wel mee en wees het plekken aan waar zo min mogelijk weerstand van bewoners zou zijn: aan de gemeentegrenzen of bij dijken. Maar: „Waterschappen zeggen dan terecht: dat mag niet ten koste van de veiligheid.” Of langs snelwegen: „Daar gelden ook regels: een windmolen mag van Rijkswaterstaat niet te dicht langs een weg staan.” En dan is er nog het radarprobleem: de windturbines kunnen de radarbeelden van defensie verstoren. Ook dat beperkt het aantal locaties.

Alleen „moet” die 735,5 megawatt in de provincie er komen. Gedeputeerde Bom zegt het een paar keer: „Met de deadline van 2020 kan Zuid-Holland niet achteroverleunen.” In de herfst moeten knopen worden doorgehakt, maar ook dan zal een deel van de Zuid-Hollandse bijdrage niet op tijd af zijn. Nu al waarschuwt de RVO dat de realisatie van een aantal projecten „kritiek” wordt.

„Wind is een besmette term”, zegt ze. „Iedereen zegt: ‘Doe nou niet wind.’ Maar die luxe hebben we niet: het is én wind op land én wind op zee én zonne-energie én restwarmte én getijden. We hebben als overheden de urgentie niet voldoende overgebracht. Kennelijk zijn we niet in staat geweest goed uit te leggen dat als we niets doen de koelkast uitvalt.”

De discussie, meent ze, gaat te veel over locatie en onvoldoende over noodzaak. „De overheid is gaan implementeren. Het Rijk heeft niet gezegd: Zuid-Holland, geef eens aan wat er mogelijk is. Nee, het was een afspraak die uitgevoerd moest worden en wij zijn op zoek gegaan naar locaties. Zo organiseer je weerstand. Het buitenland leert ons dat als het van onderop kan, als bewoners er zelf profijt van hebben, je een andere sfeer krijgt. Maar dat had langer geduurd.”

Bom zegt dat al wordt gesproken over een vervolgafspraak. „Mijn boodschap aan het Rijk is: kom niet met eenzelfde soort vervolgopdracht – laten we eerst de burger meekrijgen.”