Jerry Lewis was een uitzinnige clown met een duister hart

Jerry Lewis (1926-2017) Toen hij in de jaren vijftig en zestig met zanger Dean Martin de ene na de andere hitfilm afleverde, was Jerry Lewis onbetwist de beroemdste en succesvolste komiek ter wereld.

Jerry Lewis in 2005. Foto Jae C. Hong / AP

Een kind van acht, verstopt in het lichaam van een volwassen man. Ongeremd. Onaangepast. Een even onzinnige als uitzinnige clown met een groot ego en een duister hart. Dat was Jerry Lewis. „Ik verdien mijn geld door me als een volkomen idioot te gedragen”, zei hij ooit. En bij de Amerikaanse komiek, acteur, filmauteur en showbizzvernieuwer wist je nooit zeker of dat ook zomaar een idiote opmerking was, of hij er trots op was, of zichzelf er bitter mee bespotte.

De in 1926 als zoon van Russisch-Joodse entertainers in Newark geboren Joseph Levitch overleed gisteren in zijn woonplaats Las Vegas. Hij was omstreden en geliefd, en toen hij in de jaren vijftig en zestig met de Italiaans-Amerikaanse zanger Dean Martin de ene na de andere hitfilm afleverde, was hij onbetwist de beroemdste en succesvolste komiek ter wereld.

Grootse composities

Na hun breuk (Martin was het zat om in de schaduw van de luidruchtige Lewis te staan) begon hij ook zelf films te regisseren, ruim twintig in totaal. Hij eiste en kreeg volledige creatieve vrijheid. Zijn fysieke struikelingen en strubbelingen in The Bellboy (1960), het geniale camerawerk van The Ladies Man (1961), en zijn komische versie van Dr. Jekyll en Mr. Hyde in The Nutty Professor (1963; in de jaren negentig herverfilmd door Eddie Murphy) werden klassiekers. Franse cinefielen riepen hem uit tot een van de grootste filmauteurs van de twintigste eeuw, naast John Ford en Alfred Hitchcock. Achter de grappen en grollen, het bekkentrekken en beledigen schuilen grootse composities, kleurgebruik, en kader tartende mise-en-scènes.

Begin jaren zeventig maakte hij holocaustfilm The Day the Clown Cried, over een clown die door de nazi’s gedwongen wordt om kinderen naar de gaskamers te leiden. De door z’n controversiële onderwerp nooit uitgebrachte film geldt onder fans en cinefielen als de heilige graal van hun filmliefde. Twee jaar geleden schonk Lewis de enige officiële kopie van de film aan de Amerikaanse Library of Congres met het verzoek hem nog tien jaar onvertoond te laten. Bij gelegenheid gaf hij aan de film „slecht” te vinden en zich ervoor te „schamen”.

Werkloze clown

Zijn film Hardly Working (1980; de eerste sinds The Day the Clown Cried) wordt alom beschouwd als een antwoord op het stuklopen van The Day the Clown Cried en een bespiegeling over de grenzen van humor. Lewis speelt in de film een werkloze clown. Ook Martin Scorseses The King of Comedy (1982), waarin Lewis een semi-autobiografisch geïnspireerde talkshowhost speelt die door aankomend komiek Robert De Niro gekidnapt wordt, reflecteert op deze duistere periode in zijn carrière. In zijn latere jaren stagneerde zijn manische productiviteit. Hij leed aan diverse fysieke kwalen en was lang verslaafd aan pijnstillers. Zijn grappen werden bitterder, vaak racistisch, homofoob en misogyn.

Naast zijn filmwerk en een carrière als zanger maakte hij baanbrekende televisie met zijn zogeheten Labor Day Telethons, marathonuitzendingen van twintig uur om geld in te zamelen voor spierdystrofie. Tussen 1966 en 2010 haalde hij daarmee 2,5 miljard dollar binnen. Zijn liefdadigheidswerk leverde hem vele prijzen en een nominatie voor de Nobelprijs voor de Vrede op.