Toeristen geven in Nederland een kwart meer uit dan in 2010

Onderzoek CBS

De toerismesector groeit harder dan de economie. Vooral de bestedingen van buitenlandse bezoekers in Nederland zijn flink gestegen.

Een parkeerplaats voor bussen op de Keukenhof. Foto Jerry Lampen/ANP

Toeristen in Nederland geven steeds meer geld uit. De extra bestedingen komen voor een groot deel uit de zak van bezoekers uit het buitenland.

Dat blijkt uit een maandag gepubliceerd onderzoek van het CBS, verricht in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. In 2016 gaven toeristen in Nederland 75,7 miljard euro uit, bijna 4 procent meer dan een jaar eerder en ruim een kwart meer dan in 2010.

Toeristen uit het buitenland gaven 21 miljard euro uit, en dat is in één jaar een groei van 7 procent. Het aantal overnachtingen van buitenlandse toeristen was ruim 6 procent hoger dan in 2015.

De toerismesector groeide afgelopen jaren harder dan de economie. Het relatieve belang van deze sector nam duidelijk toe: van 3 procent in 2010 tot 3,9 procent vorig jaar. De toegevoegde waarde bedroeg in 2016 24,8 miljard euro. Zes jaar eerder lag dit met 17,3 miljard euro flink lager. Dat is een verschil van 43 procent.

Het belang van de toeristen voor de werkgelegenheid steeg. In deze sector steeg het aantal banen vorig jaar met 2,1 procent tot 641.000, terwijl de gemiddelde banengroei in de Nederlandse economie 1 procent was. Het ‘toeristisch’ aandeel in werkgelegenheid kwam uit op 6,4 procent. In het toerisme gaat het overigens vaak om deeltijdbanen: omgerekend naar voltijd gaat het om 389.000 banen.

Het werk in de toerismesector bestaat voor driekwart uit banen in karakteristieke toerismebranches zoals de horeca, luchtvaart, reisbemiddeling en kunst en cultuur. Daarbij is de horeca goed voor de helft van de banen: in zes jaar tijd kwam er in deze sector 20 procent meer werkgelegenheid bij. Het resterende kwart van de toeristische functies zijn banen in onder meer de detailhandel, het openbaar vervoer en de taxibranche.

Ook Nederlanders hebben als toeristen in eigen land meer geld uitgegeven aan vakanties, uitjes en overige recreatie zoals sporten en winkelen. Zij besteedden hieraan 45 miljard in 2016, een groei in één jaar van 3 procent. In de definitie van het CBS worden sporten en winkelen (‘funshoppen’) als een toeristische activiteit gezien als het langer dan twee uur duurt. (NRC)