Commentaar

Staldieren voor vuur behoeden heeft zo zijn prijs

Eind juli brandde de Gelderse varkensflat De Knorhof uit en andermaal dacht menig Nederlander zich geschokt het gekrijs in van 20.000 biggen en zeugen die in het laaiende vuur geen kant op konden. Afgelopen week was het weer raak, in Agelo (honderden verbrande varkens) en in Swifterbant (40.000 kippen). Stalbranden nemen toe, met de bijbehorende beelden van verkoolde kadavers in aantallen die het verstand te boven gaan.

Volgens cijfers van Brandweer Nederland brandden in 2014 29 stallen af. In 2015 gingen 31 stallen in de as. In 2016 waren het er 47. Meer stallen in vlammen betekent meer slachtoffers. In 2016 kwamen volgens cijfers van Wakker Dier 201.000 staldieren om. Voor dit jaar ligt dat aantal nu al hoger: 225.000 dieren verbrandden levend in tegen de 20 stalbranden.

Het is te hopen dat het daar voor dit jaar bij blijft, maar de kans is groot dat zulk vuur zich ook in de komende maanden zal voordoen, want de brandveiligheid in veel stallen stelt niet veel voor. Ja, er zijn in 2014 scherpere richtlijnen opgesteld in reactie op de groeiende aantallen brandende stallen, met ademstokkende aantallen verkoolde dieren. Voor een actieplan werkten uiteenlopende instanties samen, van LTO Nederland en de Dierenbescherming tot het Verbond van Verzekeraars en de rijksoverheid. Dankzij hen zijn bijvoorbeeld rond de duizend varkensstallen veilig, met brandwerende compartimenten en sprinklerinstallaties. En met bluswater – een verbijsterend voorschrift. Want zelfs zoiets basaals was dus niet verplicht. En dat betekent dat het met de brandveiligheid van de 15.500 overige varkensstallen nu nog bijster slecht gesteld kan zijn. Die waren er namelijk al in 2014 en de aangescherpte regels betreffen uitsluitend de nieuwbouw. Zodat er op dit moment honderdduizenden dieren huizen in stallen waar ze worden bedreigd door alledaagse gebeurtenissen als kortsluiting of blikseminslag.

Veehouders die de brandveiligheid aan hun laars lappen zijn in overtreding: het houden van dieren brengt zorgverplichting met zich mee, bepaalt de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Alleen daarom al zouden ook voor de oude stallen die nieuwe regels moeten opgaan. Eis minimaal aanpassingen in de indeling van de ruimte en de installatie van ordentelijke blusapparatuur. De Dierenbescherming heeft complete sanering gekenschetst als „niet realistisch”. Het is inderdaad makkelijker gezegd dan gedaan. Het is ingewikkeld en kostbaar. Maar uiteindelijk is het een kwestie van politieke wil.

Boeren zijn geen onmensen, te gierig om hun dieren veiligheid te bieden. Natuurlijk, ze houden ze voor melk, vlees, eieren, en de dood van deze dieren is ingecalculeerd. Maar dat betekent nog niet dat mishandeling de norm is. Ook de veehouder die zich niet veel gelegen laat liggen aan het welzijn van de dieren, spant zich op zijn minst in voor het bedrijf. En een brand heeft al snel economisch fatale consequenties.

Het ontbreekt de veehouders echter veelal aan de middelen om brandveiligheidsaanpassingen te doen. De markt is keihard en schriel. Voedselfabrieken en supermarktketens persen er de laagste prijs uit, zodat ze hun klanten kunnen verwennen met lage prijzen – die eigenlijk irreëel zijn.

Wie volschiet bij de beelden van geblakerde lijken van productiedieren, kan als consument niet de hand op de knip houden bij de slager, de kruidenier en de supermarkt. Veel vlees is nu erg goedkoop. Dat heeft een hoge prijs.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.

Correctie (28 augustus 2017): Eerder schreven wij dat de Dierenbescherming ‘zulke sanering’ kenschetste als „niet realistisch”. De Dierenbescherming schetste echter een complete sanering als „niet realistisch”.