Ontdekte versregels zouden van Jacob van Maerlant zijn

Verzamelhandschrift

Voor het eerst sinds de 19de eeuw is een wat langere tekst ontdekt die geschreven kan zijn door de middeleeuwse Vlaming Jacob van Maerlant.

Jacob van Maerlant, die leefde van ongeveer 1235 tot ongeveer 1300, was een van de eerste schrijvers in het Nederlands. Foto Wikimedia

In het archief van de abdij van Averbode (Vlaams-Brabant) is een tekst ontdekt die mogelijk geschreven is door Jacob van Maerlant. Het gaat om een kroniek van het graafschap Vlaanderen: 1.150 elegante versregels, waarin in vogelvlucht de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen beschreven wordt.

In de inhoudsopgave van het verzamelhandschrift waar de tekst deel van uitmaakt, wordt ernaar verwezen met de woorden: „Vande cornycke van Vlaendren / die Jacob van Merlant maekte.” ‘Cornycke’ is ‘kroniek’.

Het is meer dan een eeuw geleden dat er voor het laatst een langere tekst van Maerlant ontdekt werd. De Belgische mediëvist Dirk Schoenaers, die onderzoek deed in het archief van de abdij, stuitte er bij toeval op.

Boven de tekst staat: „Dit sijn die Cornycken van vlaendren.” De eerste regels luiden: „In deerste jaer dat keyser was / int Roomsche Rycke, alsoe ick las, / Constantyn Hirenen sone (…).”

In hedendaags Nederlands staat hier: „In het eerste jaar dat Constantijn, de zoon van Irene, keizer was in het Roomse Rijk, zoals ik las (…).” Met het ‘Roomse Rijk’ wordt het Byzantijnse Rijk bedoeld.

De tekst eindigt zo: „Hier neem ic orloof van dese jeesten, / dies meer weet machts meer leesten.” Ofwel: „Hier laat ik deze geschiedenis voor wat zij is, degene die er meer over weet mag het toevoegen.”

De tekst zelf biedt genoeg aanknopingspunten voor een exacte datering. De laatste historische gebeurtenis die erin vermeld wordt, is van 1279. Vervolgens zegt de dichter dat hij ermee ophoudt, omdat hij niets nieuws meer te melden heeft. Verder heeft hij het soms over historische personen die tijdens het schrijven van de tekst blijkbaar nog in leven waren. Op grond van al deze gegevens komt Schoenaers tot een datering van rond 1280. De dichter vermeldt verder dat de kroniek is geschreven in Damme, een plaats bij Brugge.

En wie woonde rond 1280 in Damme? Precies: Jacob van Maerlant.

Toch is hiermee niet bewezen dat de tekst van Maerlant is. Datering en plaats passen ook bij een andere Middelnederlandse dichter uit die tijd: Filips Utenbroeke, een medewerker van Maerlant, die een deel schreef van Maerlants kolossale geschiedenis-op-rijm, de Spiegel historiael.

Uiteindelijk zal een ‘stylometrische’ analyse van de tekst uitsluitsel moeten bieden. De computer zal daarbij allerlei taalkundige eigenschappen van de tekst vergelijken met eigenschappen van andere teksten van Maerlant en van andere dichters. Schoenaers hoopt de resultaten van deze analyse volgend jaar te kunnen presenteren.