NRC checkt: ‘Helft van de mensheid woont op 3 procent van het aardoppervlak’

Dat zei ecomodernist Hidde Boersma in EenVandaag.

De aanleiding

In de zomerrubriek ‘De optimist’ van het tv-programma EenVandaag mocht bioloog en ecomodernist Hidde Boersma vorige week maandag zijn liefde voor de stad belijden. Ecomodernisten hebben een wat tegendraadse opvatting over ecologie en duurzaamheid. Volgens Boersma is het goed dat mensen geconcentreerd in steden leven, zodat er meer ruimte is voor de natuur. Steden ziet hij als broeinesten van innovatie. Ze gebruiken volgens hem maar 3 procent van het aardoppervlak en herbergen ruim de helft van de wereldbevolking. Een lezer vroeg zich af of die 3 procent niet geflatteerd is, omdat ook niet-bewoonbare gebieden worden meegerekend.

Waar is het op gebaseerd?

Boersma wijst als bron voor zijn stelling onder meer op een website van de Verenigde Naties over duurzame ontwikkelingsdoelstellingen. Bij doelstelling 11 (‘maak steden inclusief, veilig, weerbaar en duurzaam’) staat dat steden 3 procent van het aardoppervlak beslaan en dat er ruim 3,5 miljard mensen in de stad wonen.

En, klopt het?

Zo’n tien jaar geleden meldden demografen van de Verenigde Naties dat er voor het eerst meer mensen in steden leefden dan op het platteland. En het aantal stedelingen is sindsdien alleen maar gegroeid. In een trendonderzoek van de Rabobank uit 2016 staat dat wekelijks 1,3 miljoen mensen naar de stad trekken. In 2025 zal naar verwachting 58 procent van de mensheid in een stad wonen en tegen het midden van de eeuw tweederde.

Het tweede deel van de stelling (over het percentage van het aardoppervlak dat verstedelijkt is) is iets lastiger te bepalen. Wanneer geldt een gebied als verstedelijkt? In 2014 analyseerden onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Landscape Ecology de verschillende definities. Ze maken een onderscheid tussen ‘urban area’ (simpel gezegd: alles binnen de gemeentegrenzen), ‘built-up area’ (bebouwde omgeving, inclusief tuinen en groenstrookjes) en gebied met een ondoordringbare bodem (wegen, gebouwen, parkeerplaatsen).

Hun cijfers: ongeveer 3,5 miljoen vierkante kilometer van het landoppervlak kan als stad worden aangemerkt. Als je Antarctica en Groenland niet meetelt, is dat 2,65 procent. Trek je de parken, golfbanen en andere grote groengebieden eraf, dan gaat het om nog maar 0,65 procent. En het gebied dat daadwerkelijk ‘ondoordringbaar’ is, beslaat slechts 0,45 procent van het aardoppervlak.

Van de metropolen slurpt volgens website demographia.com New York voor zijn ruim 21 miljoen inwoners de meeste ruimte op (11.875 km2): er wonen 1.700 mensen per km2. In Dhaka leven de 16,8 miljoen inwoners het dichtst op elkaar: 45.700 mensen per vierkante kilometer.

En is verstedelijking een gunstige trend, zoals Boersma stelt? Zef Hemel, hoogleraar grootstedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam, vindt van wel. Niet omdat er dan meer ruimte overblijft voor natuur. Dat noemt Hemel een „romantisch” argument. Maar wel omdat, zoals Boersma ook zegt, steden duurzamer zijn, efficiënter als het gaat om grondstof- en energiegebruik. Dat geldt zeker voor de echte metropolen (de helft van de stedelingen woont in kleine steden met minder dan 500.000 inwoners). Ook in sloppenwijken hebben de mensen het meestal beter dan op het platteland. De watervoorziening is er beter en er is over het algemeen meer voedsel beschikbaar, vaak ook elektriciteit. De aantrekkingskracht van de stad zal dus onverminderd groot blijven.

Conclusie

Een lezer vroeg ons of steden inderdaad niet meer dan 3 procent van het landoppervlak van de aarde beslaan terwijl ruim de helft van de wereldbevolking er woont. Zelfs als je het begrip stad relatief ruim neemt, is de stelling waar.