Column

Een terrorist kan hier zo een busje huren

De kans dat een autoverhuurder oog in oog komt te staan met een terrorist is groter dan dat het u of mij overkomt. Tenminste, zo denken de verhuurders erover die ik na de aanslag in Barcelona sprak. Ik ging langs bij een handvol bedrijven in Den Haag en omstreken – waar de meeste uitreizigers vandaan komen.

Een terugkeerder met een rijbewijs en een vaste verblijfplaats kan hier zonder veel moeite een bestelbusje huren en daarmee een aanslag plegen, zo redeneren de verhuurders. Ze voelen zich machteloos.

„Als je een aanslag wilt plegen”, zegt de directeur van een groot verhuurbedrijf: „Maak een praatje, zeg iets over het weer en je krijgt van mij een auto mee.” Hij bedoelt het cynisch, knikt een medewerkster die al achttien jaar in het bedrijf zit. „Je mag niet op de gezichten kijken, hè. Dan ben je etnisch aan het profileren.” Dat is de reden dat een aantal verhuurbedrijven niet met hun naam in NRC wil: ze zijn al meer dan eens door het College van de Rechten van de Mens op de vingers getikt wegens discriminatie.

Bij Autohopper in Leidschendam worden deze zaterdagochtend zes busjes verhuurd. Als een huurder zich meldt, checkt Jim van Vliet of die boetes open heeft staan bij het Centraal Justitieel Incassobureau. Hij werpt een blik op de zwarte lijst waar wanbetalers op staan, klanten die de auto niet terugbrachten of die ooit met hun huurauto in aanraking zijn gekomen met de politie. Hij vraagt terloops: „Waar gaan jullie heen?” De meeste huurders gaan verhuizen. Niemand mag contant betalen.

De verhuurbedrijven overleggen af en toe met de politie. De grote verhuurder vat de samenwerking samen: „Wij informeren de politie over misbruik en vermoedens. Zij grijpen een enkele keer in.” Daarbij is de politie volgens hem „als de dood voor de privacywetgeving”. Geef ons, zegt hij, een grotere rol in de bestrijding van terrorisme. Hertz heeft inmiddels rechercheurs in dienst. Een verhuurder zegt: „Wij zijn de ogen en oren op de weg.”

In de paniek rond zedenzaken in de jaren tachtig en negentig, de jaren van Oude Pekela, Marc Dutroux en Emmer Compascuum, vertelde een stagiaire me dat in ‘haar’ kleuterklas wel vier kinderen rondliepen van wie ze zeker wist dat die werden misbruikt. Er is een wereld van verschil tussen signalen opvangen of ze beoordelen.

Willen autoverhuurders echt dat de politie hun een antiterreurtaak toebedeelt? Zonder enige ervaring met opsporing? En als er dan toch een aanslag wordt gepleegd met een van hun auto’s, zijn zij dan medeverantwoordelijk? De grote verhuurder schudt zijn hoofd. „Dat zou onverteerbaar zijn.”

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus