‘Een traditionele school is eigenlijk een soort mensenhouderij’

Onderwijs

Deze week gaat Midden-Nederland weer naar school. NRC verkent wat er speelt in de klas. Deel 1: elke leerling volgt zijn eigen les.

Dertig middelbare scholen beginnen komend schooljaar met de tweejarige proef ‘Recht op Maatwerk’. Leerlingen van deze scholen kunnen bijvoorbeeld hun beste vakken op een hoger niveau afsluiten. Foto’s Lex van Lieshout, Robin van Lonkhuijsen, Arie Kievit/ANP

Als een leerling uit 5-havo met politieke ambities op school niet genoeg wordt uitgedaagd, mag hij dan een jaar onder schooltijd activiteiten voor een politieke partij helpen organiseren? Met die vraag werd het Rembrandt College uit Veenendaal voor de zomer geconfronteerd. Het antwoord, na beraad van de schoolleiding: ja. „Zoiets zit niet in ons onderwijs, maar is wel goed voor deze leerling”, zegt rector Bart de Grunt.

Het Rembrandt College is een van de dertig middelbare scholen die komend schooljaar beginnen met de tweejarige proef ‘Recht op Maatwerk’. Leerlingen van deze scholen kunnen bijvoorbeeld hun beste vakken op een hoger niveau afsluiten, extra vakken volgen of alvast op de universiteit beginnen.

Ook andere middelbare scholen bieden die mogelijkheden, maar nog niet in groten getale. Het ministerie van Onderwijs en de VO-raad willen dit soort maatwerk met de proef stimuleren. Individuele lespakketten, zeggen zij, zijn een manier om talenten beter te ontwikkelen. Want niemand past helemaal in het hokje vmbo, havo of vwo. Was school ooit een klassikale oefening in gedeelde kennis, nu lijkt er sprake van een klantrelatie: iedere leerling volledig tot z’n recht laten komen door een toegesneden aanbod.

Een traditionele school is eigenlijk een soort mensenhouderij.

Rector Bart de Grunt

Mensenhouderij

Op het Rembrandt College hebben tot nu 42 van de 1.200 leerlingen individuele onderwijswensen doorgegeven. Niet degenen in het eerste en laatste jaar, zegt De Grunt: dan ben je druk met wennen of met eindexamens en „moet je hier niet aan willen beginnen”. Het zijn leerlingen die duidelijk voor ogen hebben wat ze willen en daar verantwoordelijkheid voor nemen. Wie een verzoek heeft, zoals ruimte in het rooster voor een cursus Spaans, gaat in gesprek met een van de leercoaches die de school heeft aangesteld. Daarna worden met ouders erbij afspraken gemaakt.

De praktische consequenties zijn groot, zegt De Grunt, die het principe van individualisering in de klas graag verder doordenkt. „Een traditionele school is eigenlijk een soort mensenhouderij. Alles is voor de massa georganiseerd: roosters, lessen, toetsen. Maatwerk vergt een heel andere organisatie. Misschien maken we in de toekomst geen roosters meer, maar een medewerkersplanning, zodat leerlingen zichzelf voor lessen kunnen intekenen.”

Er klinkt ook kritiek op de trend van gepersonaliseerd onderwijs.

Op het Metis Montessori Lyceum in Amsterdam, waar een aantal leerlingen versneld vwo gaat doen, kijken talencoaches per leerling of er behoefte is aan verdieping, verbreding of versnelling, vertelt deelschoolleider bovenbouw Joyce de Grand. „Niet iedereen heeft voor elk vak alle basisuren nodig.” De school wil stimuleren dat leerlingen al op jonge leeftijd kiezen voor hun passie. Ze kunnen in het jaar dat overblijft bijvoorbeeld een stage lopen. „Je wilt voorkomen dat een leerling denkt: ik zit het hier uit om daarna echt te doen wat ik wil.”

Er klinkt ook kritiek op de trend van gepersonaliseerd onderwijs. Waarom zouden kinderen uit academisch geschoolde milieus daar niet meer van profiteren dan kinderen van de lagere middenklasse, schreef Herman van de Werfhorst, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, vorig jaar in een opiniestuk in NRC. Maatwerk, schreef hij, werkt ongelijke kansen mogelijk in de hand.

Lees ook het opiniestuk van Herman van de Werhorst: Maatwerk voor de leerling maakt de sociale ongelijkheid juist groter

Eddie Denessen, bijzonder hoogleraar sociaal-culturele achtergronden aan de Universiteit Leiden, noemde onlangs in zijn oratie drie vormen van maatwerk: verschillende schooltypen, zoals vmbo en vwo; verschillen tussen klassen, zoals een tweetalige brugklas; en verschillen in de klas, zoals niveaugroepjes in basisschoolklassen. Al die vormen worden gezien als oplossingen voor verschillen tussen leerlingen. Maar, stelt Denessen: ze kunnen ervoor zorgen dat die verschillen juist worden vergroot. Dat komt door de sterke relatie tussen de opleiding van ouders en de schoolloopbaan van kinderen.

Tweetalige klas

Kinderen van hoogopgeleide ouders gaan vaker naar het vwo of naar een tweetalige klas. Als docenten in één klas differentiëren door bijvoorbeeld niveaugroepen, zoals vooral op de basisschool voorkomt, kunnen vooroordelen of onbewuste verwachtingen een rol spelen. Die kunnen doorwerken in prestaties van leerlingen en zo voor ongelijkheid zorgen.

Ook de Onderwijsraad waarschuwde onlangs voor de risico’s van te ver doorgevoerd geïndividualiseerd onderwijs. „De teneur is: als je maximale keuzevrijheid geeft, zorgt dat ook voor maximale gelijke kansen”, zegt voorzitter Henriëtte Maassen van den Brink. „Maar niet alle leerlingen zijn in staat een eigen curriculum samen te stellen.” Bovendien, zegt ze, worden veel vormen van gepersonaliseerd leren ingevoerd zonder dat men zich heeft afgevraagd wat de effecten zijn voor de leerling zelf en de maatschappij.

Huiswerkinstituten, niet-onderwijzend personeel, de adviesindustrie, jeugdzorg maken de rol van de leraar kleiner. Onderwijs belandt steeds meer buiten de klas.

Rector De Grunt van het Rembrandt College blijft nuchter onder de kritiek. „Kansenongelijkheid blijft. Er zijn nu eenmaal kinderen met ouders die weten dat het belangrijk is om sommen te maken, en kinderen die thuis urenlang televisie mogen kijken. Welke kant je ook opgaat met het onderwijs: je geeft een bepaalde groep altijd ongelijk.” Dure laptops die ouders moeten aanschaffen, of schoolreisjes naar Beijing: dat is échte kansenongelijkheid, vindt hij.

Maatwerk kan juist helpen bij karaktervorming, denkt hij. Misschien is het ook wel het antwoord op de grote groep jongens die uitvalt op school. „Laat dat competitiegedrag er maar zijn. Je mág uitblinken. Het nadeel van individueel onderwijs is dat je geen algemene gelijkheid hebt, nee, dat klopt. Maar voor het individuele kind is dit fantastisch.”