Gemeenten zetten hun windmolens liefst in achtertuin andere gemeente

Een kwart van alle windmolens staat op minder dan 250 meter van de gemeentegrens. Ruim de helft staat er minder dan een kilometer vandaan.

Windmolens in Flevoland. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Gemeenten zetten windmolens het liefst zo dicht mogelijk bij hun grenzen. Een kwart van alle windmolens staat op minder dan 250 meter van de gemeentegrens. Ruim de helft staat er minder dan een kilometer vandaan.

Dat blijkt uit een analyse van de positie van alle 2.126 windmolens op het Nederlandse vasteland die voorkomen in het digitale topografische bestand van het Kadaster (Top10NL).

Dit gedrag van gemeenten leidt geregeld tot conflicten met inwoners uit buurgemeenten. Een bekend voorbeeld zijn de windmolens die in 2013 in de Botlek zijn geplaatst. Dit deel van de gemeente Rotterdam ligt vlak bij de dorpen Heenvliet en Geervliet, onderdeel van de gemeente Nissewaard. De bewoners hier ervaren geluidsoverlast van de turbines. De bewuste molens staan op 180 meter van de gemeentegrens en minder dan 400 meter van woonkernen.

Ook elders hebben turbines tot burenruzies geleid. Bijvoorbeeld tussen Leidschendam-Voorburg en Den Haag, over molens die langs de snelweg A4 kwamen. Overigens leiden lang niet alle molens die bij de grens worden geplaatst tot problemen met de buren. Van de 557 die op minder dan 250 meter van een gemeentegrens staan, staan er 336 aan ruim open water als het Haringvliet, het IJsselmeer of de Waddenzee.

Circa eenderde van alle molens op het vasteland staat in slechts vijf gemeenten: Zeewolde, Hollands Kroon, Lelystad, Dronten en Eemsmond. In 245 gemeenten staat er geen.

Het gebrek aan draagvlak en acceptatie voor windmolens zorgt er mede voor dat Nederland de doelstellingen voor duurzame energie in 2020 waarschijnlijk niet haalt. Dit is het verhaal van hoe Nederland zijn eigen weerstand tegen wind creëerde, met de provincie Zuid-Holland als voorbeeld.