‘Die imam maakte onze jongens gek’

Catalonië

In Catalonië maakt men jacht op de man die donderdag toeristen doodreed. Ook over de imam in Ripoll wil de politie alles weten.

Zeven agenten met automatische wapens in de aanslag bewaken zaterdag de rotonde bij de entree van het stadje Ripoll (11.000 inwoners). Er staat een lange file voor de stad en passerende auto’s worden gecontroleerd. Deze gemeente, honderd kilometer ten noorden van Barcelona en niet ver verwijderd van de grens met Frankrijk, blijkt het criminele hoofdkwartier van de voornamelijk jeugdige verdachten van Marokkaanse afkomst die afgelopen donderdag in Barcelona en kustplaats Cambrils met voertuigen aanslagen pleegden. Veertien mensen lieten daarbij het leven, ruim vijftig mensen liggen nog gewond in het ziekenhuis.

Een cel van twaalf mannen heeft naar alle waarschijnlijkheid maandenlang gewerkt aan het voorbereiden van terreuraanslagen. Bijna alle verdachten zijn nu opgepakt of gedood, maar de vermoedelijke chauffeur van het voertuig dat donderdagmiddag over de boulevard La Rambla in Barcelona raasde, de 22-jarige in de Marokkaanse stad M’rirt geboren Younes Abouyaaqoub, is nog voortvluchtig. In Catalonië is een klopjacht gaande naar deze inwoner van Ripoll, die op nummer 9 van de Calle Santa Magdalena een keurig appartement bewoonde.

Schaamte overheerst

Enorme gêne is wat je vooral proeft bij de bewoners van het fraaie stadje Ripoll waar het zaterdag marktdag is. Dat uitgerekend inwoners van dit plaatsje verantwoordelijk zijn voor de gruweldaden die met name buitenlandse toeristen fataal zijn geworden, kan men maar moeilijk bevatten. „Iedereen gaat hier altijd heel vriendelijk met elkaar om en ook de paar honderd Marokkaanse inwoners zijn goed geïntegreerd”, verzekert Juan Sánchez (73) die met zijn vrouw groenten koopt.

Op een bankje bij de rivier zitten drie bejaarde Marokkaanse mannen, die aanvankelijk niets willen vertellen over hun afkomst. „Wij komen uit de hemel”, zegt de oudste die zich later voorstelt als Mohammed. „In geen enkel geval mag je uit naam van Allah mensen doden. Nu dat wel is gebeurd, zal dit de verhoudingen tussen de bewoners onderling schaden. Een rotte tomaat in een kist kan alle andere snel bederven”, zegt hij.

De aanslagplegers uit Ripoll zijn bij vrijwel alle inwoners bekend. „Als je hier een week woont, ken je iedereen van gezicht”, zegt Mohammed. Het is voor hem een groot raadsel hoe de jonge, soms nog minderjarige mannen tot deze terreuractie zijn gekomen. „Ze moeten vogels in hun hoofd hebben. De politie zal snel moeten achterhalen wie ze heeft gek gemaakt. De duivel mag niet ontsnappen.”

Was Sagrada Familia doelwit?

Op het Plaza Cívica vertelt Elisabeth (21), serveerster van Pastisseria Costa, dat de politie vrijdagnacht honderd meter verderop een huis is binnengevallen. Daar woonde de imam. Naar verluidt heeft de politie de woning doorzocht op spullen, maar ook om DNA van de imam, Abdelbaki es Satty, te vinden. Het vermoeden bestaat dat het stoffelijk overschot van de ongeveer 40-jarige man is gevonden in een huis in de stad Alcanar. Dat pand explodeerde woensdagnacht.

De politie gaat ervan uit dat dit huis fungeerde als bommenfabriek voor de aanslagen die de verdachten wilden plegen. In de puinhopen van het pand zijn al 120 zelfgemaakte explosieven gevonden. De terroristen zouden van plan zijn geweest een of meerdere aanslagen te plegen. Volgens sommige Spaanse media zou de terreurcel van plan zijn geweest de basiliek La Sagrada Familia op te blazen. Politiechef Josep Trapero wilde zondag niet zeggen welke doelwitten er waren.

„Ik vind het allemaal heel beangstigend wat nu bekend wordt”, zegt Josefina Sanz (72) die op een terrasje koffie drinkt. Ze zegt het eerlijk: ze heeft het niet zo begrepen op de honderden Marokkanen (‘moros’) in Ripoll. Ze pakt haar mobiele telefoon om een foto te tonen van het twee jaar geleden op een Turks strand verdronken Syrische jongetje Aylan. Daarnaast een foto van een jongetje in een vergelijkbare pose dat donderdag is doodgereden op La Rambla. „De dode vluchteling werd overal getoond, de door een immigrant vermoorde jongen wil niemand laten zien. Dat is kennelijk te gevoelig”, zegt ze.

Ineens was de imam vertrokken

Cafetaria Esperanza (‘Hoop’) tegenover het treinstation is het belangrijkste trefcentrum voor de Marokkaanse gemeenschap. Zo’n twintig mannen zitten er ’s middags zwijgend aan kleine tafeltjes televisie te kijken. Het journaal opent met het nieuws: El Imám de Ripoll sospechoso: de voorganger van hun moskee is verdachte. De televisie toont de slaapkamer van de imam en zijn rommelige woning.

De bezoekers weten te vertellen dat de imam een goede twee jaar geleden is komen werken in hun gebedshuis. „Hij gaf onder andere koranlessen aan de jongeren”, zegt Mohameddi (61) die achter een dambord zit. In de preken van de imam is Mohameddi, die al dertig jaar als metselaar de kost verdient in Spanje, nooit iets bijzonders opgevallen. „Hij zei nooit iets raars.” De imam zou vooral zijn best hebben gedaan zo min mogelijk op te vallen. Hij was vader van negen kinderen en zou grappend verteld hebben dat hij van plan was met zijn gezin een elftal te vormen.

Een maand geleden vertrok hij ineens. „Met een groot busje is hij weggereden”, zegt Mohameddi. „Hij wilde ergens anders naar toe. Waar hij meer kon verdienen.” Tegen sommigen zei hij naar België te willen. Hij zou enige tijd in Vilvoorde hebben gewoond. De laatste tijd bidden de moslims in Ripoll zelf, zonder geestelijke begeleiding. Via de tv horen ze zaterdag dat hun gebedsleider naar alle waarschijnlijkheid in een huis vol zelfgemaakte explosieven het leven heeft gelaten.