Commentaar

Compenseer ‘kunstgrasclubs’ voor teruggaan naar duurder natuurgras

Het zijn niet de minste (ex-) voetballers die een pamflet tegen het gebruik van kunstgras in de eredivisie hebben ondertekend. Diverse (oud-)internationals, onder wie de aanvoerder van het Nederlands elftal, Arjen Robben, de bondscoaches Dick Advocaat en Ruud Gullit. Níét: Louis van Gaal. Niet elke voetbalprominent is tegen de ‘plastic’ velden.

Maar de meerderheid van de betrokkenen, de ‘werkvloer’, dus wel. Er is ook veel te zeggen voor het afschaffen van kunstgras in wedstrijdverband. Omdat de meeste spelers problemen op het kunstgras ervaren. Omdat er spelers zijn die niet naar een club willen worden getransfereerd als die op kunstgras voetbalt. En vooral: omdat kunstgras buiten Nederland een betrekkelijk zeldzaam verschijnsel is. Nederland loopt internationaal uit de pas.

Uitgerekend de nieuwe voorzitter van de raad van commissarissen van de KNVB, Jan Smit, is een uitgesproken voorstander van kunstgras. Hij leidde dan ook jarenlang een van die clubs, Heracles uit Almelo, die steeds de eindjes aan elkaar moeten knopen om een begroting te presenteren die hun licentie, hun recht om in de eredivisie of eerste divisie uit te komen, niet in gevaar brengt. Want dat is het grote voordeel van kunstgras: het is goedkoper in onderhoud, het kan zeven dagen per week door meerdere selecties worden gebruikt voor training en wedstrijden, het is enorm ruimtebesparend.

Het is zelfs een nipte meerderheid van de betaald-voetbalondernemingen (bvo’s), 18 van de 34, die hun thuiswedstrijden op kunstgras afwerken. En het zijn uiteindelijk de clubs zelf die beslissen of de licentie-eisen worden aangepast, of het bezit van natuurgras een voorwaarde wordt om in de eredivisie uit te komen. Waarbij meteen de kanttekening past waarom dan niet hetzelfde zou moeten gelden voor de eerste divisie: alsof alle luidkeels beklemtoonde nadelen van kunstgras daar opeens niet van toepassing zijn.

Het vervangen van kunstgras is dus een kwestie van geld. En dan valt vanzelf de verdeling van bijvoorbeeld de tv-gelden over de clubs in het oog. Die is ongelijk: de rijkere en (mede daardoor) meer succesvolle bvo’s krijgen jaarlijks een aanzienlijk groter deel van die pot dan de armere. ‘Kunstgrasclubs’ die destijds het natuurgras hebben verwijderd, deden dat legaal: het was overeenkomstig de licentievoorwaarden. Veranderen kan alleen als deze clubs financieel tegemoet wordt gekomen, bijvoorbeeld door een structureel andere verdeling van de tv-gelden. Gebeurt dat niet, dan is de kans aanzienlijk dat het pamflet zonder resultaat blijft.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.