Commentaar

Met het omvertrekken van beelden wordt de geschiedenis niet veranderd

Beeldenstorm

Standbeelden van historische figuren spelen een voorname rol in de controverse tussen antiracisten en diverse ultrarechtse splintergroeperingen in de Verenigde Staten. De wortels van het conflict reiken terug tot de burgeroorlog – midden negentiende eeuw – tussen de Noordelijke staten en de Zuidelijke staten van de Confederatie. De inzet van die oorlog was de afschaffing van de slavernij in het Zuiden; de voedingsbodem van de huidige wederopleving van het gekleurde zelfbewustzijn in de VS, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de Black Lives Matter-beweging.

Het rechts-extremistische geweld vorig weekeinde rond het standbeeld van de Zuidelijke generaal Robert E. Lee staat niet op zichzelf. Al veel langer broeit de rancune van groepen als de Ku Klux Klan, neonazi’s en extreem-rechtse milities. Dat werd bijvoorbeeld duidelijk bij de schietpartij in 2015 in Charleston toen een extreem-rechtse terrorist negen gekleurde kerkgangers doodschoot. Ook dat bloedbad leidde tot discussies over het verwijderen van beelden en van de confederale oorlogsvlag van Zuidelijke regeringsgebouwen.

Deze eigentijdse beeldenstorm in de VS is symptomatisch voor de onderliggende verdeeldheid in de samenleving. De beelden bereiken zo precies het omgekeerde van waarvoor zij ooit werden opgericht. Niet langer functioneren zij als verbindende symbolen, zij worden juist twistappels.

Dat is niet slechts een Amerikaans verschijnsel. Ook Nederland kent soortgelijke discussies over monumenten voor historische helden die aan de verkeerde kant van de geschiedenis zijn beland. „Zou er in deze stad een standbeeld van Van Heutsz staan, men moest het onopvallend maar vandaag nog slopen”, dichtte J.B. Charles al in 1953. De generaal, ooit held van de Atjehoorlog, is allang voor veel Nederlanders juist een hoofdverdachte in het bloedige koloniale verleden. Hetzelfde geldt voor een VOC-kopstuk als Jan Pietersz. Coen, wiens standbeeld in Hoorn controversieel is. Eerder werd de sokkel daarom voorzien van een bijschrift waarin erop gewezen wordt dat deze „krachtdadige en visionaire bestuurder” ook „bekritiseerd wordt om zijn gewelddadig optreden”.

De geschiedenis zelf kan door het omvertrekken van historische monumenten niet worden gerectificeerd. Beter is het om het vak geschiedenis serieuzer te nemen. Zodat alle burgers ten minste op de hoogte zijn van de historische feiten. Daarbij hoort ook het onder ogen zien van de minder fraaie pagina’s uit het verleden. De spanning in de samenleving is daarmee niet weg. Maar in ieder geval kan de geschiedenis minder makkelijk worden geïnstrumentaliseerd door kwaadwillenden.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.