Bastaardkinderen zijn altijd zeldzaam geweest

Genetica

Dankzij zeldzame achternamen en Y-chromosomen is ook voor Nederland vastgesteld: één procent koekoekskinderen.

Foto iStock

Kinderen die niet verwekt zijn door hun wettelijke vader, zijn veel zeldzamer dan vaak wordt verteld. Slechts ongeveer 1 procent van de Nederlanders is een bastaardkind, en dat is al eeuwen zo.

Onderzoekers van de KU Leuven hebben dat voor Nederland uitgezocht, en publiceerden er vorige maand een wetenschappelijk artikel over in het American Journal of Human Biology.

Het is een hardnekkige mythe dat één op de tien kinderen een onecht kind is. Die is al vaker weerlegd, bijvoorbeeld door genetisch onderzoek in ziekenhuizen. „Het is eerder 1 procent”, zegt de Leuvense onderzoeker Maarten Larmuseau, „en hooguit 2.”

En vroeger was dat niet anders. Voor Vlaanderen berekende Larmuseau vier jaar geleden al dat slechts één op de honderd kinderen een „koekoekskind” is. Nu zijn er voor het eerst ook wetenschappelijke, historische cijfers uit Nederland.

Stambomen zijn de basis van het Leuvense onderzoek. De evolutie-biologen en genetici vlooien al jaren door de stambomen van willekeurige Nederlanders. Ze kozen steeds twee mensen die dezelfde achternaam delen – liefst een zeldzame.

„We zochten zelf in gemeente- en kerkregisters hun stambomen uit. Als we geluk hadden, deelde het koppel vele generaties terug dezelfde verre overgrootvader.” Ze mochten geen naaste familie zijn, uit ethisch oogpunt. De Leuvense genetici verzamelden 68 van deze koppels, waarna een DNA-test volgde. Twee mensen die via de mannelijke lijn verwant zijn, hebben hetzelfde Y-chromosoom.

Bij 9 koppels klopte de DNA-test niet met hun officiële stamboom. Volgens Larmuseau vonden de betrokkenen het niet erg. „Het gaat maar om een verre oma van lang geleden die een scheve schaats heeft gereden.”

Met een beetje rekenwerk volgde daaruit het percentage Nederlandse bastaardkinderen per generatie: ergens tussen de 0,46 en 1,76 procent.

Voor de Leuvense genetici zijn die landelijke cijfers bijzaak. Het team wil weten of er in bepaalde historische periodes en maatschappelijke omstandigheden meer buitenechtelijke kinderen geboren worden.

Larmuseau: „Welke invloed heeft sociale status, stad of platteland, de industralisatie in de 19de eeuw?” Zijn team onderzoekt die vragen voor Vlaanderen en Nederland samen. „Daarom moesten we eerst weten of er geen verschillen tussen landen zijn.” Duizend Vlaamse en Nederlandse achternaam-koppels doen mee aan het vervolg-onderzoek.