Profiel

Wilco Kelderman

‘Als iemand een grote ronde kan winnen, dan is het Wilco Kelderman’

Na het succes van Tom Dumoulin in de Giro zijn de ogen in de Vuelta de komende weken gericht op ploegmaat Wilco Kelderman.

In zijn juniorentijd was Wilco Kelderman (26) allround zo goed, dat zelfs Tom Dumoulin tegen hem opkeek. Vooral in tijdritten, tegenwoordig dé discipline van Dumoulin, was Kelderman beter. Niet de latere winnaar van de Giro, maar Kelderman, een schriel en onopvallend ventje uit Barneveld, zou het gaan maken in de grote rondes. Hij was de grote belofte van de Nederlandse wielersport, met zijn fysieke capaciteiten was alles mogelijk.

Maar er is veel gebeurd. Dumoulin is de grote man, na zijn Giro-zege afgelopen mei, Kelderman heeft de verwachtingen (nog) niet waar kunnen maken. Zijn opwaartse lijn stokte na 2014, vooral door valpartijen en blessures. Dumoulin en Kelderman rijden sinds dit jaar weer voor dezelfde ploeg, Team Sunweb, de succesformatie die de Giro won en twee truien mee terugnam uit de Tour. In de Vuelta, die zaterdag is begonnen, is het de beurt aan Kelderman om te laten zien dat hij nog altijd tot de besten behoort.

Jeugdtrainer Wim Sluis ziet het wel gebeuren. „Wilco is het grootste wielertalent ter wereld. Dat heb ik altijd geroepen, en dat doe ik nog steeds.” Sluis maakte kennis met Kelderman toen hij als tiener van een vereniging in Amersfoort overkwam naar de fietsclub De Volharding, een begrip in de regio. „Er kwam een iel jochie binnen”, vertelt Sluis. „Bescheiden, rustig, de ideale schoonzoon. Eigenlijk een beetje te lief voor dit metier, maar met ongekende mogelijkheden. Hij kan sprinten, tijdrijden en hard bergop.”

Van mij zou hij best eens wat meer beuken uit mogen delen.

Jos van Emden

Vader Gijsbert Kelderman haalde destijds zijn schouders op als zijn zoon door de trainer het grootste wielertalent ter wereld werd genoemd. Hij moest het nog maar zien. Zijn jongste zoon was nooit een krachtpatser geweest. Bij de F’jes gevoetbald, daarna hardrijden op de schaats. Wilco schopte het tot de C-selectie, maar als tiener stagneerde zijn ontwikkeling. Pa Kelderman, niet de grootste prater: „Om hard te kunnen schaatsen heb je gewicht nodig. Wilco was veel te licht.” Evengoed trok de familie – pa, ma en drie zoons – er in de winterse weekenden op uit om wedstrijden te rijden. Maar toen Wilco en zijn vier jaar oudere broer Martin in de zomer ook wilden fietsen, moesten ze kiezen. Ze kozen voor het asfalt.

Want de broers hadden ontdekt dat ze op een racefiets van nature harder konden dan hun leeftijdgenoten. Al bij de junioren viel Kelderman op. Toen hij op een officieus jeugd-EK in Luxemburg op zijn vijftiende heuvelop met kop en schouders boven de rest uitstak, hadden de belangrijke pionnen van de vaderlandse opleidingsploeg genoeg gezien. Deze keer was het Peter Zijderveld, trainer bij het Rabobank Development Team, die pa Kelderman erop wees: „Als er eentje prof wordt, dan Wilco.”

Meer dan ooit hoort Kelderman nu in het rijtje favorieten voor een podiumplaats in Madrid.

Zijn tijd vooruit

Kelderman maakte de mavo af, maar op het moment dat het grote Rabobank hem inlijfde, stopte hij met zijn mbo-opleiding Multimedia om zich op het fietsen te richten. Zijn ouders gaven meteen groen licht. „We deden waar hij gelukkig van werd. En dat was fietsen op zijn Vitus Turbo.”

In die jaren nam Rabobank de Ardennenproef af, twee tests na een trainingskamp: een tijdrit over de steile Côte de Wanne en eentje over de langere Côte du Rosier. Zijderveld: „Wilco was de snelste van iedereen, terwijl hij op een te zware fiets reed. En dat deed hij met een grote glimlach op zijn gezicht. Hij was een echte liefhebber, zat bijna nonchalant op de fiets. Als iemand in Nederland een grote ronde kan winnen, dan is het Wilco.”

Broer Martin vertelt dat Wilco en hij hun tijd ver vooruit waren. Martin ontwikkelde tijdens zijn studie fysiotherapie een fietspositiemeetsysteem en paste zijn kennis toe op zijn talentvolle broertje. Zo zat Wilco altijd het efficiëntst van iedereen op zijn racefiets, met de perfecte hoeken zadel-stuur-trappers. Op zijn beurt zocht Wilco avonden lang op internet naar nieuwe snufjes, nieuwe technieken voor zijn fiets. Dat doet hij nog altijd. „Wilco heeft de neiging alles tot in detail uit te zoeken. Dat kan zijn grote kracht zijn”, vertelt Martin Kelderman. „Maar soms slaat hij erin door.” Hij doelt op een periode waarin zijn broertje experimenteerde met een zo laag mogelijk lichaamsgewicht. Daarmee was voor Kelderman de winst niet te behalen: mentaal trok hij dat slecht.

In 2014 werd Kelderman zevende in zijn tweede Giro, en wedijverde later dat seizoen bergop met toprenners Chris Froome en Alberto Contador in het Criterium du Dauphiné, een korte etappekoers in Frankrijk. Maar de voorbije twee jaar was zijn loopbaan een worsteling, vooral met zichzelf. Zijn eerste Tour, in 2015, had hij last van zijn rug en eindigde hij als 79ste in het algemeen klassement. Een jaar later had hij materiaalpech tijdens een afdaling en schoof hij tegen het smeltende asfalt. Einde klassement, alweer: Kelderman eindigde als 32ste, geen plaats voor een wielrenner die al sinds zijn tienerjaren de hemel in wordt geprezen.

Na zijn vierde Tourzege wil Chris Froome dit jaar ook de Vuelta winnen. Froome koerst voor een plaats in de geschiedenis.

Geen prater

Bij Lotto-Jumbo kon hij maar moeilijk omgaan met de rol van kopman en het bijbehorende verwachtingspatroon, en dus stapte hij dit jaar over naar een nieuwe omgeving, bij Sunweb. Gijsbert Kelderman: „Bij Sunweb hebben ze een visie met Wilco, en daar wijken ze niet van af. Dat is belangrijk voor hem. Hij wist in januari al dat hij de Vuelta als kopman zou rijden. Bij Lotto-Jumbo was dat niet.”

Broer Martin: „Wilco is enorm gedreven, kan zich ergens totaal in vastbijten. Maar als het dan niet gaat zoals hij het wil, heeft hij moeite los te laten. Dan kan hij behoorlijk in de put zitten. Hij kan er ook moeilijk over praten, dat had hij als kind al. Als hij hard onderuit ging met de mountainbike, dan zag je niets aan hem.” Oud-ploegmakker Jos van Emden schetst hetzelfde beeld. „Ik heb jaren met hem op de kamer gelegen, maar heb nog steeds het idee dat ik de echte Wilco niet ken. Waar ik soms ontplof, kropt hij alles op. Van mij zou hij best eens wat meer beuken uit mogen delen. Dan laat hij zien: hé jongens, hier ben ik.”

In maart brak Kelderman bij een val in Italië zijn wijsvinger. In het revalidatietraject ging hij als een bezetene te werk, want hij wilde op tijd fit zijn om te knechten voor Dumoulin in de Giro. Uren zat hij op de rollerbank, geen pretje voor een renner. Kelderman verscheen afgetraind aan de start in de Giro, maar reed in de negende rit tegen een stilstaande motor op en brak dezelfde vinger opnieuw.

Ditmaal nam hij rust voor hij weer op zijn fiets sprong. In de periode daarna trainde hij veel met Van Emden, die in dat gedrag een volwassen geworden renner herkende. Meer dan ooit hoort Kelderman nu in het rijtje favorieten voor een podiumplaats in Madrid, waar op 10 september de Vuelta eindigt. „Hij is misschien wel in de vorm van zijn leven”, denkt broer Martin. „Hij is fris, mentaal sterker na al die tegenslagen. Ik zag laatst eindelijk het vuur weer in zijn ogen.”