De voetbalclub waar Jan Smit de kas spekt

De ambitie van FC Volendam

In de schaduw van Ajax en AZ opereert FC Volendam op geheel eigen wijze. De hechte gemeenschap laat deze club nooit kapot gaan.

De businessclub van FC Volendam tijdens de wedstrijd tegen Helmond Sport afgelopen vrijdag in het Kras Stadion in Volendam. Rechtsonder: de mascotte van FC Volendam. Foto’s Bastiaan Heus

Op de ochtend van de eerste thuiswedstrijd van dit seizoen ging bestuurslid Cor Tol er nog van uit dat FC Volendam het voorbije jaar veertien zielsverwanten had verloren. Het bleken er vijftien, want er belde nog een vrouw om te vragen of Volendam ’s avonds nog een minuut stilte zou houden voor alle overledenen. Zo ja, dan stelde haar familie het op prijs als de naam van haar opa werd voorgedragen, wijlen trouw supporter van Volendam.

Ruim acht uur later, vlak voor de thuiswedstrijd tegen Helmond Sport, verschijnt Tol met een microfoon op het kunstgras van het Kras Stadion. De rug kaarsrecht, zijn voeten aan weerzijden van de middenlijn. Plechtig noemt hij de namen van hen die FC Volendam in jaargang 2016-2017 zijn ontvallen, inclusief hun bijnaam – altijd onmisbaar in een dorp waar kinderen worden vernoemd naar hun grootouders. Barkeeper Jan Zwarthoed noemden ze Betje, oud-voetballer Jan Zwarthoed heette Tater. „Al deze mensen zijn voor FC Volendam van grote betekenis geweest”, zegt Tol. Er volgt applaus. En stilte.

Zoveel vreemden als er overdag in de oneindige toeristenstroom over de Dijk stromen, zo hecht is de gemeenschap die zich inzet voor de lokale profclub. Nog altijd is Volendam met ruim 22.000 inwoners de kleinste gemeente in het profvoetbal en tóch is de club niet meer weg te denken uit datzelfde profvoetbal.

Gelegen tussen het Markermeer en de achterlanden van Ajax en AZ is Volendam niet meer dan een stip op de Nederlandse voetbalkaart, maar juist in zulke gemeenschappen zijn de onderlinge banden het sterkst. De sfeer is familiair. Stadionspeaker Jack Mühren is de broer van oud-spelers Gerrie en Arnold Mühren, de commercieel manager is de zwager van bestuurslid Jan Smit.

„Onze gehechtheid is ons sociaal-cultureel bezit. Iedereen beseft dat deze club niet kapot mag gaan”, zegt Cor Tol. „Volendammers hebben een ongelooflijke prestatiedrang”, verklaart trainer Misha Salden. „Dat zie je niet alleen in het voetbal, maar ook bij Volendamse artiesten en bedrijven.” Voorzitter Henk Kras: „75 procent van ons achterland is zee, maar dat weerhoudt ons niet om toonaangevend te willen zijn. We willen met alles de beste zijn.”

Ondanks die ijver was FC Volendam er in 1998 bijna geweest. Althans, zo leek het voor de buitenwereld. Want toen de proflicentie daadwerkelijk in gevaar kwam door een tekort van 800.000 gulden, werd het geld in één nacht opgehoest, zoals Volendammers eerder in één weekend 2 miljoen gulden ophaalden voor de renovatie van de Vincentiuskerk. Wie betaalden, werd niet bekendgemaakt, maar in Volendam zeggen ze dat je het moet zoeken in de kring van grote lokale ondernemers: van garnalenverwerkers tot bouwgiganten. „Ik lap 25.000 gulden, maar alleen als jij het ook doet”, schreeuwden ze naar elkaar.

Een van de mannen die destijds een duit in het zakje deden vervult nog altijd een grote rol bij de club. Henk Kras, blauw kostuum, oranje das, beent vrijdagmiddag door de gangen van het stadion, dat de naam draagt van het recyclingsbedrijf dat hij tot zijn pensioen in 2016 heeft geleid. Kras is achttien jaar voorzitter en is tevens technisch en operationeel directeur. Boegbeeld én klusjesman.

Spinrag en dode vliegen

Hij zet zelf de airco hoger in de sponsorlounge, terwijl hij een bestuurder sommeert zijn auto te verwijderen die in de weg staat wanneer er een brandweerwagen moet komen. Als hij spinrag aantreft in de skybox waar prominente supporters als Jan Smit zitten, roept hij er meteen iemand bij. „Dames…” Het is maar goed dat hij de laagste verdieping van de hoofdtribune niet bezoekt. De dode vliegen in de vensterbank van de perszaal zouden hem een doorn in het oog zijn. De geur nabij de kleedkamers is die van nostalgie. Koffie vermengd met oude aarde.

Als Kras gaat zitten in de box van zijn bedrijf, waar een replicaboot en een walviskaak de entree opsieren, vertelt hij trots over de verbouwing van het stadion, vorig jaar zomer. De hoofdtribune was na 24 jaar gedateerd. Sponsoren zaten achter glas, er waren te weinig businessstoelen. Via obligatieleningen is de hoofdtribune verbouwd en zijn er nieuwe sponsorzalen gecreëerd. Dat geld moet worden terugbetaald, maar bij de club verwachten ze eigenlijk dat de verantwoordelijke ondernemers hun geld niet terug hoeven.

Kras: „Alle plekken zijn verkocht, en dan spelen wij nog in de eerste divisie. Wij hebben een businessclub waar veel eredivisieclubs jaloers op zouden zijn. Je bent er alleen op het verkeerde moment vandaag. Het is bouwvak, Volendammers zijn nu allemaal op vakantie en komen dit weekeinde pas weer terug voor de feestweek.”

Wie met sponsoren spreekt, bemerkt een zekere vanzelfsprekendheid om Volendam te ondersteunen. „We hebben ook het geld ervoor”, zegt een man in de businesslounge. „Als je ooit naar een vrijmarkt wilt, moet je naar die van Volendam gaan. Je vindt er de beste spullen, wij kopen alles nieuw. Terwijl andere dorpen moeten zeuren om pinautomaten, hebben wij er een stuk of 25. Nee, schrijf mijn naam maar niet op. Dan lijk ik nog een opschepper. Vergeet alleen niet dat we er ook keihard voor werken. Ondernemers staan hier niet voor niets ’s ochtends tussen 5 en 6 in de file om het dorp uit te komen.”

De prestatiedrang is groot. „Ken je het verhaal van de Volendamse tennisser die tweede werd op een toernooi?” vraagt bestuurslid Cor Tol. „Komt hij thuis, zegt zijn moeder: ‘Kon je geen eerste worden?’ Typisch Volendams.” Voorzitter Kras: „We willen overal het beste in zijn. Of het nou zingen, handballen, dammen of voetballen is. Het stomme is wel dat we er meteen mee stoppen als we dat niet zijn.”

Terwijl FC Volendam qua achterland te vergelijken is met clubs als FC Emmen en Telstar uit IJmuiden, doet de club altijd mee in de hoogste regionen van de eerste divisie. Met name dankzij de jeugdopleiding, waarmee Volendam een van de zes clubs is waarvan alle jeugelftallen op het hoogste niveau spelen. Deze zomer nog werd jeugdspeler Nathangelo Markelo weggeplukt door Everton, terwijl Vincente Besuijen eerder al door AS Roma werd overgenomen. En dat terwijl Ajax en AZ allebei op nog geen 35 kilometer afstand liggen.

De tragiek van FC Volendam

Toch schuilt hierin ook de tragiek van FC Volendam. Want als andere clubs een talent niet al als kind ontdekken, halen ze de speler weg wanneer deze eindelijk kan doorbreken in het eerste elftal. Weliswaar voor een schappelijke vergoeding, maar wanneer spelers jong zijn, is zo’n transfer eerder kostendekkend dan lucratieve handel. Het is als een vicieuze cirkel: opleiden, verkopen, opleiden, verkopen.

„We moeten promoveren om dat te doorbreken”, zegt Tol. „Dan zou je van die miljoen euro aan tv-inkomsten drie spelers kunnen halen die je mogelijk in de eredivisie houden. Als je het dan even volhoudt, kun je verder groeien dankzij de extra inkomsten die je krijgt.”

Nu genereert de club extra inkomsten dankzij misschien wel de bekendste Volendammer in Nederland: Jan Smit. Hij is bestuurslid ‘algemene zaken’ en komt zo vaak mogelijk langs als hij kan. Het punt is: Smit heeft met tv-optredens, muziektours en reclamewerk zo veel nevenactiviteiten dat hij het voorbije seizoen nauwelijks een wedstrijd heeft gezien. „Ik begreep dat Jan over vijf jaar misschien wel voorzitter wilde zijn, maar ik kan hem vertellen dat dat in zijn huidige ritme niet doorgaat”, zegt Kras. Grijzend: „Hij is wel heel weinig aanwezig geweest.”

Toch is Smit volgens Kras van groot belang voor de club. De zanger opent deuren, zoals dat heet. Staat Smit tussen de sponsoren, dan zijn die misschien wel vatbaar voor wat extra financiële steun voor de club. Zelf treedt hij elk jaar gratis op bij het zomerconcert dat op het veld van Volendam wordt gehouden, waarvan de club de opbrengst mag houden. „Jan is ons gezicht”, zegt Kras.

Toen oud-AZ-speler Barry Opdam op het punt stond om af te gaan bouwen bij Volendam, maar dreigde af te haken vanwege zijn toekomstige salaris, zei Smit tegen hem dat alles goed zou komen. Vlak erna tekende Opdam een verbeterd contract bij de club waar hij nog altijd jeugdtrainer is.

De betrokkenheid van individuen kan ook te groot zijn. Zelfs bij FC Volendam. Deze zomer nam de club afscheid van de 74-jarige vrouw die gastvrouw in de bestuurskamer was en doordeweeks de lunch van de selectie verzorgde. Ze duldde daarbij nauwelijks inspraak van de trainer. Als Volendamse wist zij toch wat het beste voor de club was.