Vervolging mensenhandel hapert, aantal veroordelingen daalt

Justitie

Het aantal mensen dat vervolgd wordt voor mensenhandel is gedaald, terwijl experts niet denken dat er minder mensenhandel is.

De Politie, het OM en Justitite houden een grote actie op de Achterdam, het prostitutiegebied van Alkmaar. Ze halen iedereen uit het gebied en onderzoeken waar mogelijk op mensenhandel drugs en wapens. Foto: Olivier Middendorp

Er worden in Nederland steeds minder mensenhandelaren veroordeeld. Het afgelopen jaar werden 103 personen schuldig bevonden aan mensenhandel. Dat is een kwart minder dan in 2015. Dit blijkt uit cijfers die NRC opvroeg bij de Raad voor de rechtspraak.

De daling volgt na een reeks jaren waarin het Openbaar Ministerie succesvol was in de bestrijding van mensenhandel. In 2012 werden 110 mensenhandelaren veroordeeld. In de jaren daarop steeg en schommelde het aantal veroordelingen: 156 in 2013, 133 in 2014 en 139 in 2015.

Experts geven verschillende verklaringen voor de daling van het aantal veroordelingen, maar denken niet dat er minder mensenhandel plaatsvindt in Nederland. Volgens Conny Rijken, hoogleraar mensenhandel en verbonden aan Tilburg University, richtten politie en marechaussee zich de afgelopen twee jaar vooral op de verhoogde vluchtelingeninstroom en daarmee mogelijk gepaard gaande mensensmokkel. De aandacht voor mensenhandel verslapte, zegt zij. Logisch gevolg: er werden minder mensenhandelzaken aangebracht bij het OM. Rijken: „Dat zie je terug in het aantal veroordelingen.”

Verder is door de reorganisatie bij de politie expertise op het gebied van mensenhandel verdwenen, zegt Rijken. Een aantal prominente experts kreeg een andere functie. Daarover uitte de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen Corinne Dettmeijer-Vermeulen een jaar geleden in NRC al haar zorgen.

De politie heeft geen verklaring voor de terugloop in het aantal veroordelingen voor mensenhandel. Het Openbaar Ministerie wil niet reageren.

Collega-hoogleraar Mirjam van Reisen, eveneens verbonden aan de universiteit in Tilburg, interpreteert de daling als „goed nieuws”. De cijfers kunnen erop wijzen dat het OM probeert de hiërarchie achter de mensenhandelorganisaties bloot te leggen, zegt zij. Dat is veelal een tijdrovende bezigheid. Er zijn weliswaar minder veroordelingen maar er zijn wel hogere straffen, zegt Van Reisen. „Kennelijk richt het OM zich op de zware jongens.”

In 2012 werd de maximumstraf voor mensenhandel verhoogd tot twaalf jaar. Uit de cijfers van de Raad voor de rechtspraak blijkt dat in 2016 de opgelegde gevangenisstraf gemiddeld 585 dagen is. Dat is veertig dagen meer dan in 2015, maar bijna een half jaar minder dan in 2013. Vijf mensenhandelaren kregen vorig jaar een gevangenisstraf opgelegd van meer dan 1.500 dagen. Bijna een kwart van de verdachten werd vrijgesproken.

Volgens criminologe Dina Siegel, werkzaam als hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, wordt het steeds moeilijker om mensenhandel te bewijzen. Mensenhandel kan „heel subtiel” zijn, zegt zij. Slachtoffers accepteren vaak de oneerlijke en ongelijke afspraken met de mensenhandelaar, zegt Siegel, en voelen zich niet uitgebuit. „Daarom doen slachtoffers geen aangifte en zonder bewijs kan het niet naar de rechter.”

Veel slachtoffers belanden in de prostitutie. Het toezicht daarop hapert momenteel ook. Deze maand oordeelde de bestuursrechter dat het Amsterdamse prostitutiebeleid, waarbij de exploitant persoonsgegevens van de prostituees verzamelt om die te kunnen tonen bij controle, in strijd is met de Wet bescherming persoonsgegevens. En ook de gemeente Den Haag heeft niet meer het recht de persoonsgegevens van sekswerkers te registreren via een ‘intakegesprek’, besloot de Autoriteit Persoonsgegevens onlangs. Volgens lokale bestuurders bemoeilijken deze besluiten de aanpak van misstanden.