Met de stalen palen van Sif zit het voorlopig wel goed

Deze rubriek belicht beursfondsen in de belangstelling. Deze maandag: funderingsspecialist Sif.

Foto Sif Holding

Beleggen heeft soms iets weg van een te drukke discotheek. Op weg naar binnen lijkt het nog wel mee te vallen en zie je precies genoeg ruimte voor jou en je vrienden. Maar zodra iemand ‘brand’ roept, haast de hele mensenmassa zich in één keer naar de uitgang. Die in de chaos ineens veel te klein blijkt voor zo veel mensen.

De Nederlandse funderingspecialist Sif Holding, die donderdag met cijfers komt, overkwam dit voorjaar iets vergelijkbaars. Sinds de beursgang in mei 2016 wilden beleggers allemaal een stukje van het bedrijf hebben en liep de koers op van 14 euro naar ruim 25 euro. Totdat in maart een analist een kritische noot plaatste bij die waardering. Prompt deden beleggers hun stukken in de verkoop.

De koers daalde tot onder de 18 euro. Die reactie was misschien wel een beetje overdreven, vindt ook de analist in kwestie, André Mulder van zakenbank Kepler Cheuvreux. Want ja, hij had zo zijn zorgen over bepaalde ontwikkelingen waarmee Sif misschien te maken krijgt. „Maar alle onderliggende ontwikkelingen zijn gewoon heel positief.”

Sif ging op een gewaagd moment naar de beurs, toen koersen grillig schommelden door dalende olieprijzen en onzekerheid over de Chinese economie.

Het bedrijf uit Roermond verdient een groot deel van zijn omzet namelijk met het bouwen van stalen funderingen voor windmolenparken op zee. Nu steeds meer overheden en bedrijven plannen hebben voor windparken, wordt de vraag naar zulke palen steeds groter.

Het productieproces van de monopiles van Sif:

Hoe snel de markt van Sif „volwassen” wordt, blijkt volgens Hilco Wiersma, medeoprichter van beleggingsfonds Add Value, wel uit het feit dat er voor het eerst projecten uitgeschreven worden waarvoor geen subsidie meer nodig is. „Tot voor kort waren alle projecten overheidgedreven. Maar nu is het dus mogelijk om kostendekkend een windmolenpark op zee te bouwen. Dat heeft een enorme omslag teweeggebracht.”

Alleen in ondiep water

Gunstig voor Sif is bovendien dat de concurrentie op het gebied van funderingen vrij beperkt is, zegt analist Mulder. Dat komt doordat de pijlers die het bedrijf maakt niet recht zijn, maar taps toelopen. „Aan de basis zijn ze elf meter breed en aan de top maar een meter of vier. Het zijn geen palen die je gewoon even bij de hoogovens kan ophalen. Er zijn maar een paar bedrijven die zoiets kunnen maken.”

NRC ging dit voorjaar op bezoek bij de nieuwe assemblagehal van Sif, waar duizenden tonnen staal aan elkaar worden gelast

Toch hebben de monopiles van Sif ook een belangrijke beperking: ze zijn alleen geschikt voor water tot ongeveer vijftig meter diep. In de Noord- en Oostzee en voor de Franse en Iberische kust is dat geen probleem, aangezien de zee daar lang relatief ondiep blijft. Maar in bijvoorbeeld Japan is dat anders. En wat als landen hun parken steeds verder op zee willen bouwen?

Om ook windparken in dieper water te kunnen bouwen, werkt Sif daarom nu aan drijvende funderingen. Maar dat kunnen meer bedrijven, dus het is de vraag of het bedrijf ook daarin zo’n sterke marktpositie kan opbouwen. Een echte bedreiging voor Sif vormt dat echter nog niet, vindt Hilco Wiersma van Add Value.

Wiersma wijst op het Deense energiebedrijf Dong, een van de grootste investeerders in windparken op zee. „Zij hebben gezegd dat monopiles de komende drie tot vijf jaar dé manier van werken wordt. Het duurt nog wel zeven, acht jaar voordat die drijvende funderingen gebruikt gaan worden. Dus voorlopig is dat geen bedreiging.”

De bouw van windparken is bijna kostendekkend. Een subsidieloos tijdperk lijkt nabij

Vanwaar dan toch de reserve bij analist Mulder, eerder dit jaar? Het had te maken met een paar projecten die in 2018 zouden beginnen, maar vertraging opliepen. Daardoor bestaat volgens hem de kans dat de nettowinst van Sif volgend jaar zo’n 30 procent lager uitvalt.

Maar, zo voegt de analist van de Franse zakenbank daar meteen aan toe, het gaat om uitstel, niet om afstel. „De vraag is nu waarnaar beleggers kijken. Kijken ze naar het dalletje in 2018? Of lukt het ze om eroverheen te kijken? Want als je dat doet, heb je een goed aandeel te pakken.”