Voetbal schreeuwt om verbod op ‘plastic shit’

Eredivisie

Kopstukken bundelen de krachten met pamflet voor verbanning van kunstgras uit de eredivisie. „Dit kun je niet meer negeren.”

Feyenoord-speler Kevin Diks (links) in duel met Stanley Elbers van Excelsior op het kunstgras in Kralingen. Foto ANP Pro Shots

In de krappe persruimte van Woudestein hoor je bijna alles. „Hebben jullie niet meer water hier”, vraagt Feyenoord-coach Giovanni van Bronckhorst in het voorbijgaan aan Excelsior-trainer Mitchell van der Gaag, na de 1-0 zege. „Ik hoorde dat jullie maar één keer gesproeid hebben.”

Clubs met een kunstgrasveld moeten voortaan drie keer sproeien om te voorkomen dat het veld droog en dus stroef wordt, zei Van Bronckhorst vrijdag: vóór de warming-up, vóór de aftrap en in de rust. Het ligt iets genuanceerder. Er is voor dit seizoen afgesproken dat kunstgrasclubs moeten zorgen voor een „optimaal bespeelbaar veld”, zegt een KNVB-woordvoerder. „Dat betekent sproeien wanneer het nodig is, en dat kan één, twee of drie keer zijn.” Dit is niet reglementair vastgelegd, maar is een „gentlemen’s agreement” tussen de clubs. Het is uiteindelijk aan de thuisclub.

Watertank

Excelsior sproeit zondag alleen kort voor het duel. „De watertank kan maar één keer gevuld worden, het duurt te lang om die bij te vullen”, zegt de woordvoerder van Excelsior. Wat de capaciteit van de tank is? „Dat weet ik niet.” Gevolg: niet sproeien in de rust en een kurkdroog veld in de tweede helft. Je hoort de nepsprieten ritselen.

Het is een detail in een weekend waarin het Algemeen Dagblad een pamflet publiceerde met honderd kopstukken uit het Nederlands voetbal die oproepen kunstgras te verbieden in de eredivisie. Onder anderen bondscoach Dick Advocaat, assistent Ruud Gullit en recordinternational Wesley Sneijder ondersteunen het. De strekking: ‘we’ zijn er klaar mee, internationaal staan we nagenoeg alleen, het is een ander spelletje en het is slecht voor het imago.

‘Tijd voor actie’

Het lijkt een kantelpunt in het Nederlands betaald voetbal, gezien de collectiviteit van het manifest en het krachtenveld dat los komt. „Dit kun je niet meer negeren”, zegt Ron Jans, afgelopen vier jaar coach van PEC Zwolle (kunstgras) en sinds vorige maand technisch manager bij FC Groningen (echt gras). Jans: „De discussie zit nu op haar hoogtepunt, het wordt tijd voor actie.”

Zeven kunstgrasclubs telt de eredivisie dit seizoen – 119 van de 306 duels worden erop gespeeld, play-offs niet meegerekend. In de eerste divisie beschikken elf clubs over een kunstgrasveld.

In 2003 was Heracles Almelo de eerste, veel clubs zagen de voordelen: het veld kan veel vaker gebruikt worden, voor (jeugd)trainingen en in de winter bij slecht weer. Financieel is het aantrekkelijk, het voorkomt huur van extra velden en onderhoud – en er kunnen makkelijker evenementen op worden georganiseerd.

Het antikunstgrassentiment broeit al enige tijd in alle hevigheid. „Kunstgras is verschrikkelijk”, zei Dirk Kuijt bij zijn afscheid in mei. „Het is een smet op het Nederlands voetbal.” Hij ondertekende toen samen met elf andere aanvoerders een manifest, eveneens met de oproep duels in de eredivisie alleen nog op echt gras te spelen.

„Het wordt bijna een ander spel”, zei Kuijt. „De snelheid van de bal, de manier waarop de bal stuitert. Voetbal is een contactsport en wordt door de duels die op kunstgras gespeeld worden anders uitgevoerd.”

Coach Ronald Koeman schreef dit weekend in zijn column in De Telegraaf dat kunstgrasclubs die bij zijn club Everton spelers proberen te huren „kansloos zijn”. „Die clubs worden in Engeland niet langer serieus genomen en dat snap ik helemaal.” Jans vertelt dat sterke internationale clubs bedankten als PEC hen benaderde om in Zwolle een oefenduel af te werken. „Die gaan niet op kunstgras spelen.” Arjen Robben zei zaterdag tegen de NOS dat het kunstgras hem mogelijk „tegenhoudt” om terug te keren in de eredivisie.

Dit jaar besluit

Kortom, de druk wordt opgevoerd. Hoe nu verder? De Eredivisie CV wil nog dit jaar een besluit nemen over een eventueel verbod, zegt de branchevereniging maandag in het AD. De berichtgeving wordt door ECV-directeur Jacco Swart bevestigd tegenover NRC. Swart: „In ons meerjarenplan hebben wij de ambitie om in 2020 op een en dezelfde ondergrond te spelen.” Het zal niet eenvoudig zijn om tot een werkbare afvloeiingsregeling te komen. „Financiële compensatie is één ding”, zegt Rob Westerhof, voorzitter van Sparta, dat kunstgras heeft.

Stel dat zij de ondergrond op Het Kasteel vervangen door echt gras, dan kunnen het eerste elftal en Jong Sparta daar niet meer dagelijks trainen: bij intensief gebruik gaat de kwaliteit achteruit. Er moeten in dat geval vervangende velden worden gevonden. Westerhof: „Je zit dan opeens met een hele hoop complicaties die geld kosten en niet makkelijk te overbruggen zijn.” Sparta wil een vrouwenvoetbaltak opzetten, dat zou dan bijvoorbeeld in gevaar kunnen komen, zegt Westerhof.

Sparta-coach Alex Pastoor zei vrijdag in het AD dat de afgelopen weken drie à vier spelers afzagen van een transfer naar Sparta vanwege de ondergrond in hun stadion. Westerhof is slechts één concreet geval bekend, een buitenlandse speler.

Strijd der stromingen

Interessant wordt de strijd der stromingen binnen de nieuwe, beoogde top van de KNVB. Met de voordracht van Eric Gudde, nu nog Feyenoord-directeur, krijgt de KNVB een directeur betaald voetbal die een uitgesproken tegenstander is van kunstgras. En met Jan Smit, oud-voorzitter van Heracles en straks president-commissaris van de bond, heeft het de grootste voorstander. „Ik denk dat ik er zelfs een lintje voor ga krijgen”, zei hij in juni in NRC, op de vraag of de invoering van kunstgras een smet is op zijn tijd bij Heracles.

Smit verwijst regelmatig naar onderzoek uit 2015 waaruit blijkt dat spelen op kunstgras niet leidt tot meer blessures, geen extra competitief voordeel geeft en nauwelijks zorgt voor een ander spelletje. „Vandaag is kunstgras als grote overwinnaar uit de bus gekomen”, zei Smit destijds, op de dag van de presentatie. Maar in dat onderzoek is niet gekeken naar de snelheid van de passes, het aantal dribbels, de rolsnelheid van de bal en de stuit van de bal – belangrijke indicatoren.

Bal stuitert raar

Terug naar zondagmiddag, Excelsior-Feyenoord. Spits Nicolai Jørgensen, eredivisietopscorer van vorig seizoen, maakte nog nooit een goal op kunstgras voor Feyenoord. En ook nu niet. „It’s shit, man.” Spelen op kunstgras is een worsteling voor de Deen – „plastic shit” noemt hij het.

Zit er een causaliteit tussen het spelen op kunstgras en zijn scoringsdroogte op de ondergrond? „Het is een beetje toeval, vandaag had ik moeten scoren, geen excuses, ik had een grote kans.” Hij vindt het kunstgrasveld van Roda JC goed, dit veld bij Excelsior is „droog”, zegt hij. „Je krijgt er geen snelheid in, dat maakt het moeilijk.”

Kort voor tijd stuit een bal raar op in het eigen strafschopgebied, Jørgensen maakt bijna hands. „Oijh, dat was gevaarlijk, hè.” Hij doet het na. „Ik dacht dat de bal zo kwam, maar hij stuitte de andere kant op. Dat is gek. Op normaal gras zou dat nooit gebeuren.”

Excelsior-directeur Ferry de Haan: „Op basis van emotie zal iedereen voor gras kiezen, ook Excelsior.”