Catalanen en Spanje ruziën na terreur weer als altijd

Spanje

De dag na de aanslag hield de aanvankelijke eensgezindheid tussen ‘Madrid’ en Catalonië al geen stand meer.

Familieleden van enkele van de aanslagplegers wonen zaterdag een ceremonie bij in Ripoll, waar velen woonden. Midden: Ook in het Zuid-Spaanse Fuengirola werd dit weekeinde gerouwd. Francisco Seco/AP

Aan de ‘eensgezindheid’ tussen de Spaanse regering en het bestuur van de autonome regio Catalonië dreigt na een korte periode van rouw snel een einde te komen, nu voorzichtig de eerste schuldvragen worden gesteld. Hoewel tal van details van de terreurdaden in Barcelona en Cambrils nog worden onderzocht, lijkt het er sterk op dat verschillende instanties steken hebben laten vallen.

Hoe heeft een imam met een strafblad twee jaar lang een terreurcel in een dorpje als Ripoll op kunnen bouwen? En hoe kan een groep terroristen maandenlang ongezien minimaal 120 bommen maken in een woonhuis in Alcanar?

Voor antwoorden op deze specifieke vragen is het misschien nog te vroeg. De Catalaanse regionale president Carles Puigdemont werd op zondagmiddag tijdens een bijeenkomst met internationale media al wel voor de voeten geworpen of Catalonië zelfstandig in staat is terrorisme adequaat te bestrijden. Puigdemont hield zich op de vlakte, prees de Catalaanse politie als „een modern en steeds efficiënter wordend korps” en stelde dat „het waarborgen van de veiligheid van de burgers voor iedere democratie cruciaal is”.

Afscheidingsreferendum

De Catalaanse regionale regering houdt vast aan het plan om op 1 oktober een referendum te houden over afscheiding van Spanje. Aanvankelijk koos Puigdemont er bewust voor de terreurdaden en het Catalaanse streven naar onafhankelijkheid strikt gescheiden te houden. „Want het één heeft namelijk niets met het ander te maken”, zo stelde Puigdemont eerder nadat hij samen met koning Felipe VI en premier Mariano Rajoy op het Plaza Cataluña een eenheid had gevormd in het verdriet om de veertien dodelijke slachtoffers.

De dag nadat de chauffeur van de witte bestelbus een dodenrit over de Rambla maakte, werd al duidelijk dat de aanvankelijke eensgezindheid tussen Madrid en Catalonië geen stand zou gaan houden. De Catalaanse minister van Binnenlandse Zaken Joaquim Forn maakte vrijdagavond op televisie onderscheid tussen Catalaanse en Spaanse slachtoffers.

Juan Ignacio Zoido, de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken, haalde zich zaterdagmiddag de woede van de Catalaanse politie op de hals toen hij na een bijeenkomst in Madrid liet weten dat de terreurcel vrijwel volledig was ontmanteld. Dat was een van de redenen van de Spaanse regering om het op een na hoogste dreigingsniveau van 4 op een schaal van 5 te handhaven.

Al snel liet de Catalaanse politie – de zogenoemde Mossos d’Esquadra – vanuit Barcelona weten dat ze de uitspraken van de Spaanse regering „bevestigden noch ontkenden”.

Misverstand

Woordvoerder Albert Oliva voegde er wel fijntjes aan toe dat de Catalaanse politie de onderzoeken leidt in samenwerking met de nationale politie en de Guardia Civil. „Alleen als we er zeker van zijn dat de cel volledig uitgeschakeld is, dan zullen wíj dat naar buiten brengen”, stelde Oliva. De Spaanse regering sprak later van een misverstand.

Na een mis voor de slachtoffers in de Sagrada Familia, waarbij koning Felipe VI en Rajoy ook aanwezig waren, belegde Puigdemont zondagmiddag, samen met Joaquim Forn en het hoofd van de Catalaanse politie Josep Lluís Trapero, eigenhandig een bijeenkomst voor internationale media. De politiechef stelde daarbij onder meer vast dat geen van de twaalf leden van de terreurcel eerder in verband is gebracht met terrorisme. Ook de imam van Ripoll niet. Al bevestigde Trapero wel dat hij in het verleden vast heeft gezeten in Spanje wegens drugsdelicten.

Puigdemont pleitte voor saamhorigheid. Hij riep iedereen – inclusief Felipe VI en Rajoy – op om aanstaande zaterdag naar Barcelona te komen voor een grote manifestatie tegen terrorisme.

De uitnodiging voor de koning en de premier waren tegen het zere been van het radicale regio-nationalistische partij CUP. Deze politieke partners van Puigdemont kondigden aan de manifestatie te zullen boycotten. Zo maakt rouwen alweer plaats voor geruzie.