Column

Zonder (dure) reizen geen diplomatie

Deze maand was er ophef over de reiskosten van de 28 eurocommissarissen, die door de Spaanse ngo Access Info Europe en het Belgische weekblad Knack waren opgevraagd. In de eerste twee maanden van 2016 zouden de commissarissen een half miljoen euro aan vluchten en hotels voor zichzelf en hun staf hebben uitgegeven. Meestal nemen ze gewoon lijnvluchten. Van een ‘regeringstoestel’, dat nationale regeringen hebben, durven ze in Brussel niet te dromen. Maar soms blijken commissarissen ook air taxi’s te gebruiken, toestellen die je speciaal chartert. Zo spendeerde Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker, die minder reist dan de anderen (hij heeft er de pest aan), 25.000 euro aan een vlucht naar Rome en terug. Dit was een groepsvlucht met acht anderen: ruim 2.900 per persoon.

Dat is veel, ja. Vooral zonder context.

Ter vergelijking: in zijn eerste twee maanden als president spendeerde Donald Trump 24 miljoen dollar alleen al aan binnenlandse vluchten – 48 keer meer dan 28 eurocommissarissen uitgaven in twee maanden.

En dan is er het andere uiterste: het verhaal van de Palestijnen die de afgelopen jaren steeds meer traditionele bondgenoten kwijtraakten, omdat ze minder reizen. Als er vroeger stemmingen waren bij de Verenigde Naties, konden de Palestijnen op steun rekenen van bijna alle landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Dankzij overweldigende support uit die continenten konden de Palestijnen lid worden van Unesco en het Internationaal Strafhof, hoewel Palestina geen staat is. Ook kregen ze een paar jaar geleden, ondanks luid protest uit Israel en de VS, een upgrade in hun status bij de VN zelf. Al die dingen lukten omdat de Palestijnen een intensieve reisdiplomatie hadden. Yasser Arafat was hyperactief. Hij reisde alle Afrikaanse landen af. Hij gaf speeches op de meest onbeduidende conferenties. Als hij niet kon, stuurde hij een minister. De PLO was nooit te beroerd om een schooltje te bouwen of bij te dragen aan een waterpomp. Als Arafat bij de VN stemmen nodig had, belde hij regeringsleiders persoonlijk op. Niemand zei nee.

De huidige president, Mahmoud Abbas, is oud en moe en nauwelijks tot reizen te bewegen. Hij heeft veel landen die altijd pro-Palestijns stemden nooit bezocht. Door geldgebrek reizen zijn ministers ook minder. De Israeliërs grijpen hun kans. Premier Netanyahu gaat als een tornado door Afrika. „Alle Afrikaanse staten”, verklaarde hij, „stemmen bij internationale organisaties. Allen kunnen onze bondgenoot worden.” Hij bezoekt economische conferenties van West-Afrikaanse staten. In oktober komt er een Afrikaans-Israelische top in Togo. Na de overstromingen in Sierra Leone stuurde Netanyahu hulp. Nu al onthouden landen als Nigeria zich van stemming bij de VN. De FIFA zag af van een berisping van Israël. China, India en zelfs Golfstaten halen hun banden met Israel aan, om het ‘vredesproces niet te verstoren’.

Je kunt de EU niet met Palestina vergelijken. De EU is een grootmacht. Maar het diplomatieke machtsmechaniek werkt op dezelfde manier. Je moet overal en nergens zijn, iedereen aandacht geven, persoonlijke relaties cultiveren. Het is tot daar aan toe dat John Kerry en Sergej Lavrov recentelijk voor een internationale veiligheidsconferentie van het vliegveld werden gehaald door een vloot zwarte limousines-met-chauffeur, en de Europese buitenlandvertegenwoordiger Federica Mogherini door haar ambassadeur die zijn eigen Mini bestuurde. Maar ze gíng. In een onvoorspelbare wereld, waarin Europa alle zeilen bij moet zetten om welvaart en invloed te behouden, is het van groot belang dat zij en haar collega’s dat kunnen blijven doen.