Een slimmerik kon bij hem een elf halen

Bonno van Dijk (1940-2017) was een lawaaiige en inspirerende leraar geschiedenis aan het Haarlemse Stedelijk Gymnasium.

Bonno van Dijk in 1959 in Oost-Berlijn, en in 2015. Foto links Hans de Meij, rechts Pieter Karsdorp

Bonno van Dijk was de leraar die iedere beginnende brugklasser op het Stedelijk Gymnasium in Haarlem nieuwsgierig maakte én schrik aanjoeg. Hij was de geschiedenisdocent die door de gang paradeerde als Napoleon, op de dag dat de Slag bij Waterloo op het programma stond. Hij was ook de leraar die een onuitwisbare indruk maakte met theatrale lessuccessen. Hij zette hoorntjes op en verschanste zich achter de gordijnen, om bij aanvang van de les als de Griekse god Pan tevoorschijn te springen. Legendarisch is zijn les over de moord op Julius Caesar: met een toga over zijn schouders wérd hij Caesar en stortte hij, „Ook gij, Brutus!” reutelend, voor de klas ter aarde.

Nee, fout! Uiteraard reutelde hij iets anders: volgens de Romeinse geschiedschrijver Suetonius sprak Caesar immers de Oud-Griekse woorden: ‘Kai su, teknon?’ (‘Ook gij, kind’).

En zo leidde ‘meneer Van Dijk’ een nieuwe generatie feitenfrikken op. Derdeklassers onderwees hij de geschiedenis van hun stad, Haarlem, tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Een van de vaste onderdelen: het stratenplan van het stadscentrum uit je hoofd leren. Bij het proefwerk moest je de straten op een blinde kaart aanwijzen. Alles volgens het credo dat met feitenkennis alle wijsheid begon. Van opzoeken moest hij niets hebben, van internet al helemaal niet.

Bonno van Dijk (1940) groeide op in Baarn, waar hij in de klas zat bij prinses Irene, die, zoals hij zijn leerlingen snaaks toevertrouwde, „héél dom” was. Hij studeerde geschiedenis in Utrecht en verhuisde naar Haarlem om les te geven – vanaf 1971 op het Stedelijk Gymnasium. Hij bleef daar bijna veertig jaar. Oud-leerlingen zag hij soms als collega’s terug, of als ouders van nieuwe leerlingen.

Van Dijk was een „lawaaiige, beweeglijke en onvoorspelbare” leraar, zoals oud-rector Joop Olgers hem noemde tijdens een goedbezochte herdenkingsbijeenkomst. Maar hij was ook erudiet, genereus en inspirerend – naar de herdenking waren veel oud-leerlingen gekomen: je haatte Van Dijk of je hield van hem. Hij kon meedogenloos zijn voor wie de stof niet kende. Berucht waren zijn onverwachte overhoringen. Een slimmerik kon een elf halen – dankzij een bonusvraag over de actualiteit, want ook die feitenkennis was wat waard, voor wie later een intellectueel wilde worden.

Van Dijk gaf zijn lessen zoals hij dat wilde en wurmde zich onder onderwijsvernieuwingen als de Tweede Fase uit. De ‘keizer van het Stedelijk’ had op school dan ook een vrijwel onaantastbare positie. Toen Van Dijk eens in een driftbui een mobieltje van een leerling naar buiten had gegooid, trok de school het potje ‘onvoorziene uitgaven’ wel weer open. Het zou nooit meer gebeuren, bezwoer Van Dijk, maar vele etuis en rekenmachines volgden.

Van Dijk was er vooral voor degenen die wél geïnteresseerd waren. Kleine clubjes nam hij in de jaren tachtig al mee op schoolreis naar de DDR en hij organiseerde pauzelessen Russisch, waar overigens wel hard voor gestudeerd moest worden. Zijn persoonlijke interesses – politiek, Rusland, de Verenigde Staten – waren leidend en juist daarmee inspireerde hij. Oud-leerlingen kwamen terecht in de politiek of werden correspondent, en behielden het contact met hun inspiratiebron. De Haarlemse gemeenteraad telde eens vijf oud-leerlingen die zich schatplichtig aan Van Dijk noemden.

Ondanks zijn klassieke onderwijsopvattingen was Bonno van Dijk dus ook een docent die zijn volledige persoonlijkheid in zijn werk stopte: als roeier zette hij een schoolroeiprogramma op, en al zijn eigenzinnige hobby’s passeerden voor de klas wel eens de revue, net als zijn voorliefde voor grenspalen en treinen en zijn afkeer van het studentencorps of kwakzalverij.

In 2009 stopte hij met lesgeven. Hij begon, 69 jaar oud, de ouderdom te voelen: hij moest graven naar wat eerder parate kennis was. Alzheimer. De laatste jaren raakte hij de feiten steeds meer kwijt en daar leed hij onder. En ook onder zijn angsten en eenzaamheid: een vaste partner had hij nooit weten te behouden. Wel kon hij een genereuze, meelevende vriend zijn – al raakte hij, dankzij zijn onhebbelijke razernijen, ook vrienden kwijt. Bonno van Dijk overleed in zijn slaap op 30 juli, in een verzorgingshuis in Haarlem. Volgens het personeel kreeg hij altijd meer bezoek dan de hele gang bij elkaar.