De geheime politie houdt onze wijk scherp in de gaten

Spaanse moslims

Barcelonezen keken hun islamitische stadgenoten niet aan op terreurdaden in naam van de islam. Ze hopen dat dat zo blijft.

Herdenkingvan de aanslag op de Rambla vrijdag in aanwezigheid van Koning Felipe en talloze hoogwaardigheidsbekleders. Foto Robin Utrecht / ANP

Kamal Baïtha (37) kreeg het te kwaad toen hij via een foto op Facebook zag dat één van de verdachte terroristen dweepte met een vlag van de Berbers. „Ik heb thuis versuft voor me uit zitten kijken. Juist wij Berbers zijn in het Rifgebied in het noorden van Marokko al tijden bezig met een vreedzame strijd voor onze rechten. En dan wordt de vlag van ons volk op een schandalige wijze beschimpt door een moordenaar. Ik kan het niet luid genoeg zeggen: de Berbers wijzen iedere vorm van geweld af.”

Een dag na de terreurdaad op de Rambla van Barcelona zet Baïtha zijn woorden kracht bij door aan het begin van de stadsboulevard bij een spontaan ontstane gedenkplek een vlag van de Berbers, de Riffijnen en de Catalanen neer te leggen. „Hiermee wil ik laten zien dat wij zeer begaan zijn met de nabestaanden van de slachtoffers. Tal van nationaliteiten zijn getroffen. Maar het voelt alsof het de Marokkaanse gemeenschap dubbel zo hard treft. Er is niet alleen ook een Marokkaanse vrouw gestorven, maar dat is waarschijnlijk gebeurd door toedoen van meerdere Marokkaanse daders.”

Baïtha, geboren in het Marokkaanse Al Hoceima en tien jaar geleden geëmigreerd naar Catalonië, is bezorgd over de nabije toekomst. Net als tienduizenden Marokkaanse immigranten woont hij vlakbij de Rambla in de volksbuurt Raval. Hier woont de grootste Marokkaanse gemeenschap in Spanje, redelijk vreedzaam aan zijde van talloze andere bevolkingsgroepen. Maar het is een publiek geheim dat salafisten er ook actief zijn. Meer dan eens rolde de Catalaanse politie er de voorbije jaren een terreurcel op. „De geheime politie houdt het hier scherp in de gaten”, vermoedt Baïtha. „Ik weet dat bepaalde groepen hier samenkomen in een garage of in een ruimte van een moskee. Heel af en toe zie je mensen veranderen. Gasten die anderen gaan uitschelden als ze tijdens ramadan zitten te eten. Dat is een intolerantie die ons niet past. Zeker niet hier in Spanje. Geradicaliseerde moslims zie ik niet als gelovigen. Ik zie ze eerder als een soort maffiosi.”

Ik kan het niet luid genoeg zeggen: de Berbers wijzen iedere vorm van geweld af

Volgens Baïtha is het zaak dat Catalanen en Berbers zich eensgezind af zetten tegen terreurdaden van wie dan ook. „We hebben meer met elkaar gemeen dan menigeen denkt. We strijden allebei als volk voor onze eigen identiteit tegen een macht uit de hoofdstad. Vele Catalanen tonen zich solidair met de protesten van de Riffijnen, die om werkgelegenheid, zorg en onderwijs vragen. Allemaal zaken waar het de waarschijnlijke daders aan ontbrak. Neemt niet weg dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun wandaden. Die zijn niet gepleegd uit naam van de Berbers of Allah. Dit zijn terreurdaden van ontspoorde individuen. Europeanen noemen ze maar al te snel ‘Marokkanen’ terwijl ze in Marokko als ‘Spanjaarden of Fransen’ worden gezien.”

Werken om te overleven

Het overgrote deel van de circa 750.000 Marokkanen in Spanje behoort tot de arbeidersklasse. Ze werken om te overleven. Belijden hun eigen geloof. In Rival is het tot dusver nooit tot een clash gekomen tussen Catalanen en de Marokkaanse gemeenschap. Ook nu niet na de terreurdaden. „Ik word hier op straat nooit voor moro uitgemaakt”, legt barman Baïtha uit. „Direct na de aanslag kreeg ik allerlei berichten van Spaanse vrienden die vroegen of het goed met me ging. Die waren oprecht bezorgd om mij. Dat deed me wel goed.”

De 36-jarige Sabri Salah, geboren in het Marokkaanse Tetouan en vanaf haar achttiende woonachtig in Barcelona, houdt haar hart wel vast. Ze gaat op een terrasje op de Rambla van Raval terug naar 11 maart 2004. Destijds vielen bij een terreuraanslag in Madrid 192 doden. Er zat een flink aantal geboren Marokkanen onder de daders. „Kort daarna was ik in Madrid. Ik kan me nog wel herinneren dat mensen uit woede hoofddoeken van islamitische vrouwen afpakten en weg gooiden. Maar dat was gelukkig van korte duur.

Ik word hier op straat nooit voor moro uitgemaakt

Salah voelt zich als goed geïntegreerde Catalaanse – „Ik rook en heb een tatoeage” – eveneens in haar hart getroffen door de dodenrit van de witte bestelbus. „Natuurlijk! Dit zijn toch gewoon zieke geesten die het niet verdienen om te leven. Als je het op de televisie ziet, dan lijkt het misschien allemaal ver weg. Maar ik stond er vlak bij. Ik heb mensen zien rennen en horen gillen. Het was een horrorfilm. Gelukkig heb ik zelf met eigen ogen geen doden hoeven zien. Want dan hadden ze mij ook weg kunnen dragen.”

De Marokkaanse Catalaanse wil één boodschap nadrukkelijk kwijt aan Marokkanen die van plan zijn in Barcelona te komen wonen. „Je mag hier komen om net als vele anderen keihard te werken om je geld. Maar niet om rotzooi te trappen, te stelen of te doden. Blijf dan alsjeblieft weg en laat ons in vrede leven. Catalanen en moslims streven namelijk precies hetzelfde na: een gelukkig en geweldloos leven!”