Column

Blijven trappen

Vele jaren bestond het vooroordeel dat de Vuelta een ronde uit blik was. Tweederangs vangnet voor falende kopmannen. De heren hadden ook nog het lef om de Ronde van Spanje te kleineren tot trainingswedstrijd voor de WK wielrennen. Ze schroomden niet de wedstrijd te verlaten als de nodige benzine was getankt.

Vandaag is de Ronde van Spanje een autonoom monument van het wielerjaar met hoge sportieve connotatie. Denk aan de Angliru en de Cauberg wordt een molshoop. In drie weken krijgen de renners vijftig beklimmingen voor de benen. De slotweek is pure horror: vier bergetappes met drie aankomsten boven in Cantabrië en Asturië. De erg steile Alto de Los Machucas, de Santo Toribio en de moordende Alto de l’Angliru. Op het geitenpad drie kilometer van de top worden stijgingspercentages van 24 procent genoteerd. Sterven is een geringere straf.

Nederland is goed vertegenwoordigd in de Vuelta, zij het bij afwezigheid van de weergaloze Tom Dumoulin die het Nederlandse cyclisme in de Giro een ongeziene glamour gaf. Dumoulin zal allicht de eerste zijn die de lichten in het rijk van Chris Froome dooft. Een nieuw soort renner.

In afwachting is het aan Wout Poels, Steven Kruiswijk en Wilco Kelderman om in deze Vuelta het Hup Holland Hupje te belichamen. Podiumplaatsen zijn geen wishful thinking. De drie kunnen hun seizoen redden na een lange periode van fysiek malheur.

Aan Chris Froome hebben ze een harde klant. De winnaar van de Tour wacht nog op zijn eerste eindwinst in de Vuelta. Het is een open gat in zijn palmares dat hem mateloos irriteert. Froome wil in de weken die komen zijn tweede grote ronde winnen. Hij heeft ook de sterkste helpers van het hele peloton. Je kan bijna spreken van een ongelijke strijd.

Toch zal hij niet de grote vedette van de Vuelta zijn. Die eer is weggelegd voor Alberto Contador die zijn laatste wedstrijd rijdt. El Pistolero trekt de remmen definitief dicht. Golven van weemoed zullen hem begeleiden in zijn laatste beklimmingen. Alberto is na Eddy Merckx de grootste ronderenner uit de wielerhistorie. Een fenomeen van onvergelijkbare schoonheid in zijn eeuwige aanvalsdrift.

Krijger en vlinder in de bergen.

Een dwaze clenbuterolaffaire kostte hem een derde Tourzege. Ik hoor hem nog 0,0000000005 lispelen. Zijn weerloosheid was dramatisch en tegelijk poëtisch. Er werd hard gelachen met het apothekerskunstje, maar zijn fans zijn hem altijd trouw gebleven. En ook voor de neutrale wielerliefhebber bleef Alberto Contador de bevlogen guerrillero van de Port de Balès. Geen sjoemelaar. Een roofdier in de klim en in de afdaling. Met een bijna prehistorische drift om te soleren.

De Spaanse kampioen was een renner zonder kapsones. Nooit de vedette uitgehangen. Eerder verlegen en een tikje mensenschuw. Gelouterd in het succes ook, na een val in 2004 die tot een hersenoperatie leidde. Daarnaast fietste hij altijd voor twee, mede voor een broer met beperking.

Bij de start in Nîmes zijn de tranen om het bloedbad in Barcelona nog niet opgedroogd. Neerslachtigheid zal ook het peloton komen beproeven. Maar ook de Vuelta wacht op niemand. Bij vlagen zullen stuurlinten schemeren als rouwlinten, maar die pijn houdt Froome, Nibali en andere Aru’s niet tegen. Zij blijven trappen, frontaal tegen alle terroristen in.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.