Interview

27 miljoen? ‘Ik zal er niet minder om slapen, hoor’

Frans van Seumeren

Hij borg de Russische onderzeeër Koersk. Donderdag speelt zijn FC Utrecht in Rusland tegen Zenit. Frans van Seumeren (67), miljonair van het volk, redder van de club. „Ik kan toch die club niet failliet laten gaan.”

Woensdagavond staat hij hoog op de hoofdtribune in de Galgenwaard. Zwarte polo, spijkerbroek, drankje in zijn linkerhand. „Zakaria Labyad”, schreeuwt hij mee, de speler die het enige doelpunt maakt in het eerste play-off duel voor de Europa League tegen het Russische FK Zenit.

Iedereen noemt hem hier Frans of Fransje. Frans is van Utrecht, en Utrecht is van Frans. Jongen van de stad, miljonair van het volk, meer Bunnikside dan skybox. Een pak draagt hij niet, daar heeft hij een hekel aan. Op een spandoek staat: ‘Fransie = onze held’.

Frans van Seumeren, redder van FC Utrecht in 2008 toen de club naar de afgrond rolde. Hij stak er in totaal ruim veertig miljoen euro in, waarvan de grootaandeelhouder een aanzienlijk deel nooit meer zal terugzien.

Dit is zijn droomloting, FK Zenit uit Sint-Petersburg. Het land waar voor hem veel historie ligt door de berging van kernonderzeeër Koersk met zijn toenmalige hijs- en transportbedrijf Mammoet. Komende donderdag is de return, Van Seumeren betaalt de kaartjes voor Utrecht-fans die meereizen – „een geste”.

Onderscheiding van Poetin

Begin deze eeuw voerde hij in Sint-Petersburg dagenlange onderhandelingen over de berging. De Koersk-ramp in de Barentszzee, waarbij alle 118 opvarenden omkwamen, is een kras in de ziel van de Russen. President Vladimir Poetin werd verweten niet adequaat te reageren. Hij stond onder druk en beloofde de onderzeeër in 2001 naar boven te halen. Van Seumeren en zijn broer Jan kregen dit voor elkaar, na een complexe operatie. Op het Kremlin ontvingen de twee een onderscheiding uit handen van Poetin.

Donderdagochtend, Van Seumeren (67) ontwaakt nog. Hij heeft een zware, sonore stem. Hij is potig, dat was hij als kind al. Op de katholieke Amersfoortse kostschool Saint Louis verdedigde hij zich vroeger tegen handtastelijke paters. „Ik sloeg ze gewoon. Je moest voor jezelf opkomen.” Hij groeide op in een katholiek, Utrechts gezin van elf kinderen – hij was de vierde, en de oudste zoon. Hij lacht veel, met pretoogjes, soms bulderend.

We praten over Rusland. Hij ziet miljoenenclub Zenit als een afspiegeling van het machtige Rusland, met staatsbedrijf Gazprombank als hoofdsponsor. Met het oog op het WK volgende zomer is er net een nieuw stadion gebouwd, voor 665 miljoen euro. Van Seumeren: „Poetin komt zelf uit Sint-Petersburg, daar zitten veel vrienden van hem, hé.” Hij lacht. Vriendjespolitiek. Hij weet hoe de mechanismes werken in Rusland.

Liefde voor Rusland

„Er heeft altijd een soort liefde in mij gezeten voor Rusland, van kinds af aan. Ik las vroeger Tsjechov en Toergenjev, Dostojevski was mijn lievelingsschrijver. Ja, ik lijk ook een beetje op een Rus. Toen ik veel in Rusland kwam voor de Koersk, dachten ze allemaal dat ik een Rus was. Ik werd altijd in het Russisch aangesproken, maar ik spreek het niet.”

„Ze zijn nog patriottischer dan Amerikanen. Zij redeneren simpel: wij hebben Napoleon verslagen, Hitler verslagen, wij zijn het sterkst, het slimst, wij kunnen de hele wereld aan.”

„Toen de Muur viel, ben ik meteen naar Rusland gegaan om daar een bedrijf op te zetten. Ik hou van kou en ijs, van sneeuw, van de natuur. Ik woon zelf midden in een polder. Het ongerepte, dat trekt mij aan in Rusland.”

„Zeven jaar geleden fietste ik met mijn vrouw van Nederland naar Sint-Petersburg. We kwamen op plekjes dat je dacht: dit is een andere eeuw. Zo arm. Bij een andere reis kwam ik een vrouw tegen in een klein plaatsje, ze had een tafeltje met één vis, die ze probeerde te verkopen. Bij 25 graden onder nul. Je kan het je niet voorstellen. Het is zo puur, dat trekt mij aan.”

Ze testen je, je moet wodka drinken, de sauna in, met de familie de bossen in.

In februari 2001 reist hij naar Sint-Petersburg, voor een ontmoeting met de Russische delegatieleider Igor Spassky van Roebin, het bedrijf dat de Koersk bouwde. Spassky, een vooraanstaand figuur in de Russische marinewereld en ontwerper van bijna tweehonderd onderzeeërs, was door Poetin naar voren geschoven om de berging in goede banen te leiden.

Van Seumeren wil Spassky schetsen laten zien hoe de operatie aan te pakken. Hij is te laat, een consortium lijkt de opdracht al te krijgen. Maar die deal ketst af – en de weg is vrij voor Van Seumeren.

„Ze kijken eerst: wat voor vlees heb ik in de kuip. Ze testen je, je moet wodka drinken, de sauna in, met de familie de bossen in. Ik kende de cultuur, dat was mijn grote voordeel. Daarom heb je daar die vriendjespolitiek: ze willen zaken doen met vrienden, die vertrouwen ze.”

Hij bouwt een band op met Spassky. Ze hebben een hotline: als er problemen zijn, lossen ze het onderling op. Als de klus is volbracht roept Spassky Van Seumeren bij zich in de kajuit en pakt hij een fles wodka. Ieder jaar belt Spassky, nu 91, Van Seumeren rond Nieuwjaar. Hij woont nog in Sint-Petersburg, Van Seumeren wil hem komende week bezoeken.

FC Utrecht, zijn andere liefde. Negen seizoenen op rij schrijft de club rode cijfers. Steeds moet Van Seumeren tekorten aanvullen. Hij wil de begroting op peil houden – dit seizoen is het 17,8 miljoen, de zevende in de eredivisie. Het probleem: het operationele resultaat (transfers niet meegerekend) is keer op keer miljoenen in de min.

Van Seumeren: „Commercieel doen wij het slecht. We hebben een groot gat in het midden- en kleinbedrijf, er zijn veel lege plekken bij de businessseats. En qua seizoenkaarten is nog veel te winnen, al gaat dat de goede kant op. En er moeten nog een paar goede sponsoren bij.”

„Utrecht is niet echt een voetbalstad. Daar heb ik mij op verkeken”, zegt hij. „FC Utrecht is een volksclub, maar het volk woont niet in Utrecht, op Ondiep en Sterrenwijk na. Onze fans komen uit De Meern, Bunnik, Nieuwegein, IJsselstein en Woerden – het zijn veelal Utrechters die zijn vertrokken uit de stad.”

De club zit in de lift; vierde plek vorig seizoen, nu dicht bij de Europa League. Voornaamste doel is om van FC Utrecht een club te maken die zelf zijn broek kan ophouden, zonder de hulp van Van Seumeren. Over afgelopen seizoen worden weer rode cijfers geschreven, maar in het voetbaljaar 2017-2018 moet het resultaat positief zijn, verwacht hij. Het snijden in operationele kosten en een efficiëntere organisatie moeten daar voor zorgen.

Toen u in 2008 instapte, zei u het voor tien jaar te gaan doen. U gaat nu uw tiende seizoen in. U stopt nog niet.

„Nee, nee, nee. Ik vind het veel te leuk. Het is emotie in het kwadraat. Ik moet altijd iets geks doen. In een voetbalbedrijf zit alles. Zoals tegen Zenit, stadion vol, iedereen gelukkig, wat wil je nog meer?”

Vindt u het ook mooi om deals te sluiten op de transfermarkt?

„Nou, nee, met alle respect, ik heb veel grotere deals gesloten, dan een voetballer kopen of verkopen.”

U had 99 procent van de aandelen, maar u heeft onlangs 19 procent verkocht aan zes mensen. Waarom?

„Het geld dat die aandelen opbrengt, gaat regelrecht de club in. Daardoor versterk ik de financiële situatie van de club. Zo krijgen we het lek langzaam boven. Tweede reden is dat ik graag een bredere spreiding wil hebben, waardoor er een stevigere basis onder de club komt. Het zijn mensen die de club een warm hart toedragen. Vergelijk het met de Vrienden van Feyenoord.”

Ik kan toch die club niet failliet laten gaan?

Het frustreerde u wel eens dat u het altijd alleen moest doen.

„Ja, als je er ieder jaar ettelijke miljoenen in moet stoppen, raak je het op een gegeven moment wel een beetje zat.”

Wat betekent geld voor u?

„Het is nooit mijn drijfveer geweest om geld te verdienen. Ik wil in mijn vakgebied altijd de beste zijn. Ik schrok ervan toen ik plotseling geld ging verdienen.”

Kijkt u wel eens in de Quote 500?

„Ik koop de Quote een keer per jaar, en dat is als die lijst uitkomt. Dan kijk ik waar ik sta.”

In 2015 stond u 170ste met 120 miljoen. Linkerrijtje.

Hij lacht. „Nog wel.”

In 2014 hielp u de club door een schuld van 27 miljoen kwijt te schelden. Deed dat iets met u?

„Nee. Je realiseert je dat je dat geld kwijt bent.”

Hoe lang dacht u daar over na?

„Je hebt geen keuze. Ik kan toch die club niet failliet laten gaan? Ik zal er niet minder om slapen, hoor.”

U heeft nog nooit een nieuwe auto gekocht.

„Ik koop altijd een tweedehands auto, ik heb nu een Jaguar.”

U was in 2000 bijna dood.

„Ik heb sinds mijn dertigste hartritmestoornissen. Daar krijg ik medicijnen voor. Dat gaat goed tot op heden. Een keer is het bijna fataal geweest. Ik lag op de intensive care, mijn hart was weer in ritme, maar ze vergaten de toevoer van de medicijnen stop te zetten. Ik viel weg. Mijn vrouw zag op de monitor dat die op nul stond. Zij schreeuwde op de afdeling: mijn man is dood. Uit alle hoeken kwamen er artsen, met allerlei troep en massage hebben ze mij weer terug kunnen halen. Ik ben een minuut of drie, vier klinisch dood geweest. Het vreemde is: je wil niet meer terug. Het is zo lekker om dood te gaan. Het voelde geweldig. Alsof alle druk van je afvalt.”

U bent niet bang voor de dood?

„Nee, sindsdien niet. Mijn vrouw mocht het kamertje niet meer in. Ze hoorde de artsen roepen: kom bij, meneer Van Seumeren!”

Zij is erg belangrijk voor u.

„Frans zonder Gonnie is niks.”

Hij staat op. Die middag vliegt hij met een tweemotorig vliegtuigje van Hilversum naar Ameland, naar zijn ‘Seumerhuuske’, Amelands voor zomerhuis. Een vlucht van een uur, weg van de stad, de natuur in – en iets dichter bij Rusland.