Bijna duizend museumbezoekers per dag: Ruurlo was het even te veel

Rumoer in Ruurlo

Het tweede museum van miljardair Hans Melchers is een groot succes. Té groot: het landelijke Ruurlo kon de toevloed even niet aan. ‘Alles draait als een malle.’

Foto Bram Petraeus

Voormalig burgemeester Hein Bloemen (68, CDA) van Berkelland is een joviale man, „iemand die verbindt”, „een cultuurfan ook”, zeggen ze in Ruurlo. Hij was negen jaar lang hun burgemeester, van 2005 tot 2014. Precies het soort man, voegen ze er vaak aan toe, „dat kon omgaan” met Hans Melchers (79), de eigenzinnige, licht ontvlambare miljardair die zich in 2012 meldde met de vraag of hij Kasteel Ruurlo kon kopen van de gemeente Berkelland. Het voormalige gemeentehuis stond toen al zeven jaar leeg.

De twee zeggen het ongevraagd ook over elkaar. Hein Bloemen: „Er was meteen een klik tussen ons.” Melchers: „Hij heeft het als burgemeester goed gedaan. Ambtelijk gedoe vind ik lastiger. Daar word ik kriegelig van.”

Maar de amicale verhoudingen tussen miljardair en gemeente zijn verleden tijd. Op 27 juni, acht weken geleden, opende Melchers in Kasteel Ruurlo zijn tweede, aan Carel Willink gewijde privémuseum. Twee weken later al was er een conflict tussen hem en Berkelland. Inzet: het gebrek aan parkeerruimte voor de bezoekers van het nieuwe museum.

Foto Bram Petraeus

Dat waren er tienduizend in veertien dagen tijd, zevenhonderd per dag. Ze parkeerden bij het station (dertig door de gemeente extra aangelegde plekken) of op de parkeerplaats bij het museum (tachtig plekken), maar als het daar vol was ook in de berm bij het station of langs de ventweg voor het kasteel. Van die laatste categorie foutparkeerders kregen er zeventien een boete „voor het overtreden van een inrijverbod voor een provinciale weg”, dat was ingesteld voor de verkeersveiligheid. Dat kan niet meer, een rood-wit lint houdt de parkeerders nu tegen.

In een persbericht dat veel media haalde, dreigde Melchers de gemeente met een kort geding om meer parkeerplekken, die er niet waren gekomen „ondanks belofte”. De zeventien boetes ging hij „uit eigen zak betalen”. Burgemeester Joost van Oostrum (47, VVD), de opvolger van Hein Bloemen, reageerde in diezelfde media. „Het is ons een lief ding waard om dit op te lossen”, liet hij optekenen in De Gelderlander, „maar tegen de supermarkt in Eibergen en het nieuwe crematorium zeggen we ook: zorg voor jullie eigen parkeergelegenheid.” Een gesprek tussen beiden mislukte: Melchers liep kwaad weg.

Pakweg duizend schilderijen

Hein Bloemen ontvangt in zijn woonboerderij aan De Everwennink in Ruurlo. Hij was de eerste burgemeester van het in 2005 gevormde Berkelland, een fusiegemeente van Ruurlo, Borculo, Neede en Eibergen.

De gesprekken met Melchers over de verkoop van Kasteel Ruurlo herinnert hij zich nog goed: „Die verliepen uitstekend.” Er was ook een probleem: het oude gemeentehuis was een monument, „dus dat kun je niet zo makkelijk verbouwen”. En dat moest wel: Melchers zocht een museum voor de pakweg duizend modern-realistische schilderijen die hij had overgenomen uit de failliete boedel van Dirk Scheringa. Uiteindelijk kocht hij daarvoor een ander voormalig gemeentehuis, dat van het Gelderlandse villadorp Gorssel. In Gorssel opende in 2015 Museum MORE.

Hein Bloemen: „Hij mailde me: ‘Kasteel Ruurlo exit’. Ik weet nog dat ik hem meteen opbelde: ‘Wat jammer, je was zo verliefd op dat kasteel. Denk er nog eens over na.’ Dat was op een donderdag. Op maandag belde hij: ‘Ik wil eigenlijk wel twee musea.’ Zo is het gekomen.”

De voormalige burgemeester ziet nu wat hij „altijd wel had verwacht”, zegt hij: „Een publiekstrekker van jewelste.” Het gemiddelde ligt intussen op negenhonderd bezoekers per dag (veertigduizend in acht weken). Bloemen: „Ik fiets elke dag door het dorp, als ik dat nu doe moet ik echt beter uitkijken: zo druk is het geworden.”

Foto Bram Petraeus

Dat dorp is een gemoedelijke, welvarende kern van zo’n achtduizend inwoners, met wat industrie en een redelijk uitgebreid winkelcentrum met een regionale functie. In de zomer is het er altijd drukker, vooral met campinggasten. Ruurlo telt vier café-restaurants, twee pizzeria’s en één pannenkoekenhuis. Verder is er een hotel, Avenarius, zijn er een paar B&B’s en in de directe omgeving drie campings. Die campings prijzen zichzelf aan als „typisch Achterhoeks”, klein en natuurvriendelijk.

Maar die extra zomerdrukte is wel wat anders dan bijna duizend museumbezoekers per dag. Hoe vang je die op?

Gele en rode broeken

Wie deze zomer aankomt op het station van Ruurlo (of daar de auto laat staan) kan instappen in één van twee golfkarretjes, die de bezoeker kosteloos naar het museum brengen: Kasteel Ruurlo ligt een ruime kilometer buiten het dorp. Het ene golfkarretje, dat ook nog een aanhanger heeft, is van het museum. Het andere, met het opschrift ‘Mooi in Ruurlo’, is van de Ruurlose ondernemersvereniging, ROV.

Die ruime kilometer is waarschijnlijk „de belangrijkste oorzaak” van de dingen die niet goed gingen (er gingen ook dingen wel goed), zegt Rob Teunissen van Teunissen Mode: „Wij wisten natuurlijk van het succes van Melchers’ museum in Gorssel: 100.000 bezoekers per jaar, 20 tot 50 procent meer omzet voor de winkeliers en de horeca. Maar we wisten óók: daar ligt het museum middenin het centrum.” Melchers, eerder tegen NRC: „Ik heb hier gepraat met ondernemers en die zeiden dan: het is helemaal niet met elkaar te vergelijken, bij ons ligt het kasteel niet in het centrum en moet je eerst nog een heel eind fietsen.”

Foto Bram Petraeus
Foto Bram Petraeus
Foto’s Bram Petraeus

Dat bezoekersaantal voor het dorp zou dus wel eens tegen kunnen vallen was de teneur, door Melchers indertijd samengevat als de Achterhoekse mentaliteit van „k-w-w, kiek’n wat ut wot – en dan wordt het dus niks”. Rob Teunissen rekent zichzelf niet tot de categorie afwachtende ondernemers: „In de mode ben je bezig met trends, met wat eraan zit te komen. Ik zie eerder een kans, denk ik.”

„Zonnebrillen, kleding, supermarkten, bakker, keurslager: alles draait als een malle.”

Die kans was: cultuurminnende vijftigplussers met een goed inkomen. Het tweede golfkarretje, dat de route dorpscentrum-station-museum en vice versa rijdt, is een initiatief van Teunissen en opticien Sven Bonsel (Sven voor Ogen). Zij zorgden er ook voor dat Mooi in Ruurlo er kwam, een „informatieboekje inclusief wandeling” waarin alle lokale ondernemers staan vermeld. Bezoekers van het museum kunnen het meepakken als ze een entreekaartje kopen.

In het dorp worden ze al grappend „de museumstukken” of „de gele en de rode broeken” genoemd: de vele honderden museumbezoekers die ook nog even Ruurlo aandoen en er dan duidelijk anders uitzien dan de traditionele Achterhoek-toerist in korte broek en op de fiets. Cijfers zijn er nog niet maar de indruk is, zegt ‘managing directeur’ Henrike Lobbes van hotel Avenarius, tevens voorzitter van ondernemersvereniging ROV: „Zonnebrillen, kleding, supermarkten, bakker, keurslager: alles draait als een malle.” Nooit eerder zaten de terrassen zo vol.

Kwaaie pier

Het informatieboekje Mooi in Ruurlo is gedrukt in een oplage van 25.000 exemplaren. Dat getal is gebaseerd op een andere oorzaak van de parkeerproblemen: Melchers’ Kasteel Ruurlo ging tot de opening op 27 juni in een officiële, conservatieve schatting uit van 25.000 bezoekers per jaar – 480 per week, 68 per dag (het museum is dicht op maandag). Met die cijfers zou er ruim genoeg parkeergelegenheid zijn geweest.

Foto Bram Petraeus

Dus beriep Berkelland zich op dat getal, toen Melchers de gemeente betichtte van laksheid. Vanaf zijn vakantieadres in Zweden wil burgemeester Joost van Oostrum ook een paar andere cijfers nog wel even op een rijtje zetten: „Op het terrein van het kasteel waren 55 parkeerplaatsen”, antwoordt hij in een mail. „Deze heeft de initiatiefnemer op eigen initiatief laten vervallen ten gunste van de kasteeltuin.” En de parkeerruimte voor tachtig auto’s bij het museum was er al: „Deze is in 2016 door de gemeente verkocht aan initiatiefnemer.”

Melchers, laat diens zaakwaarnemer schriftelijk weten, heeft de 55 parkeerplekken op het kasteelterrein inderdaad weggehaald: „Het gebruikte materiaal (asfalt en betonklinkers) paste volstrekt niet bij een 19de-eeuws landschapspark.”

Het is dus vooral de gemeente die heeft gezorgd voor extra parkeerplekken: dertig bij het station en, sinds vorige week, nog eens 35. Toen heeft gemeentewerken de kapot gereden stationsberm verhard met een puinlaag, „waardoor er extra openbare parkeerplekken zijn ontstaan”.

Toch is niet Hans Melchers maar Joost van Oostrum nu onder Ruurlose ondernemers de kwaaie pier. Hoe kan dat?

De simpelste verklaring: Melchers heeft Ruurlo „een geweldig cadeau gegeven, waar we verrekte blij mee moeten zijn” (Hein Bloemen). Nog een verklaring: Hans Melchers en Joost van Oostrum hebben elk volgens hun eigen karakter gereageerd op de parkeerproblemen, waarbij de bestuurlijke reactie er één was van „de regels en de strengheid” (Rob Teunissen).

Foto Bram Petraeus


Deel van de beleving

Maar de parkeerproblematiek heeft ook een voordeel: als er genoeg parkeerruimte bij het museum was, zouden museumbezoekers het dorp wellicht overslaan (Rob Teunissen: „Bij het kasteel ligt de Achterhoek aan je voeten”). Dus moet er wel een oplossing komen (Henrike Lobbes: „Iedereen weet: als je fout parkeert kun je een boete krijgen”), maar meteen hoeft dat nou ook weer niet.

Foto Bram Petraeus

Vooruitlopend op die oplossing is onlangs de werkgroep ‘van kasteel naar koffie’ opgericht, die zich buigt over mogelijke manieren om museum en dorp beter met elkaar te verbinden. Teunissen („Die kilometer moet zo klein mogelijk worden”) en Lobbes („Het is nu aan ons ondernemers om te zorgen voor extended visits”) zitten er allebei in. Overigens, zegt Rob Teunissen: „De parkeerdruk is er met de extra plaatsen bij het station wel zo’n beetje af, het loopt nu eigenlijk goed. Bezoekers parkeren ook steeds vaker in het dorp, waarna ze zich met de shuttle naar het kasteel laten rijden: de golfkarretjes zijn een deel van de beleving geworden.”

Maar hoe zit het met de definitieve oplossing? Is die al in zicht? Van Oostrum vanuit Zweden: „Dat er duurzaam op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeerruimte.” Melchers’ zaakwaarnemer: „De gemeente heeft toegezegd mee te willen werken aan een oplossing, dat wil zeggen de aanleg van een extra parkeerterrein bij het kasteel. Dus de kosten van de aanleg worden door ons gedragen.”

En het mogelijke kort geding? Is dat ingetrokken? De zaakwaarnemer: „Inderdaad. Er wordt gekeken of we er op deze manier uitkomen. Zo niet (of duurt het te lang) dan worden er direct juridische stappen genomen.”