Vopak stelt de belegger flink teleur

Tankopslag

Van een lagere olieprijs heeft Vopak geen last. Maar dat schepen soms Rotterdam voorbij varen, doet het bedrijf wel pijn.

Een opslagtank van Vopak in de Botlek. De activiteiten zijn minder winstgevend. Door de lage transportkosten van dit moment is het voor sommige bedrijven lucratiever om Rotterdam voor bij te varen. Foto George Mollering/ANP

Het is een comfortabele positie voor tankopslagbedrijf Vopak. Actief zijn in de oliesector zonder de pijn te voelen van een aanhoudend lage olieprijs. Andere beursfondsen als Boskalis en Fugro zullen er met enige jaloezie naar kijken.

Boskalis zag deze week de winst over de eerste zes maanden gehalveerd worden en moet het nu vooral van zijn baggerdivisie hebben. Bodemonderzoeker Fugro is zelfs al jaren verlieslijdend en sprak onlangs de voorzichtige hoop uit dat de bodem in de oliesector is bereikt.

Van zulke pieken en dalen heeft Vopak veel minder last. Zolang vraag en handel in olie (-producten) en chemicaliën maar blijven bestaan. Het bedrijf met zijn hoofdkantoor aan de Maas werkt veel met langetermijncontracten voor de opslag van olie, olieproducten en chemicaliën. In de praktijk is het effect van de olieprijs daardoor niet groot.

De marktleider (3.600 medewerkers in 25 landen) heeft wel andere zorgen, bleek vrijdag bij de presentatie van de halfjaarcijfers. De omzet is met een daling van 2 procent (669 miljoen euro) min of meer stabiel, maar de nettowinst zakte met 14 procent tot 150 miljoen. De daling van de operationele winst zonder afschrijvingen was vergeleken met 2016 minder groot: 6 procent.

De oorzaak?

Vooral de activiteiten in Nederland waren minder winstgevend. „We wisten dat we het niveau van 2016 niet zouden volhouden”, legde financieel bestuurder Jack de Kreij uit. „Toen was de bezettingsgraad, vooral als gevolg van de volatiele markt, in Nederland 96 procent en dat is heel hoog.” Vopak zag met name het volume van Russische stookolie afnemen: veel raffinaderijen richten zich liever op lichtere olieproducten als diesel en benzine. De bezettingsgraad van de terminals in het hele bedrijf daalde van 94 naar 91 procent.

Het lagere resultaat in Nederland (een daling van 25 miljoen euro) zou ook weleens kunnen komen door de lage transportkosten van dit moment. Daardoor is het voor sommige bedrijven lucratiever om Rotterdam voorbij te varen en de olie dichter bij de afnemer te brengen. „In die zin leek het wel een perfect storm voor Rotterdam”, zei bestuursvoorzitter Eelco Hoekstra. Terwijl de Nederlandse activiteiten terugliepen, presteerde Vopak in Amerika boven verwachting. Azië en Midden-Oosten voldeden aan de verwachtingen.

Ook voor de tweede helft van dit jaar zal het resultaat van vorig jaar niet worden geëvenaard, was vrijdag de boodschap. Het operationele resultaat pakt naar verwachting over heel 2017 zo’n 5 tot 10 procent lager uit, wat voor een deel ook met de goedkopere dollar te maken heeft. Dat was schrikken voor de belegger, want eerder ging Vopak nog uit van een gelijkblijvend resultaat. De verzekering van bestuurder Hoekstra dat Vopak voor de langere termijn op koers ligt, veranderde daar weinig aan. Ook de aankondiging van nieuwe investeringen in Maleisië kon niet verhinderen dat Vopak de grote verliezer op de beurs was. Het aandeel leverde bijna 10 procent in.

Naast de nieuwe investeringen wil Vopak de winstgevendheid verbeteren door een iets andere organisatie: het aantal divisies gaat van zes naar vijf, de kosten moeten in 2019 25 miljoen euro lager liggen. Op de hoeveelheid handel in de wereld mag Vopak dan geen invloed hebben, zei Hoekstra vrijdag, wel op zijn eigen kosten.