Verstaat de Raad ook wat de Raad leest?

Wat bedoelt de bron? Redacteur Buitenland Marc Leijendekker checkte, op verzoek van een lezer, een uitspraak van hoogleraar migratierecht Thomas Spijkerboer, die in een opiniestuk had geschreven dat Turken per referendum konden gaan stemmen voor „een presidentieel systeem, waarbij de huidige president Erdogan een positie zou krijgen die veel lijkt op die van zijn Franse of Amerikaanse collega”.

Onthoudt u die zin – of zegt u hem eerst tien keer hardop, want dit wordt het betere kommaneuken.

De conclusie was: onwaar. Volgens kenners die Leijendekker raadpleegde zou Erdogan juist veel meer macht krijgen dan Trump of Macron en zou zijn positie eerder „veel lijken” op die van sommige Afrikaanse of Latijns-Amerikaanse presidenten. Per e-mail reageerde Spijkerboer, nadat het stuk online was gegaan, zo: „Goed dat dit verhelderd wordt.” Dacht ik ook.

Maar bij nader inzien eiste de hoogleraar toch rectificatie, want hij was, zei hij, verkeerd begrepen.

Volgens hem kun je zijn bewering op twee manieren lezen. Eén: Erdogan krijgt vergelijkbare macht als de Franse of Amerikaanse president (of „evenveel”, een woord dat Leijendekker in zijn correspondentie met hem had gebruikt, maar niet in zijn factcheck). Twee: het referendum behelst „de invoering van een presidentieel systeem” (waarbij de uitvoerende macht bij de president komt te liggen, zoals in Frankrijk en de VS). De krant ging volgens hem in het stuk uit van de eerste interpretatie, en ja, vindt ook Spijkerboer, zo opgevat is de bewering onwaar. Maar hij bedóelde de tweede, en die is gewoon waar!

Heeft Spijkerboer een punt?

Nu gaat een factcheck om wat er stáát, in een enkele zin, niet om wat de auteur kan hebben bedoeld. Dat kunnen lezers immers ook niet weten. „Er staat niet wat er staat” is een mooi adagium voor poëzie of voor Bijbel-lezing („verstaat gij wat gij leest?”, Handelingen 8:30). Maar in dit geval: als Spijkerboer alleen die minimale, tweede interpretatie bedoelde, had hij dat veel duidelijker moeten opschrijven.

De krant zag dus geen grond voor rectificatie en ik evenmin, al noteerde ik dat de nogal vage zin (wat is „veel”?) minder geschikt was voor een factcheck, zij het niet ongeschikt.

Maar de Raad voor de Journalistiek, waar Spijkerboer verhaal ging halen, blijkt het met hem eens te zijn – en hoe! De Raad nam de dubbele tekstlezing van de hoogleraar deze week onverkort over, helaas zonder veel nadere argumentatie waarom precies. De krant had, stelt de Raad, bij de hoogleraar moeten nagaan welke van de twee ‘interpretaties’ hij nu bedoelde.

Dit is geen wereldnieuws, maar wel een opmerkelijke, in mijn ogen tamelijk verbijsterende uitspraak van de Raad over het beoordelen van teksten en de plichten van een journalist.

Allereerst, dat onderscheid in twee ‘interpretaties’ van die zin, dat de Raad zonder meer slikt, lijkt me gekunsteld en achteraf bedacht. Spijkerboer koppelt de vraag naar Erdogans bevoegdheden los van instemming met een presidentieel systeem als zodanig. Maar die twee hingen in dit referendum nu net onlosmakelijk samen. Het is niet zo dat de Turken twee vragen kregen, waar ze respectievelijk ‘evet’ én ‘hayir’ op konden zeggen, een over het systeem op zich en een over de bevoegdheden van de president.

Dan het beloofde kommaneuken: de komma in zijn zin was dus misplaatst, inhoudelijk is wat erna volgt geen uitbreidende, maar een beperkende bijzin. Maar misschien kan het verlossende woord hierover ooit komen van het vwo-eindexamen tekstverklaring.

Waar het journalistiek gesproken om gaat is dit: de factcheck betrof het deel na de komma, dus over Erdogans positie die „veel zou lijken op [...]” – u kent het inmiddels. Dat is ook logisch, want het deel vóór de komma – dat de Turken gingen stemmen over een presidentieel systeem – was evident waar, en dus niet iets om na te gaan. Checken doe je als er twijfel bestaat.

Overigens, Spijkerboer zei tegen de Raad dat hij met het minder harde oordeel ‘te kort door de bocht’ nog had kunnen leven. Vreemd, want volgens zijn eigen interpretaties is de tweede, volgens hem juiste, gewoon waar.

Kortom, de Raad heeft zich hier een rad voor ogen laten draaien door een hoogleraar die in tweede instantie bevreesd was om zijn reputatie.

Nog iets. De Raad voor de Journalistiek is er in de eerste plaats om te toetsen of de gang van zaken zorgvuldig is geweest, bijvoorbeeld of wederhoor is verleend. Dat was zo. Leijendekker had mondeling en per e-mail contact met Spijkerboer over het stuk.

Toch vindt de Raad de gang van zaken „onzorgvuldig”. Waarom? Omdat de journalist niet heeft gevraagd „of hij de uitlating goed had begrepen”.

Pardon? Uiteraard kan het verstandig zijn als een journalist vraagt of hij iets goed heeft begrepen. Maar dan moet er wel eerst twijfel bestaan. Hier stond voor Leijendekker vast wat er werd beweerd (dat Erdogan… nou ja, u weet het). De spreker sprak hem niet tegen, ook niet direct na publicatie („goed dat dit verhelderd wordt”).

Maar de begripvolle Raad schrijft dat het aanvankelijk „niet tot hem doorgedrongen is dat er iets werd gecheckt wat hij niet had bedoeld”.

Dat is een omineus precedent. Kun je voortaan klagen dat je bedoelingen, nu je er nog eens over nadenkt, verkeerd zijn begrepen, al begreep je aanvankelijk zelf niet dat je door de journalist niet goed was begrepen?

Zelfregulering van de media is een groot goed. Je kunt het ondermijnen met belabberde journalistiek – maar ook met bizarre vonnissen.

Reacties: ombudsman@nrc.nl