Beeldenstorm tegen helden of symbolen van racisme

Verenigde Staten

Op het geweld in Charlottesville een week geleden volgde een beeldenstorm tegen monumenten waarmee Zuidelijke helden van de Burgeroorlog worden geëerd. ‘Het is net als 1859. Iedereen is wel ergens boos over. En iedereen heeft een vuurwapen.’

Het monument dat ter ere van Robert E. Lee en Thomas 'Stonewall' Jackson was geplaatst, wordt weggehaald. Foto Alec MacGillis/Reuters

Hij zat ver na middernacht in de kroeg een verjaardag te vieren, toen Andre Peterson werd gebeld door een vriend. „Ze halen het beeld weg! Kom snel!” Toen hij kwam aangerend, zag hij nog net hoe een hijskraan het Confederate Soldiers and Sailors Monument op het achterstel van een vrachtwagen zette. En weg reed het monument uit 1903. Alleen de sokkel, een paar dagen eerder door demonstranten besmeurd met rode verf, bleef staan.

Andre Peterson, een Afro-Amerikaanse beveiliger, kent de geschiedenis. Het beeld, in een lieflijk parkje in de Amerikaanse stad Baltimore, stelt een stervende soldaat voor, met in zijn rechterhand de Confederatievlag geklemd. Een allegorisch figuur houdt een krans boven zijn hoofd. ‘Glorie aan de Overwonnenen.’ Het is neergezet in 1903, 38 jaar na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog, om soldaten van het Zuidelijke leger te gedenken.

Voorvechters van slavernij werden in de VS van hun sokkel getrokken. In Nederland staan ze er nog, soms met een tekstbordje met uitleg erbij.

Maar voor Peterson had het monument een heel andere betekenis. Het gaat voor hem over het slavernijverleden, maar ook over de effecten daarvan op het Amerika van nu. „Elke dag liep ik erlangs, en elke dag raakte het me. Veel mensen zien alleen een standbeeld. Ik heb die luxe niet.”

De stenen leven, en vertellen een verhaal. Het verhaal van de rellen van 2015, de doden onder zwarte jongeren door politiegeweld, de moordrecords die dit jaar gebroken worden in de achtergebleven zwarte wijken. „De Burgeroorlog”, zegt Peterson, „is nooit weggeweest.”

Kale sokkels

In de nacht van dinsdag op woensdag haalde de gemeente Baltimore in het geheim de vier monumenten weg die herinneren aan de Confederatie, de opstandige Zuidelijke staten tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Voor de vier kale sokkels nemen verblufte inwoners een dag later selfies. „We deden het snel en stil”, zei burgemeester Catherine Pugh. „Er is genoeg gezegd. Ik wilde geen mensen in gevaar brengen.”

Baltimore discussieerde al jaren over het weghalen van de monumenten. Plannen verzandden steeds in commissies en bezwaarschriften. Maar na het geweld van afgelopen zaterdag in Charlottesville, Virginia, had burgemeester Pugh er vaart achter gezet. En dat gebeurde niet alleen in Baltimore. In Durham, North Carolina, trokken betogers het Confederate Soldiers Monument neer. In Florida, Kentucky, New York en andere plekken zijn plannen om monumenten te verwijderen versneld. Bij tientallen andere monumenten werd deze week gedemonstreerd.

Graffiti wordt verwijderd op de plek waar het monument voor Robert E. Lee en Thomas ‘Stonewall’ Jackson stond.
Foto Jim Lo Scalzo/EPA
Graffiti wordt verwijderd van het voetstuk waarop een standbeeld ter ere van Robert E. Lee en Thomas Jackson stond.
Foto Win McNamee/AFP
Graffiti wordt verwijderd van het voetstuk waarop een standbeeld ter ere van Robert E. Lee en Thomas Jackson stond.
Foto Jim Lo Scalzo/EPA en Win McNamee/AFP

De circa duizend extreem-rechtse betogers die vorig weekend in Charlottesville demonstreerden, hebben op het eerste gezicht dus het tegenovergestelde bereikt van wat ze wilden. Ze organiseerden hun Unite the Right-demonstratie tegen de voorgenomen verwijdering van een standbeeld van generaal Robert E. Lee, die namens de Confederatie het leger van Virginia tijdens de Burgeroorlog leidde. Er vielen drie doden.

Ondanks de tegenreactie – de weggehaalde monumenten, veroordelingen, tegendemonstraties – maakte extreem-rechts deze week een grote doorbraak mee. Ze kregen het podium waar ze al decennia naar hunkerden. President Donald Trump nam afstand van het geweld „aan vele kanten”, had het over „beste mensen” die „rustig demonstreerden”. Hij vergeleek Robert E. Lee met George Washington, de eerste Amerikaanse president.

Op donderdag omarmde hij op Twitter de zaak waarvoor de demonstratie was georganiseerd. „Treurig om te zien dat de geschiedenis en cultuur van ons geweldige land in stukken worden gescheurd met de verwijdering van onze mooie standbeelden en monumenten.”

Wit superioriteitsdenken

In een land dat steeds verder afglijdt in politieke chaos, is het toepasselijk dat juist de monumenten rondom de Amerikaanse Burgeroorlog het middelpunt van een cultuuroorlog zijn geworden, zegt historicus Ethan Kytle, verbonden aan California State University in Fresno. Kytle geldt als de grootste kenner van de mythevorming rondom de Burgeroorlog. „De trauma’s uit die oorlog zijn nooit verwerkt. Ze zijn weggemoffeld.” Amerika is nu volgens Kytle weer in dezelfde twee kampen verdeeld als destijds: Noord en Zuid. „Het conflict is deze keer niet geografisch, maar cultureel. Maar het gaat even diep als destijds.”

Zo diep zelfs, dat geweld geaccepteerd raakt als middel om dat conflict uit te vechten, schreef oud-diplomaat Keith Mines in het tijdschrift Foreign Policy, een paar maanden vóór ‘Charlottesville’. Instituties zijn verzwakt in Amerika, het land is in tweeën verdeeld, Amerikanen zijn gedesillusioneerd. Geografisch, cultureel en sociaal zijn er twee Amerika’s, onverzoenbaar. Mines: „Het is net als 1859. Iedereen is wel ergens boos over. En iedereen heeft een vuurwapen.”

Als Amerikanen aan de Burgeroorlog denken, denken ze vooral aan mythes óver die oorlog, zegt Ethan Kytle. De oorlog tussen het noorden en het zuiden is volgens hem gedramatiseerd en gemystificeerd. „In de kern,” zegt hij, „ging het om slavernij en wit superioriteitsdenken”.

Twee jonge vrouwen zitten bij de plaats waar een standbeeld ter ere van Robert E. Lee en Thomas Jackson stond. Er is met graffiti gespoten. Foto Win McNamee/AFP

Elf zuidelijke staten scheidden zich in 1861 af van de Verenigde Staten, vlak na de verkiezing van president Abraham Lincoln, een verklaard tegenstander van de slavernij. Ze vreesden voor hun economie en zagen de slavernij als een ‘natuurlijke orde’. De zuidelijke staten verloren de oorlog, waarbij ruim 600.000 mensen om het leven kwamen. De slavernij werd afgeschaft in het Zuiden.

Maar, zegt Ethan Kytle, na de oorlog is er een grote fout gemaakt. Er werd een periode van verzoening opgelegd aan Noord en Zuid. Zuidelijke staten kregen daarin de vrijheid discriminerende wetten in te voeren tegen Afro-Amerikanen. Ze kregen bovendien vrij spel om hun zaak te romantiseren. De oorlog ging niet over de slavernij, maar om de rechten van staten.

Kytle: „Als twee voetbalteams die na een lekkere pot elkaar de hand schudden, zo zijn Noord en Zuid met hun pijnlijke geschiedenis omgegaan. De elites regelden dat onderling, zonder te denken aan de gevolgen. Het Zuiden kreeg een eigen legende, die van de Verloren Zaak.”

Leiders van de Confederatie werden, decennia na het einde van de oorlog, geëerd in fraaie monumenten en standbeelden. Kytle: „Dat gebeurde tijdens het hoogtepunt van de Jim Crow-wetten, de Ku Klux Klan en lynchpartijen in het Zuiden. Je zal geen enkel monument vinden waarop staat dat de slavernij goed was. Ze verwijzen naar de eer en glorie van het slagveld. Maar ze boden een dekmantel voor het racisme dat gewoon door bleef gaan.”

Een omstander maakt een foto van een neergehaald monument, dat er stond ter ere van een Confederatie-vrouw.Foto Jerry Jackson/AP

Op basis van die mythe is Amerika nog altijd in tweeën verdeeld. De Zuiderling en de Noorderling bestaan nog, al is het verschil nu cultureel, niet geografisch. De Zuiderling is „eigenwijs, opstandig”, legde Denise Lucas, verkoper van Confederatievlaggen in Texas, me eens uit. „Bemoei je niet met mij, dan bemoei ik me niet met jou.” Het Zuiden staat voor een afkeer van de federale overheid, en voor behoud van God en Grondwet. Overal in Amerika vind je dit denken terug, zegt Ethan Kytle. „In Californië, dichtbij mijn huis, wordt elk jaar een veldslag nagespeeld. Dit gebied heeft niets met de Burgeroorlog te maken, maar ook hier vind je veel Confederatie-heimwee.”

Hoewel het Zuiden van oudsher Democratisch stemde, heeft de Republikeinse Partij de erfenis van de Confederatie opgestreken. Politici als Richard Nixon en Barry Goldwater voerden in de jaren zestig een Zuidelijke Strategie. De partij keerde zich tegen de Burgerrechtenbeweging, en kreeg een stevige basis onder teleurgestelde witte kiezers. Het denken over ras, religie en de rol van de landelijke overheid werd blijvend beïnvloed. De partij zette de Verloren Zaak om in een permanent gevoel van verlies. Dat gevoel heeft Republikeinse kiezers, die denken dat hun manier van leven verdwijnt, effectief gemobiliseerd.

De Democraten, op hun beurt, zijn cultureel vervlochten met de zaak van het Noorden. Voor de federale overheid, voor de rechten van minderheden. Zo werkt de Burgeroorlog politiek door. Trumps pleidooi voor het behoud van monumenten was uniek, omdat geen Republikeinse leider zich zo openlijk met de Confederatie wil associëren. Maar Trump doorzag dat het goed lag bij veel van zijn kiezers.

Politiek-correcte elite

In Baltimore loopt Jim Mitchell, een man van middelbare leeftijd in wit T-shirt, rond het verdwenen standbeeld van de Confederatie-soldaat in Baltimore. Hij blijft kijken, alsof het beeld er vanaf een ander gezichtspunt nog wel staat. „Dit is een fucking schande”, zegt hij. „We hebben toegegeven aan de druk van een politiek-correcte elite. Ze pakken niet alleen onze beelden af, ze wijzen ook onze geschiedenis af.”

Officieel hoorde de staat Maryland bij de Unie van noordelijke staten, maar zo’n 30.000 soldaten vochten bij de Confederatie. Mitchell wijst de plek aan waar Unie-soldaten bij een station vochten met opstandelingen die loyaal waren aan de Confederatie. Hij vindt dat de slachtoffers van het geweld van het Noorden ook geëerd moeten worden. „Generaal Lee was een vrome man, die oorlog voerde als een heer. Ze hadden standbeelden van Martin Luther King en Abraham Lincoln moeten neerhalen.”

Het weghalen van monumenten die aan de Confederatie herinneren, noemt hij „on-Amerikaans”. „De leiders van de Confederatie hebben besloten de oorlog te beëindigen. De Yankees [de noorderlingen] wilden doorvechten. Telt alleen hun versie van wat er gebeurd is?”

Verdere escalatie ligt op de loer. Extreem-rechtse groepen hebben rugdekking van de president, en hebben demonstraties aangekondigd in verschillende Amerikaanse steden. Linkse groepen organiseren demonstraties bij monumenten. Historicus Kytle is bang voor „een spiraal van geweld”. Jarenlang verdedigde hij het behoud van monumenten die aan de Confederatie herinneren, om hun historische waarde. Maar deze week is hij van mening veranderd. Kytle: „De beelden en monumenten moeten we weghalen, naar een museum brengen. Ze dreigen iconen te worden van een extreem-rechtse beweging die nieuw elan heeft gekregen.”

Een bordje wordt verwijderd op de plek waar ooit een monument stond voor Roger B. Taney.Foto Tasos Katopodis/AFP