Plots zijn Nederlandse modebladen ook divers

Diversiteit in de mode

Twee modetijdschriften staan deze maand in het teken van diversiteit – in navolging van een internationale trend. Een uitzondering of de nieuwe werkelijkheid?

„Ik heb jarenlang gedacht dat ik er niets aan kon doen dat er minder zwarte modellen waren”, zegt hoofdredacteur Cécile Narinx van Harper’s Bazaar. „Achteraf vind ik dat slap.”

Zowel Harper’s Bazaar als Vogue – twee van de belangrijkste modebladen van Nederland – komt deze maand met een septembernummer dat geheel in het teken staat van diversiteit. Op de cover van Harper’s Bazaar (oplage van 40.000, eigendom van Hearst) staat een donker model, met daaronder de tekst „Diversiteit is het nieuwe normaal”. Vogue (oplage van 68.000, eigendom van G+J Media) heeft vijf modellen op de cover, met elk een verschillende huids- en haarkleur: „Fashion’s new age.” De boodschap is duidelijk: de Nederlandse modebladen zijn divers.

Deze aandacht voor diversiteit bij de magazines komt niet uit de lucht vallen. De afgelopen maanden hebben hoofdredacteur Cécile Narinx van Harper’s Bazaar en Karin Swerink, hoofdredacteur van de Vogue, kritiek te verduren gekregen over de overwegend witte modellen in hun magazines en de motivatie daarachter. Swerink kreeg felle reacties op uitspraken in een interview met dagblad Metro in maart van dit jaar. Daarin zei ze dat het geen onwelwillendheid was dat Vogue relatief weinig donkere modellen fotografeert, maar dat er simpelweg weinig aanbod is in modellen van kleur. Voor Narinx leidde haar uitspraken over het onderwerp in talkshow Pauw afgelopen april tot kritiek. In dat programma zei Narinx dat stylisten haar weleens verteld hadden dat ze met witte modellen „meer kanten op kunnen”.

Onzin, luidde de kritiek. Een donkere huid kan net zo goed als ‘blank canvas’ fungeren als een witte huid. En modellen van kleur zijn er genoeg, ze worden gewoon niet geboekt. Als er dan een model van kleur gekozen wordt, dan zijn het meestal de meisjes met een zo ‘wit’ mogelijk uiterlijk: kleine neus, lichte huid, smalle bouw.

Narinx en Swerink hebben zich die kritiek aangetrokken. Inmiddels vinden ze allebei dat het argument dat modellen van kleur lastiger te vinden zijn, niet meer moet gelden. „Er zijn inderdaad minder zwarte dan witte modellen in de belangrijke shows en grote campagnes”, zegt Narinx. „Maar zolang de bladen er niet voor kiezen om onbekende of beginnende zwarte modellen een kans te bieden, verandert daar natuurlijk niets aan. Door dat wel te doen, kunnen we de cirkel doorbreken”.

Op zoek naar modellen van kleur

Swerink vertelt dat Vogue naar aanleiding van de discussie rond diversiteit in het blad met modellenbureaus om tafel is gaan zitten. „Zij gaan nu gerichter op zoek naar modellen van kleur, en wij gaan die vaker boeken.” Ook van het argument over het ‘blanke canvas’ van witte modellen dat voor stylisten prettig zou werken, doen Swerink en Narinx nu afstand. „Het idee van het model als ‘kleerhanger’ is sowieso best respectloos, eigenlijk”, zegt Swerink. „Maar donkere modellen fungeren wat dat betreft zeker niet minder goed dan witte modellen.” Narinx: „Als een stylist vindt dat modellen van kleur of leeftijd aankleden lastiger is, dan doet-ie maar beter z’n best. We hebben met z’n allen te lang vastgehouden aan hardnekkige rolmodellen, ook wat leeftijd en kledingmaat betreft, en daar moeten we vanaf.”

Lees ook het zomeravondgesprek tussen Sylvana Simons en Heleen Mees

De Nederlandse Vogue en Harper’s Bazaar zijn niet de eerste om diversiteit aan te kaarten in hun magazine. In het buitenland zijn modebladen al langer bezig met het nadrukkelijk tonen van een meer divers modellenbestand. De Amerikaanse Vogue gebruikt al jaren veel donkere modellen. De Franse versie van het blad toonde in maart van dit jaar als eerste magazine ooit een transgendermodel op de cover. En de Italiaanse Vogue maakte in 2008 een ‘all black issue’, met uitsluitend donkere modellen.

Ook op de catwalks wordt het beeld de laatste jaren steeds minder overwegend wit, en steeds meer divers – zowel wat betreft etniciteit als leeftijd, kledingmaat en gender. De populaire Amerikaanse modesite The Fashion Spot berekende dat bij de fashionweeks in New York, Londen, Milaan en Parijs van begin dit jaar een kleine 28 procent van de modellen op de catwalks een diverse achtergrond had of anderszins een minderheid representeerde – een record.

Even wat minder chic

De vraag is of het nodig is om de nieuwe koers van diversiteit bij deze bladen zo expliciet te maken. Werkt dat niet averechts? „Tja, als je er zo naar kijkt is het nooit goed”, zegt Narinx. Wat haar betreft is het onderwerp van diversiteit belangrijk genoeg om ,,even wat minder chic te zijn” en een duidelijke boodschap uit te zenden richting de mode-industrie. Narinx: ,,Ik heb jarenlang gedacht dat ik er simpelweg niets aan kon doen dat er minder zwarte of plus-size modellen waren. Achteraf vind ik dat slap: die verantwoordelijkheid ligt óók bij de bladen. Als wij expliciet vragen naar donkere, dikkere, oudere of androgyne modellen, komen er vanzelf ook meer.” Ook Swerink hoopt dat het luid en duidelijk uitdragen van deze boodschap leidt tot diversiteit als een „nieuwe natuurlijkheid” in de mode-industrie. „Wij hebben als blad een groot bereik. Ik denk dat het dan juist belangrijk is om in deze discussie stelling te nemen.”

Gaan Vogue en Harper’s Bazaar in de toekomst door met zo veel diversiteit in de bladen? „Zeker”, zegt Narinx, al zullen de volgende nummers van Harper’s Bazaar vermoedelijk niet zo divers zijn als dit nummer. „In dit nummer was het een uitbundig aangezet thema, maar hierna blijft het een stevige rode draad.” Swerink verzekert dat het casten van diverse modellen „geen hype” is, en dat Vogue in de toekomst zeker vaker modellen van kleur zal laten zien.