Column

‘Patje & Edje’ en de les van het volkslied

De educatieve waarde van het Wilhelmus is zoals bekend enorm. Weinig landgenoten zingen het volkslied zo vaak als de voetballers bij het Nederlands elftal, en twee van de meest geoefende Wilhelmus-meezingers, Patrick Kluivert (79 interlands) en Edgar Davids (74 interlands), lieten laatst overtuigend zien hoe hoogontwikkeld zij nu zijn.

‘Patje & Edje’ gingen op bezoek bij president Robert Mugabe (93) van Zimbabwe. Fijn op de foto met een despoot en racist die zijn land in veertig jaar volledig te gronde heeft gericht.

Dus ik vind het best dat in de formatie het plan rondgaat, zoals het AD woensdag meldde, dat scholieren voortaan les krijgen in het volkslied. Maar het lijkt me overdreven er betekenis aan te hechten. De invloed van onderwijs wordt wel vaker overschat: die jongens van de mocro-maffia vertelden ze vroeger op school vast ook dat stelen helemaal niet tof is.

Het plannetje, dat nog niet door de onderhandelaars zou zijn geaccordeerd, komt natuurlijk voort uit het nationale identiteitsverlangen: wij willen ineens allemaal weten wie we zijn, als individuen en als natie. CDA-leider Buma noemde in de campagne daarom het Wilhelmus, en zo zijn we hier beland: een land dat ondanks economische voorspoed in verwarring over zijn zelfbeeld verkeert.

Intussen lijkt het echte probleem dat we te góéd weten wie we zijn: we kunnen amper nog inschikken voor anderen. Zie het succes van identiteitspolitiek – Denk, PVV, Dieren, 50Plus etc. Mensen zijn hier vaak erg tegen – totdat het om henzelf gaat. Gevolg is dat zelfs een fatsoenlijke politicus als Gert-Jan Segers zich bedrogen voelt als een totaal voor de hand liggend compromis over medisch-ethische thema’s uitlekt.

Zo gaat ons zicht op onze identiteit verloren in zelfbeklag – of erger. Maar Nederland groeide niet uit tot een van de krachtigste economieën omdat we anderen dobbernegers noemden. Het werd niet een van de gelukkigste landen omdat we uitblonken in slachtofferschap. Nederland dankt zijn succes vooral aan zijn bestuursmodel, dat medezeggenschap gunde aan de maatschappij, zodat inschikken voor anderen, samenwerking en schappelijkheid nationale waarden werden.

Maar toen woensdag de voornaamste vertegenwoordigers van deze traditie, werkgevers en werknemers, kwamen praten met formatieonderhandelaars, kreeg dit amper aandacht. Den Haag was bezig met de gemoedstoestand van Segers en die kletskoek over het Wilhelmus: wij zijn voortaan zo begaan met het nationale identiteitsverlangen dat we zelfs voor nationale kernwaarden als redelijkheid en toegeeflijkheid amper nog aandacht opbrengen.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.