Nomaden interviewen bij min 25 graden

Thamar Pinhas (27) werkt voor een bedrijf dat wereldwijd familiegeschiedenissen vastlegt. Onlangs werd ze drie weken naar Siberië gestuurd.

Foto MyHeritage

Sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw. Voor haar, achter haar en opzij. Waar Thamar Pinhas (27) ook kijkt, ze ziet alleen een grote, witte, kale vlakte. Na een rit van zo’n tien uur stuiteren in een Trekol – een terreinwagen die door een dik pak sneeuw kan rijden – komt ze samen met haar collega’s aan in het witte landschap. Een tam rendier met een strikje om – een huisdier – verwelkomt het bezoek. Ze voelt zich als een klein kind in een magische wereld.

Pinhas is beland in de uitgestrekte toendra van Siberië, in het Aziatische deel van Rusland. Ze nam dit voorjaar deel aan een bijzonder project van haar werkgever: een drieweekse expeditie die als doel had de familiegeschiedenis vast te leggen van de Nenetsen, een oude stam met zo’n 45.000 nomaden. De stam, die leeft en werkt met rendierkuddes, wordt in zijn manier van leven bedreigd door de oprukkende olie- en gasindustrie in het gebied.

De Nederlandse Pinhas werkt sinds 2014 in Tel Aviv bij het Israëlische MyHeritage, een online platform voor stambomen, familiegeschiedenis en DNA-tests. Het platform heeft naar eigen zeggen 91 miljoen gebruikers wereldwijd, onder wie ongeveer een miljoen Nederlanders. Zij kunnen zich gratis inschrijven, maar wie volledig gebruik wil maken van de mogelijkheden moet een betaalabonnement afsluiten.

Ik ben geen kampeerder en heb een hekel aan kou

Veldwerk

Medewerkers van MyHeritage reisden eerder naar Namibië en Papoea-Nieuw-Guinea, waar andere inheemse stammen met uitsterven worden bedreigd. Want, is de gedachte van het bedrijf, elk mens – met en zonder internetverbinding – heeft er recht op dat z’n familiestamboom digitaal wordt bewaard voor het nageslacht.

Van de veertig collega’s die zich opgaven voor de reis naar Siberië, koos het management er zes uit, onder wie Pinhas. Ze twijfelde geen moment om te solliciteren toen ze hoorde wat de bestemming was, vertelt ze. „Het was een once-in-a-lifetime-experience.” Normaal beantwoordt ze voor haar werk per e-mail technische en genealogische vragen van Engels- en Nederlandstalige klanten, nu kreeg ze de kans om veldwerk te doen.

Hoeveel zin Pinhas ook had in de expeditie, toch was ze vooraf zenuwachtig. „Ik ben geen kampeerder en heb een hekel aan kou. Het was daar min 25 graden en bovendien zouden we bij de lokale bevolking in tenten leven, zonder douche en wc. Daar zag ik erg tegenop.”

Op 22 maart begon de expeditie. In de tenten van de Nenetsen, ‘tsjoems’, interviewde Pinhas met twee collega’s en met behulp van een tolk de bevolking. Ze wilden achterhalen hoe de Nenetsen leven, wat hun tradities zijn en welke familieverhalen er mondeling zijn overgeleverd. Ook wilde het team een stamboom maken en inventariseerde daarom namen, geboorte- en sterfdata. Alle informatie werd ter plekke met behulp van speciale software ingevoerd en na de expeditie in een online stamboom vastgelegd.

De families moeten goed met elkaar samenwerken om te kunnen overleven in de sneeuw, zag Pinhas. „We spraken een zeventigjarige vrouw die elke dag dertig kilometer loopt om de rendierkuddes te verzorgen. We waren er stil van.” De Nenetsen zijn in alles afhankelijk van hun rendieren. Ze eten niet alleen rendiervlees, maar maken van de huiden tentdoeken, matrassen, kleding en speelgoed. De geweien verkopen ze. „En tijdens een rituele slachting drinken ze zelfs het bloed.”

Lees ook over het werk van een poolonderzoeker: ‘We hadden altijd een geweer bij ons’

Satelliettelefoon

Het was werken in soms barre omstandigheden. Even naar de wc gaan bleek inderdaad een uitdaging. Voordat ze uit een door een oven verwarmde chum de vrieskou instapte, moest Pinhas eerst al haar beschermende kleding aantrekken. „De traditie staat niet toe dat vrouwen zichtbaar zijn tijdens hun sanitaire activiteit. Dus ik liep eerst vijf minuten zodat ik me achter een heuveltje kon verstoppen.”

Halverwege de expeditie sliep het team twee nachten in een hotel in de stad en was er eindelijk gelegenheid om te bellen met het thuisfront. „In de toendra was een satelliettelefoon beschikbaar. We mochten daarmee een geliefde bellen, maar toen mijn vriend belde was er steeds geen gehoor. Dat was het enige moment dat ik er even doorheen zat.”

Na drie weken arbeid kon het team dertien stambomen bouwen, waarin meer dan drieduizend mensen zijn opgenomen. De vroegste achterhaalde gebeurtenis is een geboorte uit 1880, en met foto’s en video’s is het dagelijks leven en de familiebanden van het volk vastgelegd. In de bewoonde wereld hebben de Nenetsen nu dus toegang tot hun online stamboom. „Maar”, zegt Pinhas, „we willen alles ook printen en lamineren zodat ze het kunnen ophangen in de chum.”

Is ze haar werk ná de expeditie leuker gaan vinden? „Ik ben het vooral belangrijker gaan vinden. Doordat ik nu niet alleen per e-mail, maar écht contact heb gehad met mensen over hun familieverleden, begrijp ik hoe emotioneel betrokken mensen daarbij zijn.”

Na de reis ging ze zelf ook bij familie langs, vertelt Pinhas, en op haar LinkedIn-profiel staat inmiddels dat ze carrièremogelijkheden in Nederland zoekt. „Wie weet verhuis ik binnenkort terug zodat mijn vriend en ik mijn familie vaker kunnen zien.”